Op 25 mei kiezen we voor het Vlaams Parlement en voor de Kamer met z’n allen op provinciale kieslijsten. Een West-Vlaming kan niet stemmen voor een Antwerpenaar, laat staan voor een Brusselaar of een Waal, en omgekeerd. In het regeerakkoord van de regering-Di Rupo werd vastgelegd dat er nood was aan politieke vernieuwing om het “vertrouwen van de kiezer in de politiek” te herstellen, onder meer door het invoeren van een federale kieskring. Een speciale commissie van Kamer en Senaat buigt zich dezer dagen onder meer via hoorzittingen met politicologen en grondwetspecialisten over “de kwestie van een federale kieskring voor de Kamer”. In essentie gaat het om een lelijke poging om N-VA en Vlaams Belang te kortwieken, gepresenteerd onder een mooi parapluutje van professoren.

Maak u klaar voor de hemel op aarde: de federale of unitaire kieskring. Als we van Knokke le zoute tot Arlon voor een aantal Kamerzetels ook kunnen stemmen voor Franstaligen en de Franstaligen voor Vlamingen, dan komt alles goed. Zo simpel is de boodschap van sommige wanhopige Vlaamse politici, aangemoedigd door Di Rupo.

Spelen met de kieskring behoort tot het politieke machtsspel. Sinds mensenheugenis werd er in dit land voor de Kamer gestemd in kiesarrondissementen. Geen slechte zaak voor de toen landelijk sterk verankerde CVP. De paarse regering-Verhofstadt maakte daar in 2003 provinciale kieskringen van. Geen slechte zaak voor de in de centrumsteden sterk aanwezige socialisten en liberalen.
Vooral de Vlaamse liberalen, maar ook Groen en parlementsleden van sp.a en CD&V pleiten nu voor een unitaire (federale) kieskring. Goed voor de democratie, probeert men te argumenteren. Als kandidaten ook rekening moeten houden met de overkant van de taalgrens, worden communautaire standpunten minder relevant en zullen spanningen afnemen. De achterliggende agenda druipt echter van de argumentatie van elke voorstander: de macht van de N-VA verminderen…

Het ideetje dateert al van 1979, maar werd toen vooral door Franstaligen afgeschoten omdat die vreesden dat het hoofdzakelijk voordeel zou opleveren voor Vlamingen in Wallonië. Een aantal academici (Philippe van Parijs, Kris Deschouwer) haalden het zo’n tien jaar geleden vanonder het stof. Verenigd in de paarsgetinte Paviagroep, genoemd naar de straat in Brussel waar ze de eerste keer formeel bijeenkwamen, probeerden Deschouwer en co het idee weer op de politieke agenda te krijgen.

Ze kregen in de loop der jaren steun van gelijkgezinde collega’s: Dave Sinardet, Rik Coolsaet, Stefaan Walgrave, Marnix Beyen, Carl Devos, Lieven de Winter, Marc Hooghe, Petra Meier en – jawel – van de PS’er Paul Magnette. De academici spuwden opiniestukken over dit thema.

Sluipweg

Over het werkelijke doel van dit kieskringmanoeuvre was Sinardet erg duidelijk: “Een federale kieskring van een deel van de nationale vertegenwoordigers zou kunnen leiden tot federale kiesallianties tussen partijen over de taalgrens heen.” Terug naar unitaire partijen dus. Een achterwaartse beweging die kan tellen. Niet revolutionair, niet progressief, maar reactionair. De voorbije weken kregen een aantal liberalen al ruim de kans om – in de media waar liberalen vaak thuis zijn – het idee nog maar eens op te rakelen.

De Vlamingen volgen de discussie over dit onderwerp maar beter op de voet. Het is immers een sluipweg naar meer België en minder Vlaanderen.
Als een unitaire kieskring belangrijk is, waarom splitsten dan enkele decennia geleden de liberalen en de andere unitaire partijen?
Als een unitaire kieskring voor parlementsverkiezingen veel democratischer is, waarom bestaat die dan in geen enkel federaal land? Merkel werd bondskanselier met 87.000 stemmen. Alleen in de VS wordt de president federaal verkozen. De Fransen stemmen per departement.

Vroeger, met arrondissementele kieskringen, kon een Oostendenaar niet stemmen voor een Bruggeling, en omgekeerd. Ondemocratisch? Met de provinciale kieskringen van vandaag kan een Limburger niet op Jambon stemmen en een Antwerpenaar niet op Dewael. Ondemocratisch? Als democratie betekent dat men de politiek dicht bij de mensen houdt, wat wordt dan de winst van een klein groepje “nationale helden” met een tricolore pluim op hun hoed?
Als Open Vld meent over de taalgrens te kunnen scoren, waarom komt de partij dan niet op in Wallonië? De Union des Francophones (UF) doet dat in Vlaanderen en heeft vandaag één verkozene in het Vlaams Parlement.
Als het systeem technisch haalbaar is, waarom duurt het dan zo lang vooraleer de liberalen nu eens verduidelijken hoeveel “nationaal te verkiezen” Kamerleden ze dan wel willen? Tien, vijftien of vijftig, hoorden we al. “Een deel”, zegt Dewael. Tja…

Als de democratie vereist dat we ook politici van over de taalgrens moeten kunnen sanctioneren, waarom dat principe dan invoeren voor pakweg tien procent “toppers” en niet voor die negentig procent provinciaal verkozen (tweederangs)kandidaten?

En wanneer leggen de liberalen eens uit hoe ze zullen voorkomen dat alle zetels naar de (60 procent) Vlamingen zouden gaan? Doen zoals de Pavia-proffen en de beschikbare topplaatsen – in strijd met hun federale filosofie – al meteen verdelen tussen Vlamingen (9) en Franstaligen (6)? Wat schieten we daarmee op?

Gaan de voorstanders van een federale kieskring straks op pad om het schitterende idee te verdedigen dat Waalse socialisten stemmen mogen komen ronselen in Antwerpen en Vlaamse liberalen hetzelfde mogen doen in Charleroi? Daar zullen hun lokale kandidaten blij mee zijn.

Einddoel

Is het invoeren van een federale kieskring een juridische en politieke utopie? De wet wijzigen vereist een tweederdemeerderheid in de Kamer. Moeilijk, maar met de traditionele partijen en Groen weet je nooit, zo leerde de zesde staatshervorming. Het idee mag nog zo utopisch zijn, het komt de komende weken opnieuw boven water in een parlementaire onderzoekscommissie. Zo was afgesproken in het regeerakkoord. Hebben onze excellenties en volksvertegenwoordigers geen dringender dingen te doen?

Het mikpunt van de paarse academici en de politiek wanhopige Vlaamse topliberalen (nog goed voor 12 procent in de recentste peilingen) leek al van bij de geboorte van dit ideetje duidelijk: de Vlaamse partijen die kiezen voor meer Vlaanderen (CD&V, N-VA en VB) schade berokkenen. “Als het van mij afhangt, dan zou ik het liefst opkomen in een federale kieskring. Ik zou dus ook graag kandidaat in Vlaanderen zijn, ja”, zei Di Rupo onlangs in De Morgen. De reden waarom de PS dat ideetje almaar duidelijker steunt, is dezelfde.

Willen we meer democratie in onze federale politieke huishouding? Laten we dan starten met het afbouwen van de pariteit in de federale regering, van de alarmbelprocedures, dubbele meerderheden en andere grendels.

Deze week maandag begonnen de hoorzittingen met zes universiteitsprofessoren. Naar oud-Belgische gewoonte drie Franstaligen en drie Vlamingen. Onder die drie Bart Maddens, maar ook Dave Sinardet en Petra Meier. Twee “Pavianen” en één Vlaamsgezinde. De zoveelste sluipweg naar meer België.