Schotland volhardt

Op 18 september verwierp 55,3 procent van de kiezers een voorstel van de gewestregering om de onafhankelijkheid van Schotland uit te roepen. De rest stemde voor. Sindsdien is de berichtenstroom uit Schotland in onze media opgedroogd. Europa is tevreden, de NAVO ook, want het “probleem” Schotland is opgelost. Men heeft er geen hinder meer van, dus bestaat het niet meer.

Zou het kunnen dat ze zich vergissen? Ja, hoor. En wel hierom: in de weken na 18 september is het aantal leden van de Schotse Nationale Partij (Scottish National Party), die de zelfstandigheid van het land aanprijst, met niet minder dan 60.000 of 20 procent toegenomen. Dat zijn dus mensen die geschrokken zijn van de uitslag van het referendum, en zich willen inzetten om het een volgende keer beter te doen. Uit peilingen blijkt immers dat inderdaad sinds het referendum van 18 september een groter aantal Schotten dan voorheen de onafhankelijkheid wel ziet zitten. Conclusie: het is wachten tot er zich een geschikte gelegenheid voordoet om een nieuw referendum uit te schrijven, en daarop is de activiteit van de Schotse Nationale Partij nu afgestemd. Van opgeven is geen sprake, integendeel. Laten we dus niet doen zoals de anderen, maar ons blijven interesseren voor het lot van Schotland, ook al haalt dit voorlopig het nieuws niet meer.

De Schotten, geboren uit een mix van oude Kelten en in de loop der eeuwen binnenstromende Scandinavische (Germaanse) volkeren en stammen, zijn tot grote hardnekkigheid in staat. Steeds is de herinnering levend gebleven aan de fiere onafhankelijkheid, vol stammentwisten, die zij in vroegere tijden genoten, toen ze zelfs de oppermachtige Romeinen weerstonden. Die wisten niets beter te vinden dan een muur te bouwen tussen het noorden van Engeland, waar hun legers bivakeerden, en Schotland, een nog wel wat grotere prestatie dan de muur die Berlijn verdeelde.

Geen eigen taal

De ene oorlog met de Britten volgde op de andere. Soms verloren de Schotten een stukje land hier en dan weer daar, maar opgeven deden ze niet, al geraakten ze wel in de loop der tijden hun taal kwijt. Vandaag wordt de Schotse variant van het Keltisch nog slechts gesproken op afgelegen plaatsen in het gebergte (Highlands) of op de eilanden en zelfs daar sterft het Schots uit. Het is alsof in Vlaanderen nog slechts, in Zoetenaaie bijvoorbeeld, oud-Vlaams zou worden gesproken, maar Vlaanderen niettemin een zelfde sterk identiteitsbewustzijn zou kennen als Schotland. Zodoende bewijzen de Schotten immers dat de taal niet gans het volk is. Men is het er zelfs over eens dat de Schotten, meer dan de Engelsen, een duidelijk herkenbare identiteit bezitten.

In 1707 kwam aan het moeizaam naast elkaar leven van Schotten en Engelsen (Angelsaksers) een einde doordat het Schotse parlement zichzelf ontbond en een “unie” aanging met Engeland. Waarom gebeurde dat? Daar bestaan hele bibliotheken over, en men weet het nog niet met volstrekte zekerheid. De gangbare Schotse uitleg is dat de toenmalige Schotse leidende klasse corrupt was en tot het uitleveren van hun land aan de Engelsen werd aangespoord door de zakken vol geld die de Engelsen meebrachten. Waarschijnlijk is daar veel van waar, maar is het niet het hele verhaal. Er was een toenemende dreiging van de Franse staat, die onder koning Lodewijk XIV plannen koesterde om Schotland te veroveren om vervolgens van daaruit Engeland binnen te vallen. Die dreiging was reëel, en had tot gevolg dat er in pamfletten werd betoogd dat Schotten en Engelsen toch veel gemeen hadden. Beide volkeren waren niet katholiek (de Fransen wel), hoorden niet bij het vasteland waartoe het toenmalige “Europa” leek te zijn beperkt. Beiden waren later, toen in Frankrijk de revolutie uitbrak, anti-revolutionair, en waren nooit door “Europeanen” bezet. De verhalen die de twee volkeren met elkaar verbonden, getuigden van een zekere ‘Britsheid”, hoe ondefinieerbaar die overigens wel mocht zijn.

Het begon met Thatcher

Gedurende lange tijd bleef het Schotse nationalisme beperkt tot de literaire klasse en behoorde het tot de folklore. Het is eigenlijk pas ten tijde van het bewind van mevr. Thatcher in Londen dat de Schotten uit verzet tegen haar beleid in grote aantallen toetraden tot de Schotse onafhankelijkheidsbeweging, zoals Vlamingen Bart de Wever aan de macht brachten uit afkeer voor de wijze waarop de Franstalige socialisten België in eigen voordeel bestuurden.

Van toen af ging het zeer snel. Londen schonk Schotland in 1997 voor het eerst eigen instellingen, die in de hoofdstad Edinburgh aanvankelijk slechts de bevoegdheden uitoefenden die altijd Schots gebleven waren (onderwijs, zorgverstrekking en rechterlijke macht), maar voordien vanuit Londen werden uitgeoefend. Nieuw was dat er een verkozen Schots parlement kwam, dat voor Schotse zaken de macht van het Britse parlement overnam. Dit parlement creëerde een nieuwe dynamiek. De Schotse Nationale Partij trad toe tot een coalitieregering in Schotland, en nam vervolgens met de benoeming van haar leider, Alex Salmond, tot eerste minister, de leiding van de coalitie in handen. Bij de verkiezingen van 2011 haalde de Schotse Nationale Partij de volstrekte meerderheid, dus meer zetels dan alle andere partijen tezamen. Dit parlement eiste dat Londen zou instemmen met een referendum over de onafhankelijkheid. Het Britse moederland stemde daar mee in, overtuigd als het was dat het referendum geen meerderheid voor de onafhankelijkheid zou opleveren, maar de instemming van Londen lijkt niettemin in de geschiedenis van de nationale emancipatiebewegingen eerder de uitzondering dan de regel.

Na het mislukte referendum van 18 september heeft de Schotse Nationale Partij razendsnel de bladzijde omgedraaid en is ze begonnen met de campagne voor een tweede referendum. Nog dezelfde avond nam eerste minister en partijleider (functies die in de Britse traditie steeds samenvallen) Salmond ontslag en werd de zeer populaire Nicole Sturgeon tot partijvoorzitster, en enkele dagen later door het parlement, op voorstel van haar partij, tot eerste minister verkozen. Sturgeon is een “echte” … reeds op 16-jarige leeftijd werd ze actief lid van de partij en sindsdien zet ze zich, eerst als advocate en daarna als minister, in voor de onafhankelijkheidsbeweging. In de partij gelooft men dat Sturgeon een betere kans maakt dan haar voorganger om de zaak te winnen. Ze wordt omschreven als een 44-jarige “ijzeren dame” met een allervriendelijkst gezicht, en lijkt als twee druppels water op de Duitse Angela Merkel. Zij klinkt overtuigend als ze stelt dat ze hoopt nog tijdens haar leven de onafhankelijkheid van het land te zullen mogen vieren.

Op naar 7 mei

Ze zet nu alles op de parlementsverkiezingen die in heel het koninkrijk worden gehouden op 7 mei 2015. Ze droomt ervan genoeg Schotse nationalisten naar het parlement in Londen te kunnen sturen om met haar verkozenen op de wip te zitten tussen de Conservatieven van uittredend premier Cameron, en de travaillisten (Labour), waarna zij haar steun aan de ene of de andere partij afhankelijk kan maken van de bereidheid van de Britse politici om de weg naar een tweede referendum over de onafhankelijk te effenen. Ondertussen hoopt ze dat het Britse parlement na mei 2015 de Schotse autonomie zal uitbreiden tot nieuwe domeinen, zoals door de Conservatieve regering reeds werd aangekondigd.
Daar horen we dus nog van. Al die andere volkeren, Basken, Catalanen, Venetianen, Vlamingen, enz., die zich herkenden in het autonomiestreven van de Schotten, krijgen dus ook nog wel gehoor. Ze zullen iets kunnen leren van de manier waarop de Schotse Nationale Partij haar nederlaag van 18 september zal weten om te zetten in een overwinning.

MARK GRAMMENS