Federale regering moet zich niet moeien met investeringsplan

Vorige week stelde de federale regering plechtig een investeringsplan voor om de economie aan te zwengelen. Op zich een goede zaak, maar eigenlijk heeft de federale regering zich daar niet mee te moeien.  Publieke investeringen zijn een taak van de lokale overheden en van de deelstaten.

Het was opnieuw een mooi staaltje aankondigingspolitiek, waarop de regering-Michel stilaan een patent heeft. Eerste minister Charles Michel (MR) stelde gisteren in aanwezigheid van de voltallige regering plechtig een investeringsplan voor, maar dat bestaat vooral uit al bestaande plannen met al vastgelegde budgetten. Niets nieuws dus en vooral recyclage.

Wat niet wil zeggen dat er geen nood is aan publieke investeringen. Omwille van tal van besparingen zijn de overheidsinvesteringen in wat men vaste activa noemt (wegen, spoorwegen, scholen, enzovoort) de voorbije jaren steevast afgenomen. In de periode 2011-2015 beliepen de overheidsinvesteringen 2,4 procent van het bbp. Dat is 0,6 procentpunt minder dan in de buurlanden en 0,4 procentpunt lager dan in de Europese Unie. Er wordt tegenwoordig slechts de helft geïnvesteerd van de bedragen in de periode 1970-1983.

Lage overheidsinvesteringen zijn slecht voor de economie. Ze hebben als gevolg dat de kwaliteit van de wegeninfrastructuur aanzienlijk verslechtert. Kijk maar naar de situatie in de Brusselse tunnels. Op vele autosnelwegen is het na een strenge winter huilen met de pet op. Voor een logistiek cruciale regio als Vlaanderen is dit zeer jammer.

Als er dan weer meer geïnvesteerd wordt, leidt dat tot extra jobs – niet alleen in de bouwsector – en dus ook meer economische groei. Een onderzoek van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) leert dat een toename van de overheidsinvesteringen met 1 procent van het bbp na één jaar zorgt voor een stijging van het bbp met 0,4 procent. Na vier jaar loopt die impact op tot 1,5 procent. En dat hebben we meer dan nodig. Het is dan ook het moment om extra te investeren. De lage rente maakt de financiering van publieke investeringen bovendien goedkoop.

De aankondiging van de federale regering kan in dat verband als een goede zaak worden beschouwd, maar eigenlijk gaat de regering-Michel haar boekje te buiten. Het is immers zo dat overheidsinvesteringen een taak zijn van de lagere overheden zoals men dat noemt, de gewesten dus en de steden en gemeenten. Zij nemen ook daadwerkelijk het gros van die investeringen op zich. Steeds meer via Publiek Private Samenwerkingen (PPS), die de  effectiviteit en efficiëntie van het overheidsoptreden bij grote projecten bevorderen door de overdracht van projectrisico’s aan een privaat consortium van bedrijven. Ook omdat dit alles budgettair gemakkelijk is, al is de Europese Commissie steeds strenger voor overheden die zo’n uitgaven buiten de begroting houden.

Echter, door de opeenvolgende staatshervormingen wordt het voor de deelstaten steeds moeilijker om die taak van publieke investeerder op zich te nemen. Zeker de zesde staatshervorming vormt hier een probleem. Die staatshervorming was eigenlijk een besparingsoperatie waarbij de federale overheid en het geherfinancierde Brussel de factuur hebben doorgeschoven naar de gewesten en vooral Vlaanderen. De regio’s kregen meer bevoegdheden (onder andere op het vlak van arbeidsmarktbeleid en gezondheidszorg) maar slechts 85 procent van de middelen werden overgeheveld. Ook moeten de deelstaten een solidariteitsbijdrage betalen voor de vergrijzingskosten. Bij haar aantreden, werd de regering-Bourgeois geconfronteerd met een tekort van 2 miljard euro. Deels door de lage groei, maar ook en vooral door de factuur van de staatshervorming die naar Vlaanderen werd doorgeschoven.

Ondanks die moeilijke situatie is de regering-Bourgeois een investeringsregering geworden. Momenteel zijn er al voor 955 miljoen nieuwe investeringen in zorg, onderwijs, onderzoek & ontwikkeling en infrastructuur opgestart. De meerjarenraming 2017-2022 leert dat daarbovenop nog extra beleidsruimte is voor 200 miljoen euro in 2019. Vlaanderen doet dus zijn werk, maar de andere regio’s zoals Wallonië en Brussel, hinken achterop. Als de federale regering zich toch wil moeien met het investeringsbeleid, zou het beter de andere deelstaten op hun verantwoordelijkheid wijzen dan een herkauwd investeringsplan aan te kondigen.

Angélique Vanderstraeten


Tags toegewezen aan dit artikel:
2017-14Beurs

Gerelateerde artikels

De Lila Heks van de DDR is dood

Je had hen achter het IJzeren Gordijn in dubbel: een brutale dictator die in tandem met een manwijf regeerde, folterde

Eurostadion belandt op bord Vlaamse regering

Vroeger dan verwacht belandt het dossier van het Eurostadion op het bord van de Vlaamse regering. Iedereen had verwacht dat

Zuur & Zoet

Unia Als Unia de eigen normen over racisme strikt en onpartijdig zou toepassen, zou het alle imams moeten vervolgen en