In het vorige nummer van ’t Pallieterke zat Thierry Debels op de praatstoel. Hij is gastprofessor economie aan de VU Brussel, en auteur. In het boek “Vorstelijk vermogen” legt hij de al decennia heersende graaicultuur van de club van Laken bloot. Terwijl het “beleid”, ook al decennia, mist spuit over het fortuin van de Coburgs, schat Debels dat fortuin, na diepgaand onderzoek, op een miljard euro. Over dat onderzoek in de regimemedia uiteraard geen woord. Ook door te zwijgen over bepaalde zaken en toestanden kan men “geschiedenis schrijven”.

Het VTM-magazine “Royalty” deed “diepgaand onderzoek”, maar dan naar de populariteit van koning Filip en zijn Mathilde, na vijfhonderd dagen een “drukke agenda” afwerken. Niet minder dan duizend Vlamingen werden gepolst. Vlaanderen telt 7,5 miljoen inwoners; meer hoeft over de representatieve waarde niet gezegd, tenzij dat het raden is naar de geledingen van de samenleving die voor de “enquête” in aanmerking kwamen. Al ligt het voor de hand dat de “haute finance” beduidend meer kans maakt een mening te ventileren dan de dokwerkersgilde. Hoe dan ook blijkt uit de resultaatanalyse, van de 999 man en 1 paardenkop, dat “koning Filip het vertrouwen geniet van zeventig procent van de bevolking”.

Aldus Hilde Sabbe in een lijvige ode aan het vorstenpaar in Het Laatste Nieuws, naar aanleiding van het betere peilwerk van Royalty. Omdat de objectiviteit van haar bijdrage verdiende kracht bijgezet te worden, wil ik opmerken dat geen koninklijke of prinselijke missie naar liefst exotische oorden denkbaar is, zonder dat Hilde een deel is van het achter vorst, vorstin of prinses huppelende gezelschap. In die samenhang is het logisch dat een “betere journalist” van een regimekrant die uit een minibevraging maxipropaganda weet te puren voor een middeleeuws instituut, aan een maxistudie over aan dat instituut verbonden zelfkantjes niet eens mini-aandacht besteedt. Wat voor één krant in Vlaanderen geldt, geldt voor alle andere, die op dezelfde manier “geschiedenis schrijven”.

Witte ridders

Het moeten niet altijd rechtstreeks de media zijn die Jan Modaal met nogal doorzichtige motieven een rad voor de ogen draaien. Het is moeilijk een datum te plakken op de eerste wetenschappelijk gestaafde waarnemingen over de klimaatverandering, en daarmee gepaard gaande waarschuwingen aan het adres van het politieke wereldtoneel, inclusief het Belgische. Sinds 2006 is de industriële ingenieur Serge de Gheldere Vlaams klimaatambassadeur van Al Gore, ooit bijna president van de VS. Gore geniet meer bekendheid door zijn film “An inconveniant truth”. De Gheldere houdt al acht jaar lezingen om de rampboodschap van die film in de samenleving te laten doordringen.
Plots krijgt hij niet alleen steun van een dozijn Bekende Vlamingen, het twaalftal gaat met bekwame spoed ook de diverse regeringen van ons aller tochtgat aan de Noordzee voor de rechter slepen. Omdat ze te weinig doen aan de klimaatopwarming. Gejuich en applaus alom in onze politiek groen-rood gekleurde media voor het zichzelf ontdekkende dozijn witte ridders.

Nergens rijst de journalistiek logische vraag waarom een door Tom Lenaerts, Nic Balthazar, Stijn Meuris en Francesca Vanthielen aangevoerde “klimaatvigilante” al niet eerder op de voorgrond trad. Het is niet voor het eerst dat, zoals nu in het Peruaanse Lima, een internationale klimaatconferentie gehouden wordt. Als alle middelen goed zijn om centrumrechtse regeringen van op links het vuur aan de schenen te leggen, zou het dan kunnen dat ook de leden van de BV-club zich geroepen voelen daar een steentje toe bij te dragen? Of is het toeval dat die club “vergat” voor dezelfde problematiek even drastische stappen te overwegen in de jaren dat haar favoriete partijen de lakens uitdeelden? Of hoe “geschiedenis schrijven” al eens gedaan wordt naargelang het goed uitkomt.

Duidelijk rapport

Hebben we met zijn allen nog niet alle geneugten van de jongste stakingsgolven gesmaakt, ook in dat verband is al “geschiedenis geschreven”. Dat gebeurde in het interne evaluatierapport van de “Nationale Politieacademie” over de rellen van 6 november in Brussel. In dat rapport wordt ruiterlijk toegegeven dat ongeveer alles wat fout kon lopen fout liep. Vandaar honderdelf gewonde agenten in een omgeving die gelijkenis toonde met oorlogsgebied en waarin als bij wonder geen doden vielen. Ondanks dat de Brusselse PS-burgemeester Mayeur elke medewerking aan het rapport weigerde, schrijft het de man geen enkele verantwoordelijkheid toe. De logica zelf. Of niet?

Yvan Mayeur is niet de enige die vrijuit gaat. Het rapport is daar duidelijk over. Geen levende ziel die ook maar iets kan worden aangewreven. De beweringen dat de burgemeester weigerde versterking te laten aanrukken op vraag van de fel belaagde en wanhopige politiemensen kloppen niet. Dat is één conclusie. Waarom de beweringen niet kloppen, wordt niet gezegd. Daar heeft de goegemeente blijkbaar geen zaken mee. Wel staat vast, aldus het rapport, dat de beslissingen van de burgemeester niet in twijfel getrokken worden en dat zijn gemaakte keuzes de enig mogelijke waren. Het rapport sluit de eigen “geschiedschrijving” af met de goede raad “van deze dramatische gebeurtenis een opportuniteit te maken om zaken te verbeteren”. Dat is wat moeilijk, iets verbeteren waaraan niemand schuld heeft. Gelukkig dat de “Nationale Politieacademie”, die met dergelijk “objectief rapport” niemand uit de wind wil zetten, enkel echte “geschiedenis schrijft”, zoals opgelegd.

D.Mol