Wat is er gebeurd met CD&V?

Vroeger, als je Nieuwpoort-aan-zee langs de Albertlaan binnenreed, las je op de muur van een hotel (inmiddels afgebroken en vervangen door appartementen), een reclame voor het restaurant waarop stond: “specialiteit van vis en vlees”. Ja, dachten we dan, en waarom niet: eten en drinken. En we grapten dat dit waarschijnlijk verkiezingsreclame was voor de plaatselijke CVP.

De tot CD&V omgetoverde CVP heeft een probleem. Het behoort tot haar wezen van een wat men noemt “staatsdragende” of “staatsbehoudende” bestuurspartij dat ze in moeilijke tijden mossel noch vis is, of vis en vlees, maar dat is een rol die de partij thans met de dag moeilijker weet te vervullen. Wie enigszins volgt wat er in andere landen gebeurt, merkt dat dit een Europees verschijnsel is, zoals ook het toenemend succes van min of meer extreem links en van min of meer extreem rechts dat is. In heel Europa kalft de christen-democratie af, behalve in Duitsland en dat is dan grotendeels te danken aan de persoonlijkheid van de kanselier, “Mutti” (mama) Angela Merkel. In het Europees parlement is de CD&V, die daar Europese Volkspartij heet en tot een supra-nationale formatie werd gekneed door wijlen Wilfried Martens, een soort ratjetoe van (steeds, als het over deze partij gaat, met toevoeging van de kwalificatie “min of meer”) conservatieve partijen, die, verenigd al evenzeer als ieder afzonderlijk, een groot vraagteken plaatsen bij hun bestaansreden en een nog groter bij hun toekomst.

De taal van de cijfers

Dat is in Vlaanderen niet anders. In 1985 haalde de toenmalige CVP hier nog ruim 34 procent van de stemmen (waar ze ooit de volstrekte meerderheid had gehaald), wat in 2010 onder het rampzalige bewind van Mw Thyssen, ingestort was tot 17,6 procent, en vandaag in de peilingen wordt gereduceerd tot 16 procent, terwijl de N-VA de magische grens van de dertig procent aanhangers al ruim heeft overschreden. Niets lijkt erop te wijzen dat een terugkeer naar vroegere toestanden er nog in zit voor de CD&V.

De CD&V heeft geen alles en iedereen overheersende leidersfiguur meer, en dat is nochtans voorwaarde voor een mossel noch vis-partij om te slagen. Wat ze aan scherpe profilering mist, moet door een leider worden opgevuld, en zo iemand is er niet meer sinds Dehaene er, kort voor zijn dood, alle belangstelling voor verloor en Leterme, haar stemmenkampioen, in de duisternis verdween. De partij lijkt schrik te hebben van haar eigen schaduw. Wouter Beke speelt zijn dubbelzinnige rol als voorzitter van een dubbelzinnige partij, Kris Peeters doet zijn ijverige best en wordt daar niet steeds voor bedankt, noch door zijn clan-genoten, noch door de kiezer, Koen Geens blijft de advocaat in alle betekenissen van het woord, ook de pejoratieve. Derhalve wordt het vroegere leiderschap (herinner u: Gaston Eyskens, Leo Tindemans, en ja, ook Martens en de jonge Leterme) vervangen door een politiek van belangenbehartiging, mede leidend tot politiek bloedige interne tegenstellingen en tot ontgoocheling van velen. Bij de jongste gemeenteraadsverkiezingen (2012) bleek uit onderzoek dat de helft van de CD&V-kiezers ouder was dan vijftig. In de grote stedelijke centra (Antwerpen, Gent, Brussel-Vlaams) was de rol van de partij blijkbaar definitief uitgespeeld.

En toen kwam er de uitdaging van de triomferende N-VA, waar de CD&V na de verkiezingen van 25 mei 2014 haar wagentje, zoals gewoonlijk: overvol met kandidaten voor benoemingen en bevorderingen, moest aan vasthaken, hoewel dit geen eerste keuze was. Dat was het project dat enkele maanden vòòr de verkiezingen in elkaar was geflanst door Beke en een onverwachte gast, MR-partijleider Charles Michel, en waar men te weinig publieke aandacht aan heeft geschonken. Het kwam hierop neer, dat die twee de leiding zouden nemen van een nieuwe “nationale” coalitie zoals degene die toen onder leiding van Di Rupo het land bestuurde, maar met een ander intern “evenwicht”, namelijk minder “links” en meer “rechts”. Samen zouden Beke en Michel de rol van de socialistische partijen in de regering terugdringen, en de sterkste van hen beiden zou de eerste minister leveren. Men heeft het niet altijd goed begrepen, maar dit was de eerste keer dat Michel een kans zag om eerste minister te worden. De keuze voor hem, na het incident-Thyssen, kwam dus minder uit lucht gevallen dan hij voorgaf. De CD&V had het hem al gegund.

Over de rol van Thyssen

Van het plan kwam niets in huis, vooreerst door het electorale succes van de N-VA en het daarbij aansluitende verlies van de CD&V, die erop gerekend had 20 procent van de stemmen te halen, wat niet gebeurde. Bekes droom van de CD&V als de nieuwe “grote” Vlaamse “volkspartij”, die als vanouds het Belgisch bewind in handen zou nemen, werd geen werkelijkheid. De andere reden waarom het niet doorging, was dat Di Rupo zich niet zomaar wilde laten degraderen tot een ondergeschikte rol, en onmiddellijk overging tot het vormen van door de PS geleide coalities in Franstalig België, met uitsluiting van de MR.

Wendbaar als steeds, veranderde de CD&V het geweer van schouder, sloot zich aan bij de coalitie die De Wever wilde vormen, en pikte alvast in de Vlaamse regering al zoveel mogelijk functies (met veel benoemingskansen) in. De Wever was gulhartig, en schonk Welzijn aan de CD&V’er Van Deurzen, onderwijs aan Hilde Crevits, en het Belgisch eerste ministerschap aan Kris Peeters, die als Vlaams minister-president plaats moest maken voor Bourgeois (N-VA).

Het laatste element van deze combinatie werd uiteindelijk door de CD&V zelf afgewezen, toen ze, tot grote verbazing van (naar het schijnt) iedereen aan de onderhandelingstafel, aanbood het Belgisch eerste ministerschap op te offeren als de partij de Belgische Europese commissaris mocht benoemen. Wat er in die dagen of uren juist gebeurd is, vertelt niemand van hen die het weten, en we hebben geen journalisten meer als Hugo de Ridder, die nauw genoeg verweven zijn met de CD&V-prominenten om hun geheimen achteraf in boeken te onthullen. Het staat wel vast dat er ergens (door wie? waar? wanneer?) een koehandel heeft plaatsgevonden, die grosso modo hierin bestond dat de Europese Volkspartij zich garant stelde voor Europese medewerking aan het vinden van een voor de christelijke vakbond gunstige regeling van het Arco-dossier. Deze garantie werd gegeven op voorwaarde dat iemand uit de CD&V Belgisch eurocommissaris zou worden ter ondersteuning van het beleid van de nieuwe commissievoorzitter Juncker, en liefst van al een vrouw. Men zal er niet verrast van opkijken als ooit blijkt dat Thyssen zelf de persoon was die de regeling achter de schermen heeft tot stand gebracht.

Het lot van Peeters

Kris Peeters is er, zoals bekend, enkele dagen ziek van geweest. Het is niet duidelijk of dit was uit ontgoocheling omdat hij geen Belgisch premier werd, of uit pijn veroorzaakt door de dolksteek van zijn vriendin Thyssen. Geen interviewer was zo nieuwsgierig om het hem te vragen. Peeters zit nog niet lang in de CD&V, en wist kennelijk niet dat daar aan de top nooit vriendschappen hebben bestaan die niet op een of ander moment verbroken werden. Thyssen kreeg in “Europa” een bevoegdheid die weinig of niets voorstelt (sociale zaken, waarvoor “Europa” niet eens bevoegd is), maar er is afgesproken (aldus bijvoorbeeld De Morgen, 2 oktober) dat Europa de waarborgregeling voor de coöperanten van Arco, de financiële poot van de christelijke vakbond, niet langer “ontoelaatbare staatssteun” zal vinden. Koen Geens houdt vol dat hiervoor een juridisch achterpoortje zal gevonden worden, en wie kan dit beter weten dan zo’n bekwame expert?

MARK GRAMMENS