Handelaar met het buitenland

Mijnheer de gewezen minister-president,

Ja, het bijvoeglijk naamwoord ‘gewezen’ is zeker van toepassing, want zijt gij niet weggestuurd uit de Vlaamse regering en verbannen naar het federale niveau?! Eerst om er eerste minister te worden en dan, na veel politiek puzzelwerk, te landen als minister van Werk, die ook bevoegd is voor… buitenlandse handel. Op zich is dat niet wereldschokkend, maar aan dat laatste zit een vreemd kantje. Zeker omdat gij bovendien ook nog een staatssecretaris voor Buitenlandse Handel onder u kreegt, uw partijgenoot De Crem, die toch íéts moest krijgen. Als ik mij niet vergis, hadt gij over die buitenlandse handel nog niet zo lang geleden een andere mening. Ik leg het even uit en ik fris meteen uw geheugen even op.

Het Lambermontakkoord, in 2001, maakte de gewesten principieel bevoegd voor het afzet- en exportbeleid, maar toch werd er nog een federaal agentschap opgericht om gezamenlijke handelsmissies te organiseren, op vraag van de gewesten of de federale overheid. Zo’n uitstapjes zouden dan door de kroonprins geleid worden. En dat gebeurde, al is het momenteel zijn zus die de honneurs waarneemt. De federale regering bleef wel bevoegd voor de exportfinanciering (Finexpo) en de exportkredietverzekering (Nationale Delcrederedienst), ook al werden de gewesten erin vertegenwoordigd.

Enkele jaren eerder, in 1999, werden in uw Vlaams Parlement de fameuze resoluties gestemd, waaronder deze die pleitte voor (meer) homogene bevoegdheidspakketten. Eén daarvan was buitenlandse handel. En dat gebeurde maar gedeeltelijk in het Lambermontakkoord. Omdat gij het daar niet mee eens waart, inbegrepen uw regering, bevestigde gij het pleidooi voor volledige overheveling, inclusief Delcredere en Finexpo, in het Octopusoverleg van 2008 en in 2009. Bij het aantreden van uw nieuwe regering werd dit standpunt onverkort hernomen in het Vlaamse regeerakkoord. Meer nog: gij liet uw diensten in één van die fameuze fiches zelfs een concreet splitsingsvoorstel uitwerken. Uw federale vrienden slaagden er echter niet in de aangelegenheid mee te laten opnemen in de zesde staatshervorming van Di Rupo. Met andere woorden: er is nog geen millimeter vooruitgang geboekt en de Lambermont-toestand blijft wat hij altijd al was. Niet weinigen hadden gedacht dat gij en uw kompanen van de N-VA – ook leden van uw Vlaamse regering en vandaag ook uw partners in de federale regering – hiervan werk zouden maken bij de recente regeringsonderhandelingen. Niet dus. Communautaire ingrepen waren uit den boze, op bevel van Michel. En – o ironie van het lot – dan wordt gij ineens samen met De Crem belast met buitenlandse handel op federaal niveau. De stroper wordt boswachter…

Ik moet weliswaar toegeven dat gij niet de enige zijt die in deze zaak aan geheugenverlies lijkt te lijden. Uw opvolger, Geert Bourgeois, heeft de oude eis niet in zijn regeerakkoord opgenomen. Het enige wat hij hieromtrent zegt, is dat de zendingen van het Agentschap voor Buitenlandse Handel enkel aanvullend kunnen zijn op eigen initiatieven en dat hun aantal daarom tot twee per jaar beperkt worden. Weg splitsing! Pieter de Crem zal het allemaal wel goedvinden, want hij gaat een rustige tijd tegemoet. In het kader van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking zal hij geregeld mee op trot mogen naar alle uithoeken van de aardkloot. Bovendien kan hij een oogje in het zeil houden bij wat de liberale excellenties allemaal zeggen en doen in die departementen.

De politieke kameleons verkleurden dus. Van Vlaamse eisensteller verwerdt gij tot Belgische uitvoerder, om precies het tegenovergestelde te doen en te zeggen van wat gij in uw vorig leven deedt. Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat er parlementairen zijn die dat in het snuitje hebben en u daar op zijn minst wat lastige vragen over gaan stellen. Dat is nu eenmaal het lot van hen die van mening veranderen, of als ze een ander petje opzetten. Al zijn we van tsjeven veel gewoon, toch ben ik nieuwsgiering naar de antwoorden die ge zult geven.