Prof. Els Witte: 1830 was een kwalijke operette

Prof. Els Witte: 1830 was een kwalijke operette

De Leuvense nobelman d’Udekem, van de familie van koningin Mathilde, was een radicale orangist en contra de revolutie van 1830. Eduard Anseele, een vader van het socialisme, verwierp de opstandelingen en België. Het orangisme wortelde in de elite, bleef vinnig tot 1848 en bleef versluierd bestaan tot 1900. Dat de fans van De Stomme van Portici overwonnen, kwam door Frankrijk, de Kerk, de wankelmoedige Oranjes en opgehitst plebs.

Voor mij ligt een boeiend geschrift, door De Bezige Bij juichend verpakt in de kleuren van het geslacht Oranje-Nassau. Hier scoort niet een Oranjefan op Prinsjesdag, wel een Vlaamse historicus die aanleiding zal geven tot vernieuwde hand- en schoolboeken. Professor emeritus geschiedenis Els Witte, oud-rector van de VUB – die vrije universiteit is een verre boorling van de orangistische antiklerikaal Theodore Verhaegen – woont in een monarchale Brusselse straat, die van Jozef II, de keizer-koster die eind de achttiende eeuw over de Zuidelijke Nederlanden heerste. Haar vuistdikke boek “Het Verloren Koninkrijk, het harde verzet van de Belgische orangisten tegen de revolutie, 1828-1850”, kielhaalt de oorsprongsmythe van België. Die oorsprongsmythe stelt: de revolutionairen waren volksgeliefd, werden gesteund door de elite van het Zuiden en veroverden onmiddellijk en onbetwist de macht, waarop zij een nieuw land construeerden dat meteen alom geliefd was. Els Witte: “Bijna reeds twee eeuwen is de geschiedenis van 1830 het verhaal van de overwinnaars, gefatsoeneerd ten dienste van het Belgisch natiegevoelen.”

Els Witte bouwt de grondvesten van een nieuw canon over 1830. Haar studie leunt op een diepe liefde voor de Belgische geschiedenis en is gefundeerd op vier jaar keihard werken in Brusselse en Haagse archieven – onder meer de familiebescheiden van de dynastie Oranje-Nassau. De Oostenrijkse keizer en Willem I, de vorst van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830) waren van dezelfde snit: “Onze Willem I en Jozef II werden geconfronteerd met de ideeën van de Franse revolutie. Zij waren vorsten uit een overgangstijd en openden hun landen voor de secularisering, het religieuze pluralisme en de rol van de staat in het onderwijs, de wetenschap en het bedrijfsleven.”

‘t Pallieterke: U doet de Belgische oorsprongsmythe wankelen.

Els Witte: “Een nieuwe visie op 1830 groeit en “Het Verloren Koninkrijk” zal daarin ongetwijfeld een rol spelen. In alle bescheidenheid mag ik zeggen dat het boek verder gaat dan de nieuwe deelstudies over het orangisme die de jongste jaren gepubliceerd werden. Mijn boek ontsluit archiefstukken die weinig tot niet gelezen werden en geeft nieuwe feiten over de elites van die periode en hun trouw aan Oranje. (lacht) Op een tentoonstelling in Dordrecht kun je vandaag het lievelingspaard bewonderen van de prins van Oranje, de latere Willem II, dat in de slag van Waterloo omkwam en opgezet werd door een Antwerpse liefhebber van de Oranjes na 1830 en betaald werd door zijn bewonderaars in het Zuiden van het ex-Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Ik ontsluierde verslagen en brieven in geheimschrift van sleutelfiguren in Nederland, België, Parijs, Rijsel, Maastricht en Aken die voor 1830 trouw zwoeren aan het huis van Oranje en dat volhardend bleven doen tot aan de Europese revoluties van 1848, toen koning Willem II er zelf een eind aan maakte. Gedurende bijna twee eeuwen Belgische geschiedenis klonk uitsluitend het zegeverhaal van de revolutionairen, van het Voorlopig Bewind en van Leopold I, maar mijn boek illustreert dat er veel meer politieke krachten met mekaar wedijverden. Het was niet beklonken vanaf het Jaar 1 van België dat de revolutie zou slagen. Geschiedenis is nooit rechtlijnig en resulteert uit beleid dat door talrijke toevalligheden verhakkelt. 1830 en de Belgische onafhankelijkheid kunnen niet zomaar afgeleid worden uit de eeuwen die eraan vooraf gingen.”

Bijna reeds twee eeuwen is de geschiedenis van 1830 het verhaal van de overwinnaars, gefatsoeneerd ten dienste van het Belgisch natiegevoelen.

U slaat de laatste nagel in de doodskist van Henri Pirenne.

Henri Pirenne was een eminente historicus met indrukwekkende inzichten, echter, zijn visie op 1830 en wat eraan voorafging, was eerder een bijdrage aan een nationale ideologie dan onthechte geschiedschrijving. Wat niet belet dat hij als eerste wees op de sociale woelingen rond 1830 die mee de voedingsgrond van de revolutionairen waren. Ik bewonder hoofdzakelijk de mediëvist, de expert van de middeleeuwen, in Henri Pirenne, minder de historiograaf van het ontstaan van België.

De opstandeling Louis de Potter schreef, er waren geen 1.000 republikeinen in 1830…

Dat klopt. De politieke, economische en maatschappelijke elite is in die periode hoegenaamd niet wat zij stilaan in de tweede helft van de negentiende eeuw wordt. Het orangisme en de Belgische revolutie spelen zich af in de bovenlaag, bij de enkele tienduizenden cijnskiezers. Enkele duizenden revolutionairen en enkele duizenden organisten konden toen gemakkelijker de politieke toekomst van een land beïnvloeden.

De Leuvense voorvader d’Udekem van koningin Mathilde is een hevige orangist, juist?

In de hoge adel, maar niet daar alleen, ook bij de ondernemers, de journalisten, de militairen en voormalige bestuurders zijn de orangisten bijzonder actief. Ook de oude adel, onder wie de prinsen van Arenberg en de Ligne, zijn orangist. Ik beschik nu over de bronnen om de orangistische gezindheid van driehonderd adellijke families te analyseren. De revolutionaire nobiljons de Mérode en Vilain XIIII blijken de uitzonderingen te zijn. Je krijgt trouwens bijna medelijden met Leopold I, bij de vaststelling dat hij in zijn nieuwe vaderland uitgespuwd werd door de leiders en de meerderheid van zijn stand.

De confrontatie met het orangisme is een constante in uw historische arbeid.

In 1970 verdedigde ik mijn doctoraal proefschrift over de politieke machtsstrijd in de voornaamste Belgische steden na 1830 en dat ging hoofdzakelijk over de tweekamp tussen de katholieken en de liberalen. De katholieken, die niet wilden weten van het protestantse Noorden, en ook niet van de lekenmaatschappij die de koning promootte, steunden de revolutionairen van 1830. Heel wat liberalen daarentegen omhelsden de antiklerikale nalatenschap van de orangisten, niet achter de schermen maar wel in vooraanstaande commerciële, industrieel-financiële en intellectuele milieus.

Het nieuwe België had meteen met splitsingsscenario’s af te rekenen.

Willem I vindt bij de Franse topdiplomaat van die jaren, Talleyrand, een stem die pleit voor de splitsing van het Verenigd Koninkrijk, met Vlaanderen dat gekoppeld wordt aan Nederland en de Waalse provincies aan Frankrijk. Willem I verwerpt die splitsing. Zijn zoon, Willem II, oppert tien jaar later zelf dat splitsingsscenario maar hij vindt geen steun bij de Europese mogendheden.

En de Société Générale?

Die is gesticht door Willem I, want die wilde actief zijn als financier van ondernemingen. Het heeft tot 1843-1844 geduurd voor Willem I zijn aandelen in Société Générale verkocht. De holding is in de tweede helft van de negentiende eeuw een belangrijke economische actor bij het scheppen van een Belgische natiestaat geworden. Uiteraard was niet alleen de Société Générale daarmee bedrijvig, want de Belgische politieke natiebouwers droegen er ook veel toe bij dit natiegevoel in bredere kring te verspreiden

 

640px-Willem_I_in_kroningsmantelOrangisten, geen flaminganten
Flaminganten bekijken het orangisme als een voorloper van hun strijd voor emancipatie, weet Els Witte. Zij commentarieert: “De Vlaamsgezinden koppelen het orangisme aan de Gentse situatie en dat is beperkt en eenzijdig. De toenmalige elite in Noord en Zuid, aan het hof van Willem I, in Den Haag, Antwerpen, Gent, Turnhout, Ieper, overal, was Franstalig. De elite sprak Frans, correspondeerde in het Frans en had weinig oog voor de prille flamingantische kernen van taalminnaars als Jan-Frans Willems. Door die Franstalige elite, die zeer ingenomen was met de restauratie na de Franse revolutie en het napoleontische bewind, heeft het orangisme overal aanhangers gehad in het Zuiden. Gent was orangistisch, maar Namen, Luik, Bergen en Luxemburg evenzeer. John Cockerill in Luik betaalde orangistische samenzweringen en hield zijn fabrieksarbeiders paraat om voor Willem I en de Oranjes te wapen te lopen. Na 1830 en de volksrepressie tegen de orangisten vertrokken honderden aanhangers van Willem I naar Aken, Maastricht, Rijsel of Parijs, om in de luwte en buiten de grenzen van de nieuwe staat tegen België, tegen Leopold I en voor de terugkeer van Willem I te complotteren. De taalminnaren, met aan het hoofd Willems, Snellaert, Van Duyse, Ledeganck en Kesteloot, knoopten parallel betrekkingen aan met letterkundigen en academici in het Noorden, maar vormden geen voorhoede met het Franstalig gedomineerde orangisme.”


Recent schreef NRC Handelsblad over de huidige troebelen tussen Irak en Syrië als een verwerping, haast een eeuw later, van de splitsing van de koloniale invloedssferen tussen Frankrijk en Engeland, door de onderhandelingen tussen de Brit Sykes en de Fransman Picot die geleid hebben tot de Sykes-Picotlijn en het scheppen van Syrië en Irak, twee kunstmatige landen.

Ik las die tekst in NRC Handelsblad, waarop ik reeds jaren geabonneerd ben, en vond hem origineel. Dat tweehonderd jaar na het Sykes-Picot van de Lage Landen, om het dan zomaar even te noemen, de splitsing van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden zal teruggedraaid worden, lijkt me geen realistische stelling. Niks zinnigs is daar vandaag over te melden. Maar het klopt dat ook de splitsing in 1830 door de Europese mogendheden beslist werd. Vrij snel erkenden alle machten van Europa, ook de conservatieve staten Rusland, Oostenrijk en Pruisen, na aanvankelijk verzet tegen de revolutionairen van 1830, het nieuwe land. De Nederlandse kroonprins, de latere Willem II, was dan wel gehuwd met een zuster van de tsaar, en die had in de eerste fase sympathie voor de volhardingsstrijd van Willem I om het Zuiden te behouden, maar die sympathie is weggeëbd.

De IJzeren Rijn is een dossier van 1839?

Ja, ongelooflijk maar waar. Toen en nu had die spoorverbinding naar Duitsland de bedoeling om Antwerpen als overslaghaven en doorvoerpunt voor Midden-Europa te versterken. Haast twee eeuwen bezwaart dat dossier de betrekkingen tussen Noord en Zuid van de Lage Landen.

U verwijst naar de orangist Eduard Anseele, een socialist, dus geen eliteman uit de adel, de handel of het leger.

Door het onderzoek van historicus Maarten van Ginderachter begint ook dat aspect van het orangisme bekend te worden. De volhardingsbeweging in België en Nederland ankerde bij de bovenlaag, er is echter ook bij de arbeidsklasse een volksorangistische erfenis. De socialistische tenoren De Paepe, Van Beveren, Anseele, Volders en Bertrand verwensen 1830 en betreuren de scheiding. Voor Anseele is 1830 zelfs een misdaad. België is een kunstmatig land dat hij afwijst. Voor de progressieve Brusselaar Bertrand is de revolutie het werk van wie op machtsposities en banen belust was.

Er is niet alleen het verloren koninkrijk, er is eveneens een verloren generatie, een verloren elite.

Het verlies van de strijd om het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden heeft de tragiek van een verloren elite veroorzaakt. De overgrote meerderheid van die elite van het VKN heeft de prijs voor de revolutie betaald. De Belgische orangisten verliezen heel wat: hun posities, hun carrières, hun bezittingen, hun maatschappelijk prestige, hun eergevoel en in meer dan één geval hun leven, door uitputting of zelfmoord in de donkere nacht van de ballingschap, of door plunderingen en de economische tegenslagen. Ingebed in een permanente rouwverwerking van die elite bleef weemoed, een nostalgisch verlangen naar hun verloren koninkrijk.

Zijn het Algemeen Nederlands Verbond, de Benelux, deBuren, de Brakke Grond, de Taalunie en het orangisme van Louis Tobback laatbloeiers van de periode 1830-1850?

Ik bestudeer een beperkte periode voor en na 1830 en open zodoende nieuwe perspectieven. Wetenschappelijk kan niemand in deze fase van het onderzoek directe verbanden leggen tussen het orangisme van 1830 tot 1850 en de latere fasen in de relaties tussen België, Vlaanderen en Nederland. Ik stel in mijn boek heel wat vragen die verdere studie verdienen en gegevens over een zeker neo-orangisme kunnen blootleggen. Na 1850 is het orangisme immers ondergedoken, versluierd geraakt in familiegeschiedenissen, in sommige instellingen en rituelen, en in overleveringen. Maar dat alles vergt grondig onderzoek in persoonlijke archieven. Ook de geschiedenis van de ballingen die de revolutie ontvluchtten, moet nog geschreven worden, zowel van hen die in het Noorden bleven als van diegenen die later terugkeerden. Het is aannemelijk dat ook in die teruggekeerde families oranjeheimwee heerst, oranjeheimwee met een politieke en maatschappelijke relevantie. Maar, laat mij herhalen, dat is terrein voor verder onderzoek. Heeft het orangisme doorgewerkt in de Groot-Nederlandse stroming, zoals die verwoord wordt door de Nederlandse historici Geyl en Gerretson? Wellicht wel. Na 1945 kunnen bij het in werking treden van Benelux in sommige milieus ook Groot-Nederlandse gevoelens hebben meegespeeld, maar de kern lag niet daar, wel op het economische vlak. Dat is allemaal niet eenduidig, eerder een schakering van meerdere denkwijzen. Samenvattend: de Taalunie en de Benelux hebben geen rechtstreekse band met het orangisme van 1830-1850, maar varianten met andere colorieten duiken op.

(Interview door Frans Crols)

 

Nieuwe schoolboeken

Over de ontvangst van “Het Verloren Koninkrijk” is Els Witte tevreden: “Het boek is omvangrijk en bevat veel gegevens, dus nemen de vakbroeders en de recensenten terecht hun tijd voor een oordeel. Ik ben optimistisch op basis van interviews op de Nederlandse radio, de lof van meelezende specialisten over het manuscript en de talrijke lezingen die voorgesteld worden, zowel in Nederland als in België. Op een academische zitting in het Paleis der Academiën in Brussel waren meer dan tweehonderd aanwezigen en daar uitte Louis Tobback zijn sympathie voor het orangisme. Ik schrijf essays voor het blad van de Vlaamse geschiedenisleraren, voor Wetenschappelijke Tijdingen, Ons Erfdeel en Geschiedenis Magazine, het vroegere Spiegel Historiael. Ook Franstalig België leest het boek, zoals uit een interview in Le Vif blijkt, terwijl Revue Générale en Revue Politique erover zullen rapporteren. Onder historici in Nederland en België bestaat een feitelijke werkverdeling, die maakt dat de Nederlanders de geschiedenis van het Noorden bestuderen en de Belgen die van het Zuiden. “Het Verloren Koninkrijk” roept op grensoverschrijdend te werk te gaan. De geschiedenis van het Verenigd Koninkrijk noopt daartoe. Ook hoop ik dat mijn studie en gelijklopende onderzoeken tot de herwerking van de handboeken en de schoolboeken zullen leiden.”

 


Tags assigned to this article:
Els WitteWillem I

Related Articles

God-Keizer Trump

Volgens de media heeft Donald Trump op dit moment de Amerikaanse Presidentsverkiezingen gewonnen. Het is zonneklaar dat alle West-Europese mainstream

Het kleine Vlaanderen

Eén van de argumenten van tegenstanders van een onafhankelijk Vlaanderen is het feit dat België al een klein landje is,

De hel van Zaventem: een getuigenis

Dinsdagmorgen 22 maart 2016, het lijkt een mooie dag te zullen worden. Voor mij begint een weekje vakantie, dus de