2014-52_11_Nollet - ABVV'ster (Medium)In journalistenland heerst hier en daar enige vreugde: de politiek is terug van weggeweest. In cafés en restaurants, aan de haard, op de trein, overal waaien de pro’s en de contra’s heen en weer… “Politiek is weer een heet hangijzer en dat voelt heerlijk”, schrijft Béatrice Delvaux met merkbare vreugde. We denken dat die dame van Le Soir zich vergist. De politieke molen valt stil.

Over irritante stakingen, gehate belastingen, gewenste besparingen, klimaatkronkels, elektriciteitspannes en zelfs over vermaledijde politiekers raakt zelfs de dapperste mens uitgepraat.

Commentatoren en hoofdredacteurs happen naar adem. Ze vullen hun uitzendingen en kolommen met herhalingen, en herkauwen hun artikels zoals de koetjes gras. Al goed dat er nu en dan nog wat academici een nummertje opvoeren, of instellingen hun jaarcijfers publiceren. Dat zorgt voor wat afwisseling in de politiek. Maar ook daarin draven steeds vaker dezelfde thema’s op.

Neem nu de reeks van De Standaard over een groot Vlaams gender-onderzoek. Sociologen van de VUB (Ignace Glorieux en Ilse Laurijssen) gingen op zoek naar de studierichtingen waarvoor jongeren zich inschreven in 1958, 1988, 2005 en 2011. En wat blijkt? Meisjes blijven “alle emancipatie en campagnes ten spijt” hardnekkig hetzelfde studeren. Verdorie toch… Dat moet een probleem zijn. Dan móéten de godinnen van het feminisme zich wel onbehaaglijk voelen.

Stel u voor: meisjes kiezen opmerkelijk meer (75 tot 80 procent) voor mens en cultuur, voor psychologie, sociale wetenschappen en rechten, biomedische en zuivere wetenschappen. De jongens kiezen voor controle van de fysieke omgeving, met o.a. technologie, ingenieurswetenschappen en diergeneeskunde. Tot overmaat van ramp wijst niets erop dat dit kan worden verklaard door de sociale achtergrond of de gekozen onderwijsvorm in het middelbaar (aso, tso en bso). Ai, miserie.

De streep

Gelijkheidsfetisjisten noemen elk resterend verschil tussen de seksen een discriminatie. Gelijke kansen krijgen is niet hun doel, neen, gelijk over de eindstreep bollen, dat telt. Het is de kern van elk progressief denken. Een Träumerei.

Waar er geen probleem is, creëren veel sociologen graag een probleem. “Alleen al vanuit de optiek van gelijke kansen (sic! – lees: gelijke resultaten) moeten we vrouwen naar technologiestudies blijven lokken, vindt Laurijssen, en dan wel best “op jongere leeftijd”.

Gelijkgezinde journalisten gaan dan op zoek naar gelijkgezinde “kenners” om die koers mee te sturen. De directeur van de technologiefederatie Agoria bijvoorbeeld, die roept om meer technologie. Hoe meer werkvolk, hoe goedkoper. Ook Het Kapitaal kent zijn belangen. Of de verstandige gedragsbioloog Mark Nelissen (UA), van wie we moeten onthouden dat we ons “niet meer de les mogen laten spellen door de biologie. Het wordt tijd dat mannen zich niet meer door aanzien ¬laten leiden bij hun studiekeuze en vrouwen zich niet blijven vastklampen aan een verzorgende rol”.

Wanneer vrouwen – alle campagnes voor meer gendergelijkheid ten spijt – kiezen voor andere studies, andere hobby’s en andere vrijetijdsactiviteiten, dan heeft dat niets met biologie en eigen keuzes te maken, maar met maatschappelijke dwang, jammert DS-redactrice Veerle Beel. “Ongelijkheid wordt subtiel bevestigd. Verdoken seksisme blijft wijdverspreid.” Amen.

Pijpenstelen

Het regende het voorbije jaar dergelijke feministische pijpenstelen. In het voorjaar wou toenmalig minister Joëlle Milquet (cdH) snel even “seksistische gebaren en handelingen in de publieke ruimte” strafbaar maken. Rabiate feministen vonden Milquet dan nog een watje. “Er is doorgedreven actie nodig om de niet-seksistische samenleving te organiseren en hardnekkige effecten van de sociaal geconstrueerde ongelijkheid tussen mannen en vrouwen weg te wissen”. Dat soort staatsfeminisme ruikt al aardig naar oude uniformen.

Er was in 2014 heisa over het feit dat jongens en meisjes ander speelgoed kiezen en krijgen, ook al kreeg dit jaar vooral Zwarte Piet de meeste politiek correcte “verontwaardiging” over zich heen. Over het feit dat vrouwelijke kandidaat-studenten geneeskunde in de toelatingsexamens maar half zo vaak slagen als hun mannelijke collega’s, “omdat ze bij meerkeuzevragen minder gokken dan de jongens en vaker het antwoord open laten”. Over de zwakkere doorstroming van vrouwen naar topfuncties in de politiek en het bedrijfsleven. Over ongelijke lonen, al had dat vooral te maken met het feit dat vrouwen gemiddeld minder lang werk(t)en. Over de vaststelling dat veel jonge vrouwen zeggen nog nood te hebben aan een man die “koestert en bewondert”.

Raar

Een beetje raar toch. 59,2 procent van de hooggeschoolde schoolverlaters zijn meisjes, tegenover 38,5 procent van de laaggeschoolden. Uit de werkloosheidscijfers (VDAB) blijkt dat meer mannen (54 procent) dan vrouwen (46 procent) werkzoekend zijn. Is ook dat seksisme?

Als vooral vrouwen voor een parttime baan kiezen (77 procent in Nederland, 45 procent in België), is dit wellicht ook (groten)deels een eigen keuze. Mogen prominente allochtone journalistes (Yasmina El Massaoudi en Fatma Taspinar) het “eigenlijk best wel arrogant” vinden dat we de westerse visie op vrouwen ook op hen projecteren en alleen een carrière heilig verklaren?

Tot wat feministische politieke correctheid kan leiden, zagen we in dit verkiezingsjaar nog maar eens in de “stemstijl” bij Groen. De vrouwelijke kiezers van die partij verjagen via selectief voorkeurstemmen de groene mannen op hun lijst (uitzonderingen bevestigen die regel). Seksisme?

Quota moeten “de meest natuurlijke” evoluties versnellen, stelde Yves Desmet in De Morgen. Maar als vrouwen minder belangstelling hebben voor politiek – de gemeentelijke lijstvorming met het verplichte ritssysteem is voor veel partijen een nachtmerrie –, dan discrimineren die quota toch de gemiddelde man?

Kijk, wie denkt dat dit blad nog in catacomben thuishoort, waar baarlijke duivels hitsig dansen rond geketende vrouwen, is niet goed wijs. Integendeel, vreugde alom hier, nu meisjes in het hoger onderwijs de jongens overtroeven en massaal de arbeidsmarkt veroveren. Tussen linkse en rechtse opvattingen over dingen die ertoe doen, zit geen millimeter ruimte. Goed zo. Een OESO-onderzoek bevestigt: dit land is het meest vrouwvriendelijke land ter wereld. Al de rest is tijdverdrijf.

We hopen dat in 2015 Herman Brusselmans niet wordt gevierendeeld, dat teksten van rappers niet worden weggebiept, dat reclamemakers niet voorbij een censuurcommissie moeten, dat godsdiensten niet voor de rechter worden gesleept, dat we niet met de bladblazer door ons cultureel erfgoed moeten. En we wensen vooral dat de uniformen van het feminisme (m/v) u wat met rust laten.

Anja Pieters