“Shell Shock”in De Munt

Oorlogsrequiem van Cave en Lens

Nick Cave is een beroemde Australische rockster,hij schreef een 250-tal songs, ook voor films en waagde zich met succes aan scenario’s. Nicholas Lens werd geboren in Ieper en leefde er als tiener in de sfeer van Last Post en begraafplaatsen van de Grote Oorlog. Hij raakte bekend als contrabasmuzikant en componist vooral voor theater, film en televisie. In 1994 maakte hij ophef met zijn requiem “Flamma flamma”. Een nieuw project met een oorlogsrequiem rond 14-18 kon Lens niet loslaten. Hij drong bij Cave aan om een libretto klaar te stomen en deze reageerde enthousiast met twaalf canto’s rond uiteenlopende personages in het oorlogsgebeuren. Cave en Lens werkten samen rond het thema van de shell shock of de posttraumatische stress en de psychische wonden van een vernietgingsoorlog. Ze wilden dit samenbundelen in een krachtig werk met poëtische teksten, zang voor solisten en koor, dans en video.

Peter de Caluwe stapte mee in het project en voor de wereldcreatie in De Munt kreeg de gekende Belgisch-Marokaanse choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui zijn eerste regie samen met de dansscène. Koen Kessels, specialist in hedendaagse muziek, hanteert met brio de dirigeerstok. Het wervelend oorlogsrelaas komt uitstekend tot zijn recht in een doorvoelde spectakelopera. De toeschouwers worden van bij de ingang van de schouwburg ondergedompeld in krijgsgeluiden en stappende soldaten. In een overvolle foyer tracht een inleidster te vertellen dat het hier niet gaat over goeden en slechten maar alleen over slachtoffers. Het syndroom van shell shock wordt nog eens uitgeklaard met filmbeelden. De verwarde klanken van buiten de zaal worden in de voorstelling verfijnder voortgezet door koorzangen in de loges. We bekijken op de scène vooral een polyvalente witte trap, centrum van het dramatische oorlogsgebeuren. De dansers rollen van de trappen en vormen een lijkenmassa.

De afwisselende orkestratie van Lens vat treffend de achtergrond van het slagveld en de meestal horizontale choreografie doet de soldaten kruipen en vallen alsof het echt is. Er is een studie aan vooraf gegaan om te weten hoe iemand sterft na een kogel of granaatinslag. De canti van Cave behandelen achtereenvolgens een koloniaal soldaat, een gewone soldaat, een verpleegster aan het front, het lot van een deserteur, er zijn ook overlevenden. Tussen grote witte lakens, zandzakjes en brancards sluipen de Engelen van de Dood. Er wordt voortgedanst en gezongen rond de overlevende en de gevallenen. Er volgt een schrijnend canto over de vermiste en een dance macabre voor de onbekende soldaat. Het bitter oorlogsverhaal bij de moeder en de achtergebleven wezen. De opera eindigt met de klacht van een jongen die beide ouders verloor.

Al deze canti worden in mooie recitatieven, solozang en koorzang uitgevoerd. De stemmen van sopraan Claron Mc Fadden, van mezzo-sopraan Sara Fulgoni en contratenor Gerald Thompson klinken doordringend en aangrijpend. Ook bas Mark S. Doss en tenor Ed Lyon passen in het canti-verhaal, dat ongewoon levendig ondersteund en gebracht wordt door een tiental turners en dansers. Regisseurchoreograaf Cherkaoui heeft het bitter verhaal prachtig uitgetekend in levende beelden en schilderijen. De operamuziek van Lens plakt aan de ribben en de teksten van Cave blijven nazinderen. Een wereldcreatie van De Munt nog te bekijken tot 2 november.

FDC


Tags assigned to this article:
2014-44Cultuur

Related Articles

Bob Mau in Brasschaat

In de eerste tien jaren in het bestaan van ’t Pallieterke, tekenden twee cartonisten voor ons blad: Jef Nys en

Absurdistan

Proper! Hebt u de foto’s gezien van de ravage die na Pukkelpop en andere festivals overbleef op de festivalterreinen? Geen