Briefje aan Tom Boonen

Vroeggepensioneerde

Mijnheer de Flandrien,

Gij hebt vorige zondag in Robeke (Roubaix) afscheid genomen van ‘de koers’. Helaas zijt gij er niet in geslaagd de kers op de taart te zetten door de ‘hel van het noorden’ voor een vijfde keer te winnen. In uw rijkgevulde wielerloopbaan waart gij daar liefst vier keer in geslaagd, en vorig jaar eindigde gij nog tweede. Niettemin, wielerminnend Vlaanderen en alle wielerliefhebbers van elders juichten u dankbaar en van harte toe voor uw fraaie loopbaan en uw nauwe, volkse band met alle supporters. Want als er iets is dat de mensen gaan onthouden, na uw 148 zeges, dan is het wel dat. Gij zijt een van hen, een ontwapenende flapuit, een jongen van het volk met een goed hart, een doorzetter uit de weerbarstige Kempen, en vooral: een sportieve atleet. En een Vlaamse familiemens.

Ik lees op diverse plaatsen dat ‘een flandrien een wielrenner is die een wielerwedstrijd hard maakt door voortdurend te kiezen voor de aanval en te blijven rijden totdat hij oververmoeid de streep bereikt. De term is ontstaan tijdens de Vlaamse wielerkoersen van het interbellum, toen de wielrenners een voortdurend gevecht moesten leveren tegen de slecht gelegde kasseien van de Vlaamse wegen.’ Aangezien gij de Flandrien-Trofee enkele keren veroverde, mogen wij aannemen dat gij u met recht en reden in de rij van de legendarische Vlaamse ‘coureurs’ moogt zetten, zeker ook omdat gij de kasseien van Vlaanderen en Frans-Vlaanderen herhaaldelijk en met brio kondt beheersen. Daarnaast was er drie keer de Ronde van Vlaanderen, de titel van wereldkampioen; ook werdt gij tweemaal Belgisch kampioen. Plus nog veel andere zeges en trofeeën. Het is een indrukwekkende lijst. Gij hoort zonder twijfel in de galerij der Vlaamse groten. Daar is vriend en vijand het roerend over eens.

Ook al was uw levensweg niet altijd even rimpelloos – processen voor overdreven snelheid (met de auto), een glas te veel op, een lijntje ‘spul’, eventjes een ander lief, in Monaco gaan wonen om de Belgische fiscus te vlug af te zijn -, toch zal Vlaanderen altijd onwaarschijnlijk mild zijn (en blijven) en u koesteren als een grote kampioen. Een politicus met dergelijke ‘dwalingen’ zou het voor de rest van zijn carrière kunnen vergeten… Maar gij koost uiteindelijk weer voor uw jeugdliefde Lore en gij kreegt een tweeling met haar. Gij streekt de plooien zelf weer glad en gij zette uw privéleven weer op orde. Het werd geapprecieerd en voor uw supporters bleeft gij de absolute en onbetwiste nummer één.

Hoe dan ook, gij hebt geschiedenis geschreven. En dat vonden niet alleen uw supporters, maar ook heel veel collega’s. Zij lieten niet na u te danken voor zoveel collegiaal koersplezier. Er waren er zelfs die niet aarzelden om u ‘een legende’ te noemen. Ook de Waal Philippe Gilbert ontbreekt, naast buitenlandse renners, niet in die lange rij.

Het doet dan ook deugd dat, precies op het moment dat gij uw fiets aan de haak hangt, een nieuwe ‘keigoeie’ Vlaamse wielrenner op de hoogste podia pronkt. Greg van Avermaet neemt het naadloos van u over, en gij zult dat wel weten te appreciëren.

Als vroeggepensioneerde zult gij wellicht nog niet uit beeld verdwijnen en we zijn benieuwd waar gij terug zult opduiken. We zien wel. Maar ook ik dank ik u, voor de vele spannende sportieve momenten en hoop dat gij ‘zotte kuren’ achterwege laat en uw familie blijft koesteren. En met familie bedoel ik dan niet alleen uw gezin, maar ook het sportieve Vlaanderen.

Het ga u goed, Vlaamse reus!

’t Pallieterke


Tags toegewezen aan dit artikel:
2017-15Briefje

Gerelateerde artikels

Praten met Katharina Van Cauteren

“Waarom zijn Vlamingen zo lachwekkend kritisch voor zichzelf?” Katharina van Cauteren is de jonge kunsthistorica die The Phoebus Foundation leidt.

Briefje aan Siegfried Bracke

Meter met twee maten Mijnheer de primus inter pares, Inderdaad, gij zijt de eerste burger van alle gelijken in dit