Praten met Matthias Storme

Praten met Matthias Storme

“Er is veel linkse kitsch bij rechters en advocaten”

De Belgische rechterlijke macht volgt onderdanig de Europese juridische gebruiken en tendensen. Het Hof van Cassatie verleent voorrang aan het internationale recht. De Franstalige elite verloor de controle over de Belgische machtsstructuur en wou die bewust herwinnen langs de internationale rechtspraak. Advocaat en professor rechten Matthias Storme oordeelt scherp.

2017-01_11_praatstoel-storme-mediumMatthias Storme woont aan de uiterwaarden van Groot-Gent in een ruim pand met wanden en gangen vol boeken en een jagerstoets. De vreedzame jurist werkt onder geweien van herten en met het zicht op eigen groen. Hoe kijkt hij naar de verwijten van de jongste weken over wereldvreemde rechters, corrupte advocaten (Armand de Decker) en vinnige N-VA’ers als Zuhal Demir, die Unia – het centrum tegen discriminatie -, waar Matthias Storme bestuurder is voor N-VA, wil afschaffen.

‘t Pallieterke: Heeft het internationale recht voorrang op het nationale recht?

Matthias Storme: “Dat verschilt van land tot land. In Duitsland houdt het Grondwettelijk Hof vol dat de Duitse Grondwet voorrang heeft op het internationale recht. Bij ons heeft het Hof van Cassatie in 1971 aanvaard dat het internationaal recht voorrang heeft op het nationale recht en later in het Vlaams Blokarrest zelfs op de Grondwet. Die beslissing van het Hof van Cassatie is ook een onderdeel van een machtsstrijd in België. Naargelang de Vlamingen meer politieke macht en zichtbaarheid verwierven in hun land, kwam er een onderstroom van verzet bij Franstalige juristen en rechters, om via het internationale recht tegen die kanteling van de macht naar de Vlamingen in te gaan.”

‘t Pallieterke: Wie tegen de heronderhandeling is over de Conventie van Genève, over de vluchtelingen, een idee van Bart de Wever en N-VA, krijgt het verwijt reactionair te zijn.

Matthias Storme: “Volgens het politiek correcte discours gaat de geschiedenis slechts in één richting en is wie daar niet in meegaat achterlijk en een ‘bigot’. Die richting wordt verwoord in termen van steeds meer mensenrechten. De Tsjechische schrijver Milan Kundera doopte die geesteshouding “linkse kitsch”. Men gaat ervan uit dat wij allemaal goede mensen zijn, dus allemaal in eenzelfde richting marcheren die door de voormannen van de goede mensen bepaald wordt. Maar de geschiedenis van de politieke correctheid zelf toont aan dat dit niet klopt. De jongste 25 jaar veroordeelde links talloze uitingen van religie als aartsreactionair, maar vandaag vindt links het goed als het een uitdrukking is van de islam. Nu dienen fundamentele regels zoals een grondwet natuurlijk wel om de macht van de overheid te beperken en ons te beschermen tegen de waan van de dag. Belangrijke regels inzake mensenrechten, ook inzake vluchtelingen, moet men niet om de haverklap kunnen wijzigen. Maar het suprême karakter van die internationale regels heeft te veel macht gegeven aan rechters. Hun democratische legitimiteit is toch een stuk kleiner.”

‘t Pallieterke: Pure “linkse kitsch” was de klacht tegen het gebruik van een indianenhoofdtooi door de supporters van voetbalclub Gent…

Matthias Storme (lacht): “Ja, het gaat ver vandaag, die verdediging van de minderheidsrechten. De klacht tegen de Buffalo’s, de supportersvereniging van AA Gent, stamt uit de jonge ideologie van de “cultural appropriation”, de culturele toe-eigening. Er is verzet tegen blanke meisjes met dreadlocks, een blanke dame werd op een muziekfestival weggestuurd omdat zij indianenveren droeg. Het uitgangspunt is dat de vroegere machthebbers, de kolonisatoren, de culturele producten van de minderheid gekaapt hebben. De minderheid moet op alle vlakken, ook de culturele, beschermd worden tegen de meerderheid. Even een zijsprong: wat dan met de westerse cultureel-wetenschappelijke producten als de geneeskunde, onze muziek, schilderkunst, universitaire traditie… Men vergeet dat zelfs vele symbolen van minderheden geïmporteerd zijn. De Mexicaanse hoed komt uit Mongolië, de dreadlocks komen uit het oude Griekenland, enzovoort.”

‘t Pallieterke: Staat u alleen met uw kritiek op supranationale rechtspraak?

Matthias Storme: “Neen. Een belangwekkende stem is emeritus voorzitter van ons Grondwettelijk Hof en specialist volkenrecht Marc Bossuyt met zijn snoeiharde kritiek op het Europees Hof van de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg, vooral inzake asiel en migratie. Het EHRM is door die kritiek de jongste jaren wel op een aantal punten voorzichtiger geworden. Sommige lidstaten dreigden hun lidmaatschap bij dat hof te schrappen. In het Verenigd Koninkrijk is de brexit deels veroorzaakt door wat de Britten zien als de uitspattingen van dat hof en gelijkaardige Europese instellingen. De Conventie van Straatsburg, zoals uitgelegd door het EHRM, verplichtte de Britten bijvoorbeeld stemrecht toe kennen aan gevangenen, wat tot een storm van protest leidde.”

‘t Pallieterke: Mag een minderheid door een meerderheid in juridische kwesties voor voldongen feiten gesteld worden?

Matthias Storme: “Een “toevallige” politieke meerderheid mag geen regels opdringen die niet als algemeen geldig aangevoeld worden. Maar minderheden bescherm je best door bevoegdheden te decentraliseren en hen autonomie te geven. Een typische Verhofstadt-redenering is dat bij fundamentele zaken de Europese Unie alle lidstaten in het gareel moet doen lopen van die mensenrechten. Men gaat daarbij ten onrechte ervan uit dat wanneer een materie fundamenteel wordt geacht, daar ook voldoende consensus is. Maar het is vaak omgekeerd.”

‘t Pallieterke: Is dit eigen aan Europa?

Matthias Storme: “Eerder dit jaar overleed de 86-jarige Antonin Scalia, een geniale conservatieve rechter in het Amerikaanse Hooggerechtshof. Hij maakte dezelfde analyse bij de abortuskwestie. Voor 1973 verschilde de wetgeving van staat tot staat, omdat de meerderheidsopvatting ook verschilde van staat tot staat; in elke staat gold de wet waarvoor er een meerderheid was. In 1973 besliste de linkse meerderheid in het Hooggerechtshof dat er een “recht op abortus” volgt uit de federale grondwet en dat alle staten dus dezelfde wetgeving moesten hebben. Sindsdien is de kloof tussen voor- en tegenstanders een nationale kloof geworden door heel Amerika, in plaats van een lokaal probleem. Eén regel opleggen aan 50 staten betekent dat er 25 zijn waarvan de meerderheid ongelukkig is met de opgelegde interpretatie. In plaats van te pacificeren heeft die beslissing de polarisering sterk doen toenemen. Ook in Europa neemt de polarisering toe doordat men ideologische keuzes wil opleggen, ook tegen de nationale meerderheid van de bevolking in sommige lidstaten in. Als dat bovendien door rechters gebeurt, voelen mensen zich nog meer de wet gespeld door een ongrijpbare macht die ze zelfs niet kunnen wegstemmen. Terwijl het veel zinvoller zou zijn dat Europa energie steekt in vele zaken die veel minder ideologisch zijn en waar meer harmonisatie een goede zaak zou zijn. Zo heb ik twintig jaar meegewerkt aan het opstellen van uniforme Europese regels voor contracten, in het bijzonder voor koopovereenkomsten. Het zou erg nuttig zijn als we zo’n Europees kooprecht zouden hebben.”

‘t Pallieterke: N-VA heeft de activistische rechters ontdekt naar aanleiding van de visumzaak voor die Syrische familie uit Aleppo…

Matthias Storme: “Bij contracten tussen burgers gaat men strikt uit van wat partijen in hun overeenkomst hebben bepaald en wat hun oorspronkelijke bedoeling was. Die regel past men niet meer toe bij internationale overeenkomsten tussen staten. De progressieve juristen en rechters hanteren een andere visie op het recht. Zij interpreteren die conventies evolutief, veranderend dus met de tijd. Nu kunnen staten natuurlijk wel van mening zijn dat een conventie, zoals de Conventie van Genève uit 1951, moet worden aangepast aan de wereld van vandaag, zeker wanneer de letterlijke toepassing niet beantwoordt aan de geest van de overeenkomst toen. Maar wat met name met het Europees mensenrechtenverdrag is gebeurd, is dat rechters in dat verdrag heel andere dingen zijn gaan lezen dan wat er staat of bij het sluiten ervan bedoeld was. Men legt aan de staten verplichtingen op die zij nooit zijn aangegaan.”

‘t Pallieterke: Wet is wet? Moet men bij de letter van de wet blijven?

Matthias Storme: “Er is geen groot probleem dat rechters gewone wetten evolutief interpreteren. Het is wel een groot probleem als ze dat doen met rechtsregels die ze voorrang geven boven de wet, en zeker met regels die men als onaantastbaar voorstelt zoals de mensenrechten. Als zo’n regel niet meer wijzigbaar is, heeft diegene die het laatste woord heeft bij de uitleg ervan een ongelooflijke macht. Omdat de democratische meerderheid dat niet meer kan remediëren. Als een grondwet gemakkelijk te wijzigen is, is het minder problematisch daar veel in te lezen; bij ons is die grondwet wijzigen al een stuk moeilijker, en met de Amerikaanse grondwet en het mensenrechtenverdrag is dat bijna onmogelijk.”

‘t Pallieterke: Zuhal Demir wil Unia afschaffen (zie kader)…

Matthias Storme: “Zolang de regels van de Europese Unie niet veranderen, zijn we verplicht om “iets” te hebben, een aparte overheidsdienst die waakt over de uitvoering van antidiscriminatiewetten. Dat wil echter niet zeggen dat die zoveel rechten moet hebben. Unia verdedigt algemeen gesproken één bepaalde waarde, een zogenaamd recht op gelijke behandeling, maar niet andere waarden, zoals de vrijheid van meningsuiting, religie of vereniging. Bovendien is men daarin niet rechtlijnig: als in een bedrijf neutrale kledingvoorschriften gelden, waardoor moslima’s zich benadeeld voelen, staat Unia wel op de bres voor de vrijheid van religie tegen de gelijke behandeling. Kortom, het is erg twijfelachtig of zo’n instelling past in een democratie die gegrond is op een scheiding der machten.”

Frans Crols


Hervorm Unia

Matthias Storme is bestuurder van Unia, het vroegere ‘Centrum Leman’. Is bij Unia linkse kitsch te bewonderen?

Matthias Storme: “Bij Unia is een onderhuidse trend naar linkse kitsch aanwezig. De vooruitgang, de wereld evolueert maar in één richting, aldus de consensus in het huis, niet in twee richtingen. Wie zijn wij, zeg ik, als lid van de raad van bestuur, om dat te decreteren: wij zijn een overheidsinstelling, dus moeten wij onze wettelijke opdracht op een neutrale manier uitvoeren. Dat is dus dezelfde aanpak als die van andere overheidsinstellingen. Unia moet mijns inziens in de uitvoering van zijn wettelijke opdracht rekening houden met alle vrijheden in de grondwet, maar bekommert zich nauwelijks om de vrijheid van meningsuiting of de rechten van verdediging. Men antwoordt dat het niet de taak van Unia is om die vrijheden te beschermen, dat men enkel de specifieke taak heeft om burgers te beschermen tegen discriminatie. Wel is men nu een stuk terughoudender om de vrije meningsuiting aan te vallen. Die wordt in redelijke mate erkend, al gaat dat dan bijna altijd gepaard met een morele boodschap die omzeggens steeds in dezelfde richting kijkt.”

‘t Pallieterke: En de wetgever die die antidiscriminatiewetten maakt?

Matthias Storme: “Onze wetgever is met de hulp van het Grondwettelijk Hof veel te ver gegaan, en met name een héél stuk verder dan wat de EU al heeft opgelegd. Zo gelden vele discriminatieverboden in Duitsland enkel voor Massengeschäfte, dus een persoon, vereniging of bedrijf met een groot publiek of een groot aantal transacties. Dat is zeer zinvol. Een voorbeeld: ik heb één woning te huur en moet dus alle kandidaten min één uitsluiten als huurder. Ik moet kiezen aan wie ik verhuur en zou ook de vrijheid moeten hebben mijn eigen criteria te gebruiken. Hoe dan ook zullen alle kandidaten op één na niets krijgen. Wanneer een persoon die beweert gediscrimineerd te zijn zou moeten gekozen worden, discrimineert men daarmee iemand anders. Dat is enigszins anders wanneer een verhuurder een groot aanbod in handen heeft, met bijvoorbeeld honderd appartementen op de markt. Dan kan men al eerder verlangen dat een verhuurder die keuze op redelijke gronden maakt. Onze wet kent dat onderscheid niet, maar onderscheidt wel tussen de aanbieders en de afnemers van goederen en diensten. Kopers mogen wél discrimineren bij wie ze hun aankoop doen en bij wie niet, de verkoper niet. Alsof de verkoper altijd de sterkste partij is en de koper de zwakste. Neen, we moeten het discriminatieverbod beperken tot gevallen waar er echt een machtspositie is op de markt.

De wetgever kan ongelijke kansen beter financieel aanpakken, bijvoorbeeld door bedrijven die extra inspanningen leveren om personen met een handicap te integreren te belonen en de anderen meer te doen betalen. De kost van aanpassingen verschilt ook van bedrijf tot bedrijf, en deze mensen zijn er zelf ook bij gebaat te werken in bedrijven die daarvoor openstaan. Meer algemeen maak je veel minder mensen ongelukkig als je persoonlijke voorkeuren wel degelijk laat meespelen. Een discriminatieverbod gaat steeds ten koste van maatschappelijke welvaart. Of zoals mijn Amerikaanse collega Epstein zijn boek noemde: “Equal opportunities or more opportunities?”, willen we enkel gelijke kansen, of willen we meer kansen?”


Katholiek, ja

De ouders van Matthias Storme – zijn vader is professor emeritus en advocaat Marcel Storme, zijn moeder is een de Schryver – hebben Christen Forum gesticht in Gent. Christen Forum is tot vandaag een levendige vereniging die het intellectuele debat over religie, samenleving, cultuur aanwakkert. Storme junior stapt in dezelfde lijn en probeert vooraanstaande christelijke denkers naar de KU Leuven te brengen. Einde maart komt de Amerikaanse theoloog Russell R. Reno, ex-protestant, voor de Newman Society spreken over zijn boek “Resurrecting the Idea of a Christian Society”.


Tags toegewezen aan dit artikel:
2017-01Op de praatstoel

Gerelateerde artikels

Prof. Els Witte: 1830 was een kwalijke operette

De Leuvense nobelman d’Udekem, van de familie van koningin Mathilde, was een radicale orangist en contra de revolutie van 1830.

VRT mag Vlamingen niet voor de gek houden

Met “Verdeelde klas”, de Koppen-reportage van vorige week, kregen we een schitterend voorbeeld van de manier waarop de openbare omroep

Twee keer Knoops

De familie Knoops blijft in Wallonië een ronkende naam. Veertig jaar geleden was Etienne Knoops één van de kopstukken van