De grondlegger van de menselijke anatomie was een Brusselaar. Inderdaad, Andreas Vesalius (Van Wesel), was de humanistische geleerde die het lichaam van de mens voor het eerst systematisch begon te ontleden en te beschrijven. Makkelijk was dat niet. Net als zijn confraters in de voorgaande eeuwen werd hij door de Kerk flink op de huid gezeten. Maar Vesalius volhardde en hij verlegde een grote steen in de stroom der medische wetenschappen. Alleen had de vorser dat nooit gekund. Het drukkerswezen bood hem en zijn volgers bij het verspreiden van de nieuwe kennis een helpende hand. Toch bleef het geneeskundige werk, in tegenstelling tot de vele bijbels en religieuze boeken, in de 16de-eeuwse drukkerij vooralsnog een rariteit. De Antwerpse meesterdrukker Christoffel Plantijn gold over het algemeen als de specialist van de wetenschappelijke uitgave. Menig geneeskundig-anatomisch werk liet hij van zijn persen rollen.

Dit jaar is het exact vijfhonderd jaar geleden dat Vesalius ter wereld kwam en daarom wordt de man uitgebreid herdacht. Een eerste hoogtepunt in dat huldeprogramma is de tentoonstelling “De anatomie ontleed”. De expo bevindt zich op het kruispunt tussen drukkerswezen en anatomische studies en is zeer toepasselijk in het Antwerpse Museum Plantin-Moretus ondergebracht. Het centrale meesterwerk is de “Vivae imagines corporis humani” van de Spaanse arts Juan Valverde. Dat boek werd in 1566 in het bedrijf van Plantijn vervaardigd en is gebaseerd op de baanbrekende anatomische vaststellingen van Vesalius, bij wie Valverde te Padua les had gevolgd. Valverde putte voor zijn werk gretig uit het assortiment kopergravures van de Brusselse arts.

Het breed becommentarieerde werk van Valverde is een opstap naar de verdere uitweiding over de voorgeschiedenis en de kennis die men in die tijd had van de wetenschappen en de anatomie in het bijzonder. Het is een historie die zich niet uitsluitend toespitst op de methodieken en resultaten van één wetenschap in een welbepaalde periode. De toeschouwer wordt meegevoerd in een inzichtelijk verhaal over het loskomen van meer dan duizend jaar oude mantra’s en de opkomst van de autonome wetenschappelijke geest, maar ook over de wijze waarop studie en esthetiek ooit hand in hand gingen. De geleerde bevindingen konden niet anders dan op een hoogst artistieke manier, in dit geval via gravures, te worden gevisualiseerd. Enkele specialisten, onder wie kunstenaar Michael Borremans, begeleiden het geheel met hun vakkundige commentaar.

De tentoonstelling is te bezoeken tot 31 augustus 2014 in Museum Plantin-Moretus, Vrijdagmarkt 22 te Antwerpen. De presentatie is een voorsmaakje van een permanente opstelling die in 2016 wordt gelanceerd.