Omdat we het willen geloven

Omdat we het willen geloven

Vorige week was ik met mijn vrouw in een boekenwinkel. Ik kocht er voor de prijs van een metroticket een editie van Schopenhauer zijn ‘Die Kunst, Recht zu behalten’ oftewel ‘De kunst van gelijk krijgen’. Mijn vrouw vertelde de boekhandelaar dat ik dat boek niet nodig heb: ik denk volgens haar sowieso altijd dat ik gelijk heb, en dus was Schopenhauers amusante kleine werkje in mijn geval overbodig.

We bewijzen allemaal lippendienst aan de gedachte dat we mogelijk ongelijk hebben wanneer we publiek een mening verkondigen, maar gelooft iemand dat echt? Ik bedoel, zowel in zijn hoofd als in zijn hart. We weten heel goed dat we soms van gedacht veranderen over iets. In feite zelfs dat we in het verleden over veel dingen van gedacht veranderd zijn. De overtuiging dat we gelijk hebben is echter een constante die op elk mogelijk moment onze mening als een schaduw vergezelt. Ze blijft bij ons, zoals de grijns van de Cheshire-kat uit ‘Alice in Wonderland’ in de boom bleef nadat de rest van de kat volledig was verdwenen. Onze vergissingen bevinden zich altijd in het verleden, nooit in het heden.

De menselijke natuur

Dat alles is de menselijke natuur, die Schopenhauer als slecht aanmerkt. Dat is nogal vreemd, want als de menselijke aard slechts is hoe mensen zijn en hoe ze als het ware toevallig worden gevormd door een onvermijdelijk lot, hoe kan je die natuur dan als slecht beoordelen? Onze ijdelheid, stelt Schopenhauer, is groter dan onze liefde voor de waarheid. Indien dit niet zo was, zouden we onze meningen zonder problemen bijstellen telkens wanneer iemand aantoont dat ze verkeerd zijn. Dat gebeurt echter zelden.

Misschien nog verbazender dan ons vermogen om onszelf te overtuigen van onze huidige onfeilbaarheid, ook al weten we dat het we in het verleden vaak bij het foute eind hadden, is onze bereidheid om anderen te overtuigen van hun eigen grote betrouwbaarheid, zo niet van hun complete onfeilbaarheid, ook al bleken ze vroeger al vaak fout en zelfs belachelijk fout te zijn geweest. Als er bijvoorbeeld een belangrijke verkiezing aankomt, dan werpen we ons op de peilingen zoals de Romeinen op de ingewanden van kippen, en dan nemen we wat de peilingen zeggen voor waarheid aan.

Zachte of diepe recessie, of iets tussenin, of geen recessie

Het is hetzelfde met economen en financieel adviseurs. Ik luister naar mijn financieel adviseur alsof hij beter weet dan ik wat er in de toekomst gaat gebeuren. Ik geloof hem omdat ik hem wil geloven, zelfs als ik weet dat zijn advies evenzeer in zijn eigen belang is als in het mijne. Ik maak mezelf wijs dat het in zijn belang is om zijn klanten, mezelf inbegrepen, goed advies te geven omdat hij anders al snel helemaal geen klanten meer zou hebben. Dat was echter niet het geval met Mr. Madoff.

Zoals ik luister naar economen, zo lees ik ook nog altijd wat ze schrijven in de kranten. Ook al hoorde ik ooit eens een van de meest eminente onder hen, een Amerikaanse professor aan een van de meest gereputeerde en beste universiteiten ter wereld die tijdelijk werkte voor het Amerikaanse ministerie voor Financiën, op de radio – ik zat toen in de taxi, de enige plaats waar ik ooit naar de radio luister, of beter hoor – zeggen dat er misschien of misschien niet een recessie zou komen. En als er een recessie zou het een diepe en een lange recessie zijn. Of een korte en zachte. Of iets tussen de twee. Dat had ik denk ik ook zelf kunnen bedenken zonder zijn hulp, zelfs al ben ik geen economieprofessor aan een prestigieuze universiteit die zijn studenten 60.000 pond per jaar aanrekent om daar te studeren. Het was echter het serieuze waarmee hij zijn banaliteiten vertelde die de hele dag bijbleven. De man die hem interviewde was diep respectvol en dankte hem uitvoerig voor zijn inzichten.

We luisteren naar mensen als deze professor, deze tovenaar-dokter in de economie, omdat we het prettig vinden te weten dat iemand, ergens, weet wat er aan het gebeuren is en er zelfs controle over heeft. Dat is waarom we samenzweringstheorieën zo comfortabel vinden, zelfs wanneer ze ons boos maken.

Theodore Dalrymple


Tags toegewezen aan dit artikel:
2017-15Theodore Dalrymple

Gerelateerde artikels

Een vrouw

“Die strook aarde waar geen huwelijken uit liefde bestaan, en waar twee maal twee vijf is, telt 600 miljoen mensen

Steen der Wijzen aan de Schelde

Langs de Schelde dampen reusachtige distilleerkolven. Tussen dat geweld reppen duizenden mannetjes en weinig vrouwtjes zich van controlecomputer naar reparatiewerk,

Twee Oostendse meesters van het licht

Mu.ZEE opende een nieuwe museumvleugel waar het permanent de collecties James Ensor en Léon Spilliaert, de twee grootmeesters van Oostende,