Piepjonge hoofdredacteur van Knack.be

Mijnheer de banaliseerder,

Eerst de feiten, alvorens ik u de oren was. Le Vif/L’Express – het Franstalige zusterblad van Knack, uw blad – liet kort geleden op een zondag 250.000 exemplaren gratis verdelen bij de bakker, samen met ‘7 Dimanche’. We kennen dat verschijnsel van toegevoegde reclame als we ’s zondags ‘De Zondag’ gratis meenemen bij de bakker. Met reclameacties is niks mis, en daar gaat het ons in principe niet om. Maar nu werd dat blad ook aangeboden in Sterrebeek, een deelgemeente van de (nog) Vlaamse gemeente Zaventem. Dat is bij flink wat inwoners behoorlijk in het verkeerde keelgat geschoten, omdat zij daarin alweer een voorbeeld zien van sluipende verfransing; wellicht één van de grootste bedreigingen van de gemeenten die aan Brussel of aan de zes Randgemeenten grenzen. Het is in die gemeenten een bijna dagelijkse bekommernis, omdat het samenleven daardoor danig onder druk komt te staan. Het verstoort het aloude ‘dorpsgevoel’. En dan verschijnt gij ten tonele, om dat in Knack hooghartig weg te lachen,s vanuit uw ivoren hoofdredacteurstoren. Gij vraagt u af of die klagers niks beters te doen hebben in een wereld die te kampen heeft met hoge jeugdwerkloosheid, een migrantenkerkhof in de Middellandse Zee en de komst van een tweede film van FC De Kampioenen, én of dit geen erg lichte aanleiding is om er de taalproblematiek van de Vlaamse Rand bij te sleuren.

Kijk, jongeman, de zaak zo banaliseren en belachelijk maken, maakt het voor mij duidelijk dat gij de situatie en de gevoeligheden rond Brussel en in Vlaams-Brabant gewoonweg niet kent. Nochtans zoudt gij beter moeten weten, als oud-scholier in en oud-inwoner van Ronse, een stad aan de taalgrens die zeer lang onder de verfransingsdruk gebukt ging. Maar ja, die stad zijt gij ontvlucht omdat het een “boelstad is geworden, een stad waar er meer met de vuisten gesproken wordt dan met woorden” en waarbij gij schoorvoetend toegeeft dat er ‘een probleem met migratie’ is. Dus zijt gij weg, want gij wilt dat niet meer meemaken. Tegelijk verwijt gij het beleid dat het niets aan die toestanden doet. Gemakkelijk. Héél gemakkelijk.

Mutatis mutandis geldt dat ook voor de bedreigde Vlaamse gemeenten in Vlaams-Brabant, waaruit zoveel Vlamingen wegtrekken omdat hun gemeente door Franstaligen wordt overspoeld. Oud-parlementslid Bart Laeremans heeft dat al zo vaak in kaart gebracht en objectief aangetoond. Onlangs baseerde hij zich op cijfers van Kind en Gezin om eens te meer vast te stellen dat het aantal Nederlandstalige jonge gezinnen er schrikbarend daalt. In de faciliteitengemeente Linkebeek werden vorig jaar amper 2,6 procent Nederlandstalige geboorten geregistreerd. Heel wat Nederlandstaligen kunnen dat niet meer aan. In plaats van dapper mee te werken aan het behoud van het Vlaamse karakter van hun gemeente, namen zij de wijk naar binnen-Vlaanderen; zoals gij uitweekt naar Gent om de problemen te ontvluchten. Zij die blijven en zich zorgen maken, zijn dan in uw ogen de klagers die niks beters te doen hebben.

Kijk, jongeman, ga eerst eens op prospectie, alvorens gij in uw intellectuelenblad hooghartige en minachtende artikels schrijft en mensen belachelijk maakt. Probeer u eens in hun plaats te stellen. Probeer u ‘in te leven’ in de toestanden die zij daar aan den lijve ondervinden. Bestudeer de taaltoestanden in dit land eens. Ik raad u het boek ‘VerBrusseling. Ondergaan of tegengaan?’ van de genoemde Grimbergenaar aan. Maar dat zult gij, omdat het bij een ‘foute’ uitgeverij werd uitgegeven, niet mogen lezen, zeker?! Gij hebt er met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ook geen tijd voor, omdat gij wellicht iets beters hebt te doen. Oprecht verontruste mensen belachelijk maken, bijvoorbeeld.

‘t Pallieterke