Op 18 september gaat het grootste gedeelte van de 5 miljoen Schotten zijn stem uitbrengen over de vraag “Moet Schotland een onafhankelijk land worden”. Moet, met andere woorden, het unieverdrag dat sinds 1707 Schotland met Engeland (en Wales) verenigt om “Groot-Brittannië” te vormen (of, met Noord-Ierland erbij, het “Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland”), worden opgezegd?

Volgens afspraak zou de onafhankelijkheid dan moeten uitgeroepen worden op 24 maart 2016, en heeft men anderhalf jaar de tijd om de splitsing van Groot-Brittannië (een naam die dus verdwijnt) te organiseren en vast te leggen in akkoorden en wetteksten.

Wat de Vlaamse buitenstaander in heel deze, toch ook voor ons wel boeiende, geschiedenis, het meeste opvalt, is hoe rustig, sober en wijs de Britse regering en de Engelsen in het algemeen, met het perspectief van de afscheiding van Schotland zijn omgegaan. Er zijn geen onherroepelijke woorden gevallen. Alles gebeurt in vriendschap. Dit is het volmaakte tegendeel van een “vechtscheiding”. De Londense media betreuren weliswaar de scheiding, en zeggen ook waarom, maar niemand haalt het in zijn hoofd om over de Schotten te berichten op de manier van bijvoorbeeld Le Soir en de RTBf als die het hebben over Vlaams-nationalisme. Dat is ondenkbaar in Engeland. Het land van Shakespeare houdt alles netjes beschaafd.

Schotland was steeds een aparte natie, en die wordt nu staat (of niet). De basisgedachte van de Schotse independentisten luidt eenvoudig: een land moet zichzelf regeren. De Schotse natie heeft na 1707 overigens een aantal attributen van een autonome staat behouden: het onderwijswezen bijvoorbeeld regelde men steeds zelf, het hele rechtssysteem bleef wat het in 1707 was en werd sindsdien op deze zelfstandige grondvesten verder uitgebouwd. Sinds 1999 werd Schotland ook bevoegd voor huisvesting, milieu, cultuur, verkeer, openbare werken, landbouw, visserij, toerisme en zorg. Daarenboven bleef de plaatselijke presbyteriaanse kerk (calvinistisch, gereformeerd), die men daar Kirk noemt, bestaan als de enige Church of Scotland (kerk van Schotland). De rooms-katholieken vormen de tweede grootste kerk, met – volgens het katholieke weekblad The Tablet van 4 januari – circa 850.000 gelovigen. De in Engeland overheersende anglicaanse kerk (die daar Church of England heet) bestaat in Schorland nauwelijks.

Kiesrecht op 16 jaar

Het referendum van 18 september werd mogelijk gemaakt door een beslissing van de Conservatieve Britse regering van huidig premier David Cameron, die op 7 januari 2012 aankondigde dat ze het wettelijke recht op het organiseren van een referendum zou overdragen naar de zelfbesturende regering van Schotland. In het Schotse parlement bezit de “Scottish National Party” een volstrekte meerderheid. Onmiddellijk greep de Schotse minister-president Salmond de kans aan en legden de Schotse regering en parlement de datum, de vraagstelling en de modaliteiten van het referendum vast. In het besef dat vooral de jeugd zich aangesproken voelt door het streven naar Schots zelfbestuur, verlaagde de Schotse regering de kiesrechtleeftijd uitzonderlijk naar 16 jaar (in plaats van 18 jaar).

Niemand durft met zekerheid de uitslag van het referendum voorspellen. De peilingen geven de neen-stem (geen onafhankelijkheid) over het algemeen gewonnen, maar diezelfde peilingen leren ook dat één op de vier Schotten nog zijn twijfels heeft en pas op het laatste moment zal beslissen welke keuze hij maakt (of wellicht gewoon zal thuisblijven en zalm gaan vissen, want er is geen opkomstplicht). Wat de kiezer het meeste doet aarzelen is de belofte van de grote drie Britse partijen, inclusief dus de travaillistische oppositie, om, in geval van een overwinning van de neen-stem, de regionale autonomie van Schotland nog fors uit te breiden. Schotland zou dan binnen zekere perken eigen normen voor de personenbelasting kunnen invoeren, en zou mogen rekenen op een vast gedeelte van de overheidsinkomsten uit de olie- en gaswinning in de Noordzee, die voor 98 procent aangeboord worden in Schotse territoriale wateren. Door zulk een staatshervorming zou Schotland min of meer alles krijgen wat het verlangt.

Door deze belofte van de Britse partijen dreigt de uitslag van het referendum zo goed als niet meer door economische motieven te worden beïnvloed, maar heeft de strijd tussen pro en contra de onafhankelijkheid zich toegespitst op wat men emotioneel-politieke attitudes zou kunnen noemen. Ook al heeft elk volk misschien recht op een staat, dan betekent dit nog niet – aldus de tegenstanders van de Schotse onafhankelijkheid – dat elk volk daarom een staat moet hebben.

Europa weet het niet

Volgens “Europa” bestaat dat recht niet, maar zoals elkeen weet en The Spectator (26 april) schrijft, verandert “Europa” zijn regels naar gelang de omstandigheden (changes its rules to accommodate whatever is expedient), en zo zal het ook gaan met de splitsing van Groot-Brittannië en de eventuele splitsing van andere landen. De discussie die hierover in Engeland werd gevoerd, en die ook ons rechtstreeks aanbelangt, leidt tot de conclusie dat men strikt juridisch niets kan zeggen over het al dan niet tot de Europese Unie toelaten van separatistische deelstaten. Er bestaan geen regels voor, nergens ligt daarover iets vast, en precedenten zijn er niet, want Tsjechoslowakije viel uiteen nog voordat het tot Europese Unie toetrad in de vorm van twee afzonderlijke staten, Tsjechië en Slowakije.

Er bestaat wel eensgezindheid over de vaststelling dat de vraagstukken die rijzen in verband met de Schotse onafhankelijkheid, in Europees verband opgelost moeten worden door de eensgezinde Raad (voorzitter: Van Rompuy) van de 28 lidstaten. Dit betekent dat in principe Spanje zijn veto zou kunnen stellen tegen welke oplossing ook die bedacht zou worden om de vraagstukken voortvloeiend uit de splitsing van Groot-Brittannië op te vangen, uit vrees dat zulk een oplossing later zou kunnen gebruikt worden als een precedent voor het opvangen van een onafhankelijk Catalonië. Om deze reden was het dat Commissievoorzitter Barroso verklaarde dat hij het opnemen van een zelfstandig Schotland in de Europese Unie “extreem moeilijk, zo niet onmogelijk” achtte. Daar staat tegenover de mening van Commissielid Viviane Reding (die bevoegd is voor rechtszaken) dat er geen wet is die de afscheiding van een deelstaat verbiedt, en dat het derhalve niet juist is te zeggen dat zo’n nieuwe staat de hele procedure voor lidmaatschap van de Unie moet doorlopen voordat het land lid kan worden van de Europese Unie. (Dit zei ze volgens Le Monde van 8 mei.)

Zorgen voor de NAVO

Er dreigen voor een onafhankelijk Schotland ook problemen met de NAVO, maar dan in omgekeerde zin. Het Schotse onafhankelijkheidsstreven is traditioneel – dat dateert al van vòòr de Tweede Wereldoorlog – anti-militaristisch, pacifistisch. De NAVO is niet geliefd in Schotland. Dat is vermoedelijk nog een nasleep van de tijd toen Londen zijn heerschappij over Schotland ook een beetje gewelddadig liet gelden. Dit had tot gevolg dat Schotland in de persoon van Archibald Ramsey het enige Britse Lagerhuislid opleverde dat bij de aanvang van de Tweede Wereldoorlog werd gearresteerd en de rest van de oorlog in de gevangenis doorbracht, omdat hij soldaten opgeroepen had om niet tegen Duitsland te strijden, maar wel tegen wat hij noemde “the British Reich” en zijn “judeo-bolsjewistische” meesters. (Noteer: Ramsey was een Conservatief Lagerhuislid uit Schotland, niet links.)

Er heeft altijd zeer veel wrevel geheerst in Schotland omdat het door de Britten, en via hen door de NAVO, werd gebruikt als een opslagplaats voor kernwapens en als basis voor met zulke wapens uitgeruste onderzeeboten en raketten. De maritieme basis van Clyde-Paslane is wellicht de grootste in haar soort van heel West-Europa voor kernwapens. Voorts herbergt Schotland nog in Lossiemouth de grootste luchtmachtbasis voor gevechtsvliegtuigen van Groot-Brittannië.

In het programma van de Scottish National Party staat dat Schotland een kernwapenvrije zone moet worden. Daar is, voor zover ik kon nagaan, in de strijd tussen “ja” en “neen” voor het referendum van 18 september, weinig over te doen geweest, maar desgevraagd verklaart de nationalistische eerste minister Salmond wel dat het nog steeds zijn bedoeling is om dit programmapunt uit te voeren, zij het dan wel geleidelijk en in overleg met alle betrokkenen. Voor Engeland, als het alleen zal staan, is het financieel een vrijwel onmogelijke opgave om de zwaar beveiligde en ultra-moderne Schotse vloot- en luchtmachtbasissen te ontmantelen en herop te bouwen in Engeland. Nog een niet onbelangrijk detail: sinds de Tweede Wereldoorlog bestaat er een hecht samenwerkingsakkoord inzake spionage en contra-spionage tussen Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland, de “Engelssprekende wereld”. Volgens experts is Schotland veel te pacifistisch en te “links” om het te laten deel uitmaken van dit samenwerkingsverband, maar hoe zullen ze dat uitleggen aan de fiere Schotten, die wel geen kernwapens willen maar niettemin aanspraak maken op dezelfde rechten en voorrechten als de Engelsen.

Opportunisme zegeviert

Is de Schotse linkerzijde in het algemeen zeer geporteerd voor de onafhankelijkheid van het land, dan ligt dat in Engeland precies andersom. Voor de Schotse linkerzijde is onafhankelijkheid een bevrijding van de heerschappij van Britse Conservatieven, die dankzij hun meerderheid in Engeland altijd wel aan de macht kunnen blijven in Groot-Brittannië, maar in Engeland betekent het verlies van Schotland, dat steeds grotendeels “links” stemt (in de ruimste betekenis van het woord), dat links in een tot Engeland beperkt Lagerhuis wellicht nooit meer een meerderheid zal halen. Bij de laatste Lagerhuisverkiezingen behoorden 40 van de 59 Schotse verkozenen tot de Labour Party. Door deze 40 zou Labour bij de volgende verkiezingen (2015) in Groot-Brittannië een meerderheid kunnen behalen, maar als die 40 uit Schotland er niet meer bij zijn, zou het resultaat kunnen zijn dat de Conservatieven aan de macht blijven. Het lijdt geen twijfel dat nogal wat kiezers hun stemgedrag zullen laten bepalen door opportunistische overwegingen van links of van rechts.

De Scottish National Party beschikt in de persoon van eerste minister Alex Salmond, en ook in die van de flamboyante vice-premier Nicola Sturgeon, tevens voorzitter en ondervoorzitster van de partij, over bekwame, integere en vertrouwenwekkende leiders (mw Sturgeon zal ongetwijfeld belast worden met de Europese zaken van een zelfstandig Schotland), die twijfelaars over de brug kunnen trekken. Maar voorts zullen zeer uiteenlopende motieven bij de kiezer om voorrang vragen: wat zal het betekenen voor mijn job? wat wordt de toekomst van mijn land in de wereld? enz. Als het onafhankelijkheidsstreven het niet haalt, dan mag de regering over tien jaar opnieuw een referendum uitschrijven over dezelfde vraag als thans. Dit betekent dat men nog lang met Schotland zal bezig zijn, ook als de onafhankelijkheid op 18 september door een meerderheid wordt verworpen. Dan is dit alleen maar uitstel.

Veel krediet krijgt in heel deze geschiedenis de Britse conservatieve premier Cameron, die het vraagstuk heeft aangepakt zoals het een redelijk man betaamt, en wiens voorbeeld tot navolging moge leiden in andere Europese landen met naar splitsing nijgende etnische diversiteit. Salmond van zijn kant heeft van bij de aanvang van het onafhankelijkheidsproces zijn republikeinse ijver bedwongen en eerbiedig voorgesteld dat de Britse Queen straks koningin van Schotland zou worden. Naar het schijnt komen Salmond en Elisabeth II geweldig goed overeen. Zij lusten allebei hun Schotse whisky.

En nog dit. Bart de Wever had gelijk toen hij vriendschapsbanden aanknoopte met Cameron en diens partij, en zijn Europese verkozenen liet aansluiten bij de fractie van de Britse Conservatieven in het Europees parlement. Ten onrechte werd hem bij die gelegenheid verweten samen te spannen met een regering die het zelfstandigheidsstreven van een deelstaat tegenwerkte. Ten onrechte, want het is Cameron die het referendum over de Schotse zelfstandigheid heeft mogelijk gemaakt, en zijn aanhangers een grote terughoudendheid heeft aanbevolen wat dit referendum betreft.

MARK GRAMMENS