Neckers

Bonaparte definitief verslagen in Waarloos

Onlangs vond ik in het familiearchief een kopie van onderstaande brief, gericht aan de heer Nathan Rotschild en gedateerd zondag 2 juli 1815 te St Swithins Lane, City of London. Ik heb hem vertaald en alle plaatsen hun moderne Nederlandse naam gegeven.

Jan Neckers

Mijnheer,

Het is voorbij. De usurpator is vernietigend verslagen en gevlucht. Ik heb u veertien dagen geleden al geschreven dat de overwinningen van Bonaparte op veldmaarschalk Blücher in Ligny op 16 juni en op de Hertog van Wellington op 18 juni in Eigenbrakel alleen maar een tijdelijke tegenslag waren. De gok van de Corsicaan kon nou eenmaal niet slagen. Toen hij met behulp van ontevreden officieren zijn nieuwe staatsgreep pleegde, dacht ik dat dit een lange campagne zou worden omdat hij zich zou beperken tot verdedigen. Blijkbaar hoopte hij echter de geallieerden één voor één te verslaan en hij wilde niet wachten op een invasie van Frankrijk. IJdele hoop natuurlijk, want hij was blijkbaar de veldtochten van vorig jaar vergeten toen hij ook veldslag na veldslag won en toch moest abdiceren omdat hij er nooit in slaagde één van zijn tegenstanders te vernietigen en ten slotte zelf geen soldaten meer had. Zijn spionnen moeten hem toch verteld hebben dat ons Brits-Nederlands-Duitse leger 85.000 soldaten telde – nauwelijks 15.000 soldaten minder dan het zijne -, dat veldmaarschalk Blücher nog eens 50.000 Pruisen aanvoerde en dat veldmaarschalk Schwarzenberg en vorst Barclay de Tolly aan het hoofd van 300.000 Oostenrijkers en Russen opmarcheerden. Het is ook veelzeggend dat Bonaparte twee derde van zijn leger in Frankrijk achterliet omdat hij geen regimenten met dienstplichtigen durfde meenemen (er zijn geruchten dat er massaal gedeserteerd is) en de soldaten in zijn vaderland nodig had om de mensen onder de knoet te houden die niet langer voor zijn glorie willen creperen.

Genoeg gefilosofeerd: de feiten. Toen de usurpator vroeger dan verwacht in Eigenbrakel aanviel (de Hertog dacht dat de Fransen zouden wachten tot na de middag wegens de hevige regen van de dag voordien), is hij erin geslaagd ten koste van vreselijke verliezen het centrum van ons leger te doen terugtrekken. Ik heb zelden de Hertog zo horen vloeken, want in de verste verte arriveerden al de eerste Pruisen uit de richting Waver. De Hertog, die al sinds de ochtend vanuit zijn hoofdkwartier in Waterloo contact hield met Blücher, vroeg de Pruis om zich weer op Waver terug te trekken. Ons leger offerde een deel van de linkervleugel op, maar trok zich perfect terug op Halle waar een reserve van 17.000 soldaten klaarstond om de aftocht te beschermen en een eventuele sauve qui peut te verhinderen. De Hertog heeft indertijd al in Portugal (o de linies van Torres Vedra) en Spanje bewezen dat hij een meester van de georganiseerde terugtocht is en hij besliste onmiddellijk om Brussel niet te verdedigen, maar zich terug te trekken in de richting van Antwerpen. De Prins van Oranje was niet blij met deze beslissing, maar legde zich toch neer bij het bevel van de Hertog. Veldmaarschalk Blücher liet een legerkorps achter in Waver dat verslagen werd door de Franse maarschalk Grouchy, maar het grootste deel van de Pruisen trok ongehinderd via Leuven, Aarschot en Lier naar Antwerpen. De Hertog dacht er een ogenblik aan zich te verschuilen achter de muren van Antwerpen: gemakkelijke bevoorrading via de Schelde, vrij schietveld gezien de Fransman Carnot vorig jaar de voorsteden van Antwerpen in de as legde om een geallieerde belegering te bemoeilijken. En zelfs de mogelijkheid om onze troepen in geval van catastrofe in te schepen, al zei de Hertog dat ie eerder aan het tegengestelde dacht: versterkingen aanvoeren. Wellington besliste ten slotte om zijn bijna geslaagde tactiek van Eigenbrakel te herhalen. Ons leger nam plaats op de hoogtes van een piepklein plaatsje dat Waarloos heet. Dat dwong de Fransen tot een moeilijke beklimming tijdens de aanval. Inmiddels marcheerde Blücher via het dorpje Duffel en met de Nete als bescherming in onze richting.

Gisteren arriveerde de Franse voorhoede en in de loop van de dag kwam de rest van het Franse leger aan, waarbij maarschalk Grouchy zich gevoegd had. Ik schat het Franse leger op misschien 60.000 soldaten, gezien de verliezen bij Eigenbrakel en de vele deserties (zoals men ons zei). Met de Pruisen erbij telden we ongeveer 100.000 soldaten. We zagen niet alleen de bivakvuren maar ook allerlei branden in de richting Mechelen. De Prins was bijzonder ongelukkig, want de Fransen leven, volgens hun oude roverstradities, nog altijd van het land en er zijn berichten dat ze moordend en stelend Brussel introkken, kleine Brabantse plaatsjes als Vilvoorde, Eppegem en Zemst plunderden en iedere boerderij leegroofden en in brand staken. En dat vuur rond en in Mechelen beloofde ook niet veel goeds. Deze morgen begon dan de slag. Bonaparte had al in Eigenbrakel problemen met zijn artillerie en ook deze keer boekte hij geen succes, want de Hertog zag erop toe dat onze soldaten zich behoorlijk ingroeven achter de hoogtes. Tegen de middag gaf Bonaparte aan maarschalk Ney (zijn hoedloze rosse kop was goed zichtbaar) het bevel om met de cavalerie de helling te bestormen. “Waanzin”, zei de Hertog, want hij liet onmiddellijk vierkanten vormen waartegen cavaleristen niets kunnen doen. Inmiddels voegden de Pruisen zich bij onze linkervleugel; juist op het ogenblik dat Bonaparte zijn infanterie in de strijd gooide. Onze legers hielden over een afstand van een paar kilometers goed stand en onze artillerie had het gemakkelijk en schoot bloedige gaten in de oprukkende Franse rijen. Blücher en de Hertog confereerden inmiddels over hun tactiek (in het Frans, want geen van beiden kent de taal van zijn bondgenoot). De Pruis is een vechtjas en wilde aanvallen, maar legde zich neer bij de wil van de Hertog om te wachten tot het Franse offensief volledig leegbloedde. Om 17 uur trok de vijand zich terug en toen zwaaide de Hertog met de hoed. Van op de hoogte zag ik hoe de aanvankelijk georganiseerde Fransen desintegreerden en ten slotte op een wilde vlucht sloegen. Nauwelijks drie uur later reden we al Mechelen binnen, waar de vijand lelijk huis had gehouden. De Prins van Oranje merkte verbitterd op dat de onnodige nederlaag bij Eigenbrakel de verwoesting van een vruchtbaar deel van zijn land had veroorzaakt en de overbodige dood van nog eens tienduizenden soldaten. Ik hoorde hem wel politieke steun aan Wellington vragen. Vorig jaar was zijn vader na de abdicatie van de usurpator er niet in geslaagd Frans-Vlaanderen terug te krijgen, maar de Prins hoopt dat de geallieerden in Wenen deze keer wel dat deel van het oude graafschap aan de Nederlanden zullen afstaan, als compensatie voor de nieuwe verwoestingen. Op het ogenblik dat ik u dit schrijf, is de Hertog nog volledig bezig met rapporten te ontvangen. U bent dus als eerste in Londen op de hoogte.

John Arthur de Neckere

N.B. Toen ik deze brief dicteerde, smaalde een Brits officier dat u dankzij mijn koerier wel gebruik zou maken van uw kennis. Hij zei brutaal (mijn excuses voor zijn woordgebruik): “Wedden dat die Jood direct zijn staatsobligaties verkoopt om paniek te zaaien op de beurs zodat anderen verkopen, waarna hij ze een paar uur later tegen een lage prijs aankoopt en een enorme winst maakt eens onze overwinning bekend wordt.” Nu weet ik dat u bijzonder weinig staatsobligaties bezit, maar ik adviseer om deze roddel onmiddellijk de kop in te drukken, want anders wordt dit verhaal over tweehonderd jaar nog verteld.


Tags toegewezen aan dit artikel:
2015-14Jan Neckers

Gerelateerde artikels

In memoriam Frank van Hoof

Vorig jaar, op 12 augustus, werd hij in het rusthuis Hof ter Linde van Erps-Kwerps nog in de bloemetjes gezet

Praten met Steve Hofmeyr

“Zolang we schuld blijven bekennen, zullen we blijven betalen” Vorige week bracht de in Zuid-Afrika omstreden zanger Steve Hofmeyr een

Op het Noorderterras

Bijbelleer op de bank Hij was een oudere heer met een bijzonder vriendelijk gelaat. Zo ie-mand die een leuke opa