Vlamingenhaat is geen futiliteit

Inderdaad, “Premier Michel maakt geen zelfverzekerde indruk”, zoals Rik van Cauwelaert schrijft in De Tijd van zaterdag. Er is de recessie (of stagnatie) in de landen van de eurozone, die vrijwel allemaal beginnen terug te verlangen naar de tijd toen ze niet hoefden te leven met een Europese schoonmoeder, en die wellicht een beetje moe gekeken zijn op elkaar.

Maar er is uiteraard vooral de binnenlandse evolutie, leidend naar een open en haast zeker gewelddadig conflict van de regering en de regeringspartijen met de door de Waalse vurigheid gedreven vakbonden, en een Parti Socialiste die blijkbaar – heeft De Wever dat vooraf juist ingeschat?- uit revolutionaire ijver het jaar 1830 nog eens willen overdoen. Want daar gaat het regelrecht naartoe. Men heeft met grote woorden en slagzinnen de Waalse gemoederen zo opgehitst dat men niet meer terugkan, en dat aan het einde van de weg straks de afgrond lonkt. Le Soir laat dagelijks over tenminste twee volle pagina’s zijn duivels los, en meer en meer wordt de regering van Charles Michel opgevoerd als een soort Vlaamse dictatuur, waartegen men dient in het verzet te gaan. Het woord “Résistance”komt de laatste weken voortdurend terug in de Waalse retoriek, waarmee men de Waalse verzetsmythe uit de oorlogsjaren opnieuw tot leven wil brengen.

In dit kader past de heropflakkering van die andere mythe, als zou de Vlaamse Beweging, en dus de N-VA, en bij uitbreiding heel Vlaanderen zich schuldig hebben gemaakt aan collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog, en als het pas geeft, laat men Sophie de Schaepdryver in Le Soir zeggen dat het tijdens de Eerste Wereldoorlog niet anders was. Natuurlijk maken de Franstalige media, radio en tv voorop, zich, zoals Bart de Wever zegt, “belachelijk” door met dit soort “futiliteiten” voor de dag komen. Wij in Vlaanderen zijn het daar bijna met z’n allen over eens, al worden we dagelijks in de rug geschoten door De Standaard, die aan zijn titel zou mogen toevoegen “Dagblad voor Waalse en Belgische belangen”. Maar het punt is dat dit er in Wallonië in gaat als zoete koek.

Van Severen erger dan Hitler

Men staat ervan versteld hoe ver dit wel gaat. De populaire kranten van Sudpresse (in Brussel“La Capitale”) publiceerden enkele dagen na elkaar cartoons waarop men de Duitse adelaarsvlag zag prijken boven Brussel. De Vlaamse bladen zijn – ten onrechte – zo beleefd om dat niet over te nemen, behalve Het Laatste Nieuws. Vindt er nabij Dentergem een studiedag plaats waarop historici de figuur van Joris Van Severen belichten, dan schrijft Le Soir (25 oktober) dat het hier gaat om “un activiste 1914-1918”, niet wetend dat Van Severen aan de IJzer streed in het Belgische Leger, en een idioot maakt in Het Laatste Nieuws (24 oktober) van Van Severen iemand die Hitler verweet de joden onvoldoende te hebben vervolgd. Het “verzet” heeft er al toe geleid dat een bende van 200 socialistische vakbondsleden uit Namen door hun leiding werden uitgestuurd naar Brussel om er de Blijde Boodschap van de Belgische opstand te brengen, in de vorm van een aanval in regel op het partijsecretariaat van de Franstalige liberalen, dat een schade van naar schatting 30.000 euro opliep. Zo begon het in 1830, nadat de revolutionaire liederschat in de opera was uitgeput. Zo ging het ook na de oorlog, toen de bevolking zich in meerderheid voor terugkeer op de troon van Leopold III had uitgesproken, en de Walen zegden “over ons lijk”, letterlijk, de opstand die de koning tot abdicatie dwong, kostte drie mensenlevens. Zo verging het ook toen in december 1960 Luik, gevolgd door Brussel en Charleroi, in opstand kwam tegen de “Eenheidswet” van de regering- Gaston Eyskens, die bedoeld was om de economische schade van het verlies van Congo op te vangen.

Het einde van België?

Die revolte mondde uit in een Waalse geloofsbelijdenis voor het federalisme. Gaat het nu dezelfde kant op, en zullen de Waalse socialisten het confederalisme aanhangen? Sommigen schijnen dat te denken. Zeker de Brusselse oud-minister-president Charles Picqué, die in Le Soir (24 oktober) insinueert dat de francofonie zich dient voor te bereiden op het einde van België. Zo’n vaart zal het niet lopen, tenzij Wallonië en Brussel willen verstikken in hun hoge werkloosheid, die ronduit dramatisch is. En tenzij men afstand doet van de massale welvaartstransfers van Vlaanderen naar Wallonië, en dat laatste land twintig procent van zijn welvaart inlevert en zodoende op korte termijn tot de armste regio van heel West-Europa uitgroeit.

Het jongste economisch overzicht van de Waalse werkgeversvereniging (Union Wallonne des Entreprises) dateert van 21 mei en is ronduit pessimistisch wat de vooruitzichten voor Wallonië betreft, waar bijna alle nieuwe banen geschapen worden in de overheidssectoren, vrijwel niets in de privésector. C’est non, roepen de Waalse duivelbezweerders à la Onkelinx en Milquet. De Waalse “christelijke” vakbond wil niet onderdoen voor zijn socialistische concurrent, en spreekt, bij monde van zijn leider Marc Becker (in Le Soir, 20 augustus) openlijk van de nakende opstand (émeute), inclusief de vernietiging van het nog resterende Waalse industriële erfgoed. Hij heeft het over “y compris l’irruption de zones d’insécurité”, dat zijn dus daden die de veiligheid van de burgers in gevaar brengen. Wie de opstand predikt, zal geweld oogsten. Maar wat zou het? Geweldloosheid druist in tegen de Waalse overtuiging dat de overwinning toekomt aan de straat. De sociale strijd, die eerst wordt gepresenteerd als een koude oorlog tussen links en rechts, tussen arbeid en kapitaal, neemt in Wallonië, meestal gevolgd door Brussel-Frans, de vorm aan van een krachtmeting tussen Walen en Vlamingen, en wie de Franstalige media volgt, weet al sinds enkele weken, zo niet maanden, dat het nu niet anders zal zijn.

Wat zullen daar de gevolgen van zijn? Als de vakbonden slagen in hun opzet en door vier dagen kort na mekaar de spoorverbindingen te onderbreken, de economische bedrijvigheid grotendeels lamleggen, dan ontstaan er nieuwe sociale drama’s, die tot nog groter ontwrichting van de samenleving zullen leiden. Neem het voorbeeld van de Volvofabrieken in Gent. Daar zegt men dat hun Zweedse bazen gewoon niet verstaan dat vakbonden kunnen overgaan tot een politieke staking. In Zweden is dat nog nooit voorgekomen. Zij vrezen dat de stakingen van dit najaar tot gevolg zullen hebben dat de Zweden zich geleidelijk aan terugtrekken uit Gent (De Tijd, 17 oktober).

Vlaanderen is onvoorbereid

Zullen Michel en zijn regeringspartijen opgewassen zijn tegen de dreiging met onlusten en stakingen van lange duur, die hun in Wallonië te wachten staan? De vraag stellen is ze beantwoorden. Michel heeft begrepen dat “de Franstalige oppositie het communautaire vuur weer probeert aan te wakkeren. Ze roept net niet op tot haat” (in De Standaard, 14 oktober). Ze roept eigenlijk wél al op tot haat, en namelijk tot Vlamingenhaat. Ik ben steeds van mening geweest dat België een gewelddadig einde zal kennen. En mijn grote vrees was steeds dat de Vlamingen daar niét, en de Walen daar wél mentaal op voorbereid zijn. Zo ver is het nog niet, maar de retoriek is er wél al, met het schrikbeeld van een Duitse adelaarsvlag wapperend boven het Brusselse Justitiepaleis. Knoop goed in uw oren dat de Franstalige minister-president Rudy Demotte al heeft gezegd dat het buitenland betrokken zal worden in de strijd tegen de regering-Michel (De Standaard, 28 augustus). Ook daar is Vlaanderen niet op voorbereid.

MARK GRAMMENS