De oorlog tussen democraten en rechters

De oorlog tussen democraten en rechters

Francken weigert de gerechtelijke dwangsom te betalen aan het Syrische gezin dat een visum wil om naar België te komen. De Wever protesteert tegen “le gouvernement des juges”. Vanuit N-VA-kringen wordt kritiek geuit op wereldvreemde rechters. Maar zijn de rechters wel het probleem? Zijn we niet in een situatie beland waarin de conflicten tussen de democratie en de rechtsmacht structureel zullen worden? En waar we duidelijke keuzes zullen moeten maken om de democratie én de onafhankelijkheid van de rechtsmacht te redden?

De commentatoren, politici en eminente professoren struikelden over elkaar in hun haast om zich verontwaardigd te tonen over de houding van de N-VA. Zij menen allen dat deze een fundamentele aanval uitmaakt op de rechtstaat en de scheiding der machten.

De rechtbank als politiek instrument

De gemakkelijk verontwaardigden vergeten daarbij één ding: die scheiding is reeds lang opgegeven. Dit gebeurde toen links zich zo dominant wist bij de elites van de westerse samenleving, dat het de tijd rijp achtte om zijn eigen opvattingen uit te roepen tot onveranderlijke wetten van Meden en Perzen, die voortaan alle toekomstige generaties zouden binden. De rechtbank werd toen door hen uitgeroepen als het geschikte middel om dissidenten op andere gedachten te brengen.

Decennialang heeft links het recht en de rechtbanken ingeschakeld om aan politieke besluitvorming te doen. Extreme interpretaties van het Europees Verdrag van de Rechten van Mens werden via de selecte club van de Straatsburgse hogepriesters opgelegd aan alle landen in Europa, zonder enige kans op inspraak van het volk. Een heel assortiment muilkorfwetten werd tot stand gebracht om rechtbanken te verplichten politieke opinies te beoordelen en te bestraffen. Dictaten vanuit de Europese Unie omzeilden de nood om een maatschappelijk draagvlak te creëren in de nationale staten, waardoor nationale politici werden gedegradeerd tot uitvoerders van de richtlijnen van de Europese mandarijnen.

Degenen die besloten hebben dat de wetten en de rechtbanken geschikte middelen zijn om de democratie en de wetgevende macht te kortwieken, moeten niet verbaasd zijn dat de democratie begint terug te slaan naar de rechtbanken. Dit zat er aan te komen. En dit gaat nog vaak gebeuren. De opstand van de kiezers in het westen heeft ook veel te maken met frustratie over het gebrek aan verandering en de schijnbare nutteloosheid van hun stem. Wanneer verandering niet meer mogelijk is via normale weg, worden non-conformisten als Trump en Orban, die duidelijk laten verstaan dat ze de geldende regels aan hun laars zullen lappen, een heel stuk aantrekkelijker.

De vergrendelde democratie

De kern van het probleem is dat de oude generatie van politici, die nu overal electoraal in het defensief wordt gedrongen, zoveel grendels op de werking van de democratie heeft aangebracht dat er op heel wat beleidsterreinen geen beleid meer mogelijk is waarvoor een democratisch draagvlak bestaat. Keer op keer worden de zelfs maar schuchtere pogingen om een samenhangend beleid inzake migratie te ontwikkelen tegengehouden door het EVRM, de Conventie van Genève, het Europees recht en alle vergezochte interpretaties die daaraan zijn gegeven door mensen die niet democratisch ter verantwoording kunnen geroepen worden.

De Wever heeft gelijk wanneer hij zegt dat rechtbanken het pushbackbeleid in de vluchtelingencrisis hebben verhinderd en daardoor een aanpak van de crisis zelf. Twee weken geleden nog protesteerde UNICEF België tegen de opsluiting van vluchtelingen met kinderen in gesloten instellingen. Toen Italië drie illegale bootvluchtelingen tegelijk terugstuurde, werd het land veroordeeld wegens een inbreuk op het verbod op “collectieve uitzetting”. Er is altijd wel iets waarmee men op de lange tenen trapt van het woekerende mensenrechtenapparaat.

De hogepriesters van Straatsburg

Vooral de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de ideologisch beladen interpretaties van het gelijknamige verdrag vormen een loodzwaar probleem. Marc Bossuyt, voormalig voorzitter van het grondwettelijk Hof, vindt dat het EHRM zijn boekje ver te buiten gaat en noemt de uitspraken inzake asiel gewoon “extreem”.

Maar het migratiebeleid is niet het enige slachtoffer van de extremistische visie van Straatsburg. Een goed voorbeeld is de zaak-Trabelsi, waarbij België werd veroordeeld omdat het deze terrorist had uitgeleverd aan de VS. Het Hof vond dat dit een overtreding was van het verbod op onmenselijke behandeling van gevangenen. In de VS bestaat immers het gevaar dat Trabelsi niet alleen theoretisch maar ook effectief levenslang zou krijgen. En de dames en heren van Straatsburg hebben beslist dat écht levenslang niet meer kan, ook niet voor terroristen.

Indien deze vraag, namelijk of terroristen veroordeeld mogen worden tot levenslange gevangenisstraffen, zou worden voorgelegd worden aan het volk, zou de opinie van de rechters daar nog geen 5 procent van de stemmen halen. Kan men dan nog aan het besluit ontsnappen dat de hoogste rechtsmacht in handen is van vertegenwoordigers van een extremistische strekking in onze samenleving?

Het ergste is dat de democratie daar niet eens kan tegen ingaan. Vlaams Belang of N-VA mogen zelfs 100 procent van de stemmen halen. Het EVRM, zoals geïnterpreteerd door Straatsburg, staat boven alle nationale wetten en is rechtstreeks van toepassing in ons land. Bovendien mag een partij zelfs geen standpunten innemen die ingaan tegen het EVRM, op straffe van verlies van de partijfinanciering. Wat rest een democraat dan nog?

Een nutteloos mensenrechtenapparaat

Eigenlijk moeten we ons afvragen of het EVRM nog voordelen heeft die opwegen tegen de manifeste nadelen. De Belgische grondwet, zoals zovele andere, heeft zijn eigen grondrechtenbescherming. Er is ook nog het VN-verdrag over de mensenrechten en zoveel andere minder invasieve methoden om morele controle uit te oefenen. Volstrekt democratische landen als Canada, Australië en de VS hebben geen EVRM nodig om een beleid te voeren dat deze rechten hoog in het vaandel draagt.

In Europa is het EVRM eigenlijk alleen nog een politiek instrument. Geen enkele politieke strekking bepleit de afschaffing van de mensenrechten. De discussies gaan enkel over de invulling. Wanneer er zich in de democratieën van West-Europa na WO II al schendingen voltrokken, waren die incidenteel en oplosbaar via interne democratische processen.

Er was echter één grote uitzondering. Eigenlijk, wanneer men er over nadenkt, was die ene uitzondering het moment waarop het mensenrechtenapparaat had kunnen schitteren en kunnen bewijzen dat het niet de dienstmaagd was van één kant van het ideologische spectrum. Maar net dan bleef het compleet in gebreke. Wanneer, tijdens de jaren negentig en later, in Europa een epidemie van muilkorfwetten en aanverwante maatregelen uitbrak, waarbij de politieke vrijheid van meningsuiting ernstig werd beperkt, toonden de mensenrechtenstrijders hun ware aard. Alles wat actief is in die sector zweeg of liet zich zelfs inschakelen om de vervolgingen en uitsluitingen beter mogelijk te maken.

Toen bleek dat de strijd voor de eigenlijke mensenrechten hen veel minder interesseert dan de politieke resultaten die via die strijd kunnen behaald worden. De rol van politieke scheidsrechter dient hen dus ontzegd te worden.

Jurgen Ceder


Tags toegewezen aan dit artikel:
2016-50ActueelJurgen Ceder

Gerelateerde artikels

Wapens tegen terreur? Si vis pacem…

Als je vrede wil… Was de terreur in Parijs het Europese 9/11? Toen in 2001 de WTC-torens na islamistische aanslagen

Praten met Jan Creve (Doel 2020)

“Wase polder is Eurodisney van ambtenaren en natuurfanatici” Het nieuwste boek van Chris De Stoop, “Dit is mijn hof”, is

Trieste verjaardag: 70 jaar geleden werd de IJzertoren vernield

Zeventig jaar geleden werd de IJzertoren gedynamiteerd. In de nacht van 15 op 16 maart 1946, omstreeks twee uur, in het