De manier waarop België de honderdste verjaardag van de Eerste Wereldoorlog herdenkt, is beschamend. Terwijl de wereld zich vooral de vier jaren herinnert dat er werd standgehouden aan de IJzerlinie, koos België gauw Luik uit om een internationale herdenkingsdag te organiseren in aanwezigheid van allerlei staatshoofden, waaronder de Franse president Hollande, die een ererol toegemeten kreeg.

De fransdolheid ging zo ver dat de vliegtuigen die tijdens de herdenking over Luik vlogen, in de lucht niet de kleuren van de Belgische maar die van de Franse vlag nabootsten: rood-wit-blauw, terwijl er geen Fransman aan de gevechten om de forten van Luik deelnam. Je moet het maar durven. België heeft hiermee de toon gezet voor een buitenproportionele beklemtoning van de Franse belangen bij de herdenking van 1914-1918. Terloops wist de Belgische premier van lopende zaken Di Rupo zich tussen de autoriteiten met hun veelal betekenisloze hoogdravende toespraken te wringen met een louter voor binnenlands gebruik bedoelde tussenkomst, waarin hij in het Frans zei uit de Eerste Wereldoorlog te hebben geleerd dat “wij ons onverbiddelijk moeten opstellen tegen elke vorm van racisme, xenofobie en antisemitisme”. Van racisme had men in 1914 nog nooit gehoord behalve in gunstige zin. Zo had koning Albert I het in zijn toespraken steeds over de twee rassen (letterlijk) die België telde. Van xenofobie was geen sprake want de immigratie bleef beperkt tot circuspersoneel. Antisemitisme was onbekend: al lustte men de joden niet erg, niemand in de deelnemende legers dacht er aan om ze anders te behandelen dan hun medeburgers.

Vlaanderen afwezig
Wat hebben wij ons met Di Rupo op de hals gehaald! Welk een verantwoordelijkheid hebben de Belgische partijen van Vlaanderen (CD&V, SP, VLD) op zich genomen toen ze meer dan twee jaar geleden toestonden dat deze sluwerik zonder allure, een man zonder opvoeding, zonder cultuur, aan het hoofd werd geplaatst van België en derhalve van Vlaanderen. Hij geniet geen enkel gezag in de internationale wereld waar hij namens ons een representatierol dient te vervullen, behalve – uit opportunisme – in Frankrijk en dan nog uitsluitend in het zogenaamd linkse deel ervan. De Italiaanse politiek en regering houden zich zichtbaar op afstand. En dan spreekt dit personage op de enige enigszins internationale herdenking van de Eerste Wereldoorlog die bij ons plaatsvond, over racisme, xenofobie en antisemitisme, mijn hemel! Het is jammer dat alle aanwezigen beschaafde mensen waren en derhalve niemand uit protest is opgestapt toen Di Rupo sprak.

Er is trouwens een forse en goed georkestreerde campagne aan de gang om te verhinderen dat Vlaanderen , in welks zogenaamde “Westhoek” de oorlog vier jaar lang woedde, de herdenking zou monopoliseren, en vooral: dat Vlaanderen op het idee zou komen – wat nog niet gebeurd is – om de herdenking in het teken te stellen van de geschiedenis van de Vlaamse Beweging. Die kreeg immers een forse impuls door enerzijds de uitroeping van de Vlaamse onafhankelijkheid in het bezette land en anderzijds de anti-Belgische klacht die opsteeg uit de loopgraven aan de IJzer.

Allerlei instanties doen hun uiterste best om de legitimiteit van de Vlaamse herdenking van de Eerste Wereldoorlog onderuit te halen, en daar staat tot hiertoe aan Vlaamse zijde weinig of niets tegenover. Terwijl bijvoorbeeld Vlaamse kranten allerlei niet onjuiste maar van Vlaams standpunt uit gezien irrelevante artikelen over de oorlog publiceren, slagen de Franstalige media erin om sinds begin augustus geen dag te laten voorbijgaan zonder een of andere vileine aanval op Vlaanderen, op de geschiedenis van Vlaanderen en op de Vlaamse Beweging.

Een Vlaamse mythe?
Dit culmineerde in Le Soir van 7 augustus in een betoog van twee bladzijden “bewijzend” dat het verhaal als zouden de Vlaamse soldaten de Franstalige bevelen van hun officieren niet begrepen hebben, een mythe is. Het is het stokpaardje van Sophie De Schaepdryver, die een paar goede werken heeft geschreven over de Eerste Wereldoorlog maar daarom nog niet noodzakelijk de enige bron daarvoor hoeft te zijn. Dat verhaal dus over de tragische gevolgen van de eentaligheid van de Belgische militaire bevelvoerders, is afkomstig van talloze getuigenissen, om te beginnen van Frans Daels, die legerarts was. Waarom zouden die mensen niet de waarheid hebben gesproken, zoals zij die zelf vernomen hadden uit de mond van de vele Vlaamse soldaten die amper konden lezen en schrijven, en dus zelden zelf hun ervaringen konden wereldkundig maken? Er is, vooral in Vlaanderen (Gent), een historische school aan het ontstaan die alleen gelooft wat geschreven staat, en dus (verrassend voor lieden die zo graag voor “progressief” doorgaan) bij voorbaat alles uit de geschiedenis weggommen wat slechts op mondelinge overlevering berust. We hebben dit fenomeen, dat fundamenteel anti-sociaal is want het erkent geen andere historische actoren dan een hooggeletterde elite, recentelijk in dit blad nog aangeklaagd in verband met de geschiedschrijving over de naoorlogse repressie: wie alleen met geschreven bronnen werkt, heeft er niets van verstaan en komt tot verkeerde conclusies.

De verkeken kans
Hoe jammer is het dat wij op dit moment niet meer beschikken over een IJzerbedevaardcomité zoals dat bestand toen er na de oorlog vele tienduizenden deelnamen aan de IJzerbedevaart, dat wil dus zeggen voordat Lionel Vandenberghe in opdracht van Hugo Schiltz overging tot dynamitering van de Bedevaarten door de deelneming eraan van het Vlaamse radicalisme onmogelijk te maken.
Hoe jammer dat wij op dit herdenkingsmoment geen reusachtige bedevaart meer kunnen organiseren, zoals dat in de jaren vijftig-zestig-zeventig van vorige eeuw nog wel kon. Hoe had de wereld, die gesensibiliseerd is door de verschillende herdenkingen overal, daarnaar opgekeken. Wat een tribune had dit kunnen zijn voor Vlaanderen, en ja, ook voor de inmiddels alweer bijna vergeten doelstelling van de Vlaamse onafhankelijkheid. Wat een steun had dit kunnen zijn voor Schotland, waar in september over de zelfstandigheid wordt gestemd, en voor Catalonië, waar dit in november gebeurt. Nu staan we daar: naakt, – sorry maar het is geen aantrekkelijk gezicht. We hadden vandaag wereldwijd betekenis kunnen hebben en Europese politieke invloed kunnen uitoefenen door de unieke Vlaamse koppeling van Eerste Wereldoorlog aan independentisme, maar de kans is verkeken, – door onze eigen grote schuld, doordat we ons hebben overgeleverd aan partijen die hun kleine particuliere belangetjes lieten prevaleren op de Vlaams-nationale doelstelling. En niemand die dit aanklaagt. Niemand ook die zelfs maar klaagt.

Niemand die nog eens herinnert aan de boodschap van de erfgenamen van de gebeurtenissen van de Eerste Wereldoorlog in Vlaanderen, en die luidde: “nooit meer oorlog” (en geen praatjes over “vrede”, het woord dat tegenwoordig door alle oorlogvoerenden wordt gebruikt), “godsvrede” (en geen lafhartige verdraagzaamheid, het motto van de beginselloze, leidend tot geven en toegeven), en “zelfbestuur”, wat nooit iets anders betekend heeft dan volledige of althans voldoende nationale zelfstandigheid om precies te doen wat het woord zegt: onszelf besturen. Wie zal in Vlaanderen de Eerste Wereldoorlog herdenken vanuit deze authentieke Vlaamse traditie? Wie zal dit internationaal omkaderen door er een betoging van te maken voor het zelfbeschikkingsrecht der volkeren?

MARK GRAMMENS