In 2004 en 2005 kocht Rik de Nolf van Roularta Media Group (RMG) voor ruim 200 miljoen euro een grote slof magazines van de wapenkoningen van Frankrijk, de familie Dassault. Tien jaar later, na veel heisa, kopbrekens en gerommel, wil RMG het Franse zootje weer kwijt. Niks te vroeg. De Nolf en familie hebben het gezond verstand, en het gebrek aan dikke nekken (hoera), om een punt te zetten achter de mislukking. Vlaamse uitgevers in Frankrijk rijden geen mooie rit. Het grote voorbeeld van een totale sof was Albert de Smaele van Periodica, uitgever van De Standaard. De Smaele, getrouwd met Godelieve van het geslacht Sap, waagde zich agressief met acquisities over de zuidergrens van Vlaanderen, kocht enkele zogenaamde kroonjuwelen bij de Galliërs en liet er zijn mediaonderneming op verongelukken, die dan via via in de Vlaams-Duitse handen van André Leysen en zonen belandde.

Veel te veel

Voor een onderneming uit Roeselare, dicht bij de Franse grens, en op shoppingafstand van Rijsel en het lokale hst-station naar Parijs, zit uitbreiding in Frankrijk in de genen. RMG deed vingeroefeningen door zijdelings zijn druk- en de uitgeefactiviteiten te verknopen met Bayard Presse, in Parijs, een neutrale naam die verwijst naar de straat waar het hoofdkwartier is, maar in feite een patersbedrijf zoals De Goede Pers van Averbode. Uitgeven dus als evangelische en sociale opdracht. Bayard publiceert onder meer het dagblad La Croix, merkelijk kleiner maar kwalitatief beter dan Le Monde en Libération. De liefde tussen RMG en Bayard kreeg kindjes in gezamenlijke vennootschappen die kinderboeken uitgaven en als hoofdbrok het interessante blad voor de wakkere senior, die van boven de vijftig. Aanvankelijk begon de journalistieke seniorie met de belegen titel Notre Temps – een massablad in Frankrijk -, maar dat werd na een tijd in Vlaanderen/België het beter klinkende Plus. In België is Plus een succes en de export van het concept naar Nederland is eveneens een kaskraker. Na het “gefransel“ met Bayard – leuke en bescheiden mensen – begonnen de manoeuvres met de bladendivisie van Dassault. Na een eerste afwijzing volgde in 2004-2005 de aankoop door Roeselare van een pakket nationale Franse titels. De bekendste is het nieuwsmagazine L’Express. Over de prijs die het beursgenoteerde RMG ophoestte, werd jarenlang geroddeld in Roeselare. Tot in de top van het management klonk het dat er voor het pakket veel en veel te veel betaald was.

Ces petits Belges

Wat er ook van zij: RMG heeft jaren tijd verloren met het managen van de Franse poot. Er werd driftig gependeld per sneltrein tussen Rijsel en Parijs. Bij aankomst in de Gare du Nord waaide de koude wind van de redactielokalen de Vlaamse bezoekers telkens tegemoet: “Ces petits Belges, on les aura.” IJdelheid en onbeschoftheid zijn Parijse kenmerken. Franse journalisten hebben, in de nasleep van hun rol bij de bevrijding in 1945 (zo wil de progressieve folklore), gebarricadeerde statuten verworven die het onmogelijk tot onbetaalbaar maakt hen af te danken. Schoonschip maken op de redacties, waar hele pelotons hoofdredacteuren, subhoofdredacteuren, redactiesecretarissen en “grands reporters” mekaar de hand boven het hoofd hielden, kostte RMG fortuinen. De inkomsten lieten op zich wachten. Het Belgische reclamewereldje is rot als een mispel, maar is een misdienaar vergeleken bij de reclamebranche in la douce France. Daar is gefoefel in honderdvoud de leuze. CEO Rik de Nolf heeft manmoedig getracht de helse Franse klus te klaren. Snel liet hij zich seconderen door schoonzoon Xavier Bouckaert, echtgenoot van zijn opvolgster en dochter, Katrien de Nolf. De aimabele jurist, een Kortrijkzaan met Franstalige wortels, springt lenig om met de taal van Marianne en hij deed wat beau père mocht verwachten. ‘t Zal nog wel een tijd ontkend worden, maar het enteren van Frankrijk is voor RMG een aflopende zaak. De verovering is tijdig stopgezet. RMG neemt zijn verlies en vermijdt het scenario van Albert de Smaele, die zijn persgroep zag omvallen en wegglippen in de handen van bekwame duitskiljons.

Jan Rabbijn