De goegemeente is de stakingen beu. Begrijpelijk. Twee randfenomenen torenden er in de “hete herfst” bovenuit: de door crapuul aangestoken Brusselse veldslag en het socialistische vakbondswijf uit Namen dat een kledingwinkel tot sluiten dwong door de rekken kaal te plukken en “haar buit” rond te strooien. Het wijf voelde zich geen terrorist, in tegenstelling tot, wist ze stellig, “De Wever en zijn bende”. Met die uitspraak symboliseerde de “dame” wat de verliezers van de verkiezingen echt willen: met steun van de media en de andere traditionele partijen het rode status quo, met een “verdeel en heers”-beleid, voortzetten.

Zullen ze uiteindelijk in hun opzet slagen? Een andere “dame” symboliseert met haar politieke koldergedrag de manier om “oppositie te voeren” tegen regeringen zonder socialisten. Dat ze meestal driekwart eeuw in de tijd moet afdalen om “valabele argumenten” voor haar ondermijningswerk te zoeken, is het minste van haar zorgen. Het is de perceptie die telt om, na een “hete herfst”, in samenwerking met de vakbonden, een doorstart voor een “hete winter” te stimuleren. Heeft de burger het duidelijk gehad met dat “hete”, het is een koud kunstje een aantal feiten en toestanden te noemen waar hij ook meer dan genoeg van heeft, maar die door de zondvloed aan nieuwsgaring over stakingsgolven ondergesneeuwd raakten.

Niet allemaal, verbeter ik mezelf dadelijk. Als een door de media overbelicht nieuwsfeit gelijke tred hield met de hype rond de stakingsmiserie, dan het overlijden en de uitvaart van koningin Fabiola. Haar wens in alle bescheidenheid afscheid te nemen van haar aardse bestaan werd straal genegeerd. Niemand die durfde opperen dat dit volledig haaks stond op al die buitengewone eigenschappen en extreme levenswijsheid, haar toegemeten door dezelfden die, door een staatsbegrafenis op te zetten, een gebrek aan respect voor de aflijvige etaleerden. In de krant Het Laatste Nieuws verscheen een bladzijde grote foto van een door zo goed als lege straten trekkende peperdure en protserige lijkstoet. Niets illustreerde meer de onverschilligheid van een bevolking die andere katten te geselen heeft dan zich te laten meeslepen door wie belang heeft bij een opgefokte koninklijke hype. Will Tura, allicht denkend aan een volgend lintje, kraamde uit “dat hij zou moeten vechten om zijn stem onder controle te houden bij het zingen van zijn afscheidslied”. Het kan dat de bevolking ook dergelijk geleuter hartsgrondig beu is.

Experts en vrienden

Farid le Fou vrij? Zotter MOET het niet worden, wist krantenlezer Luc Baert uit Gent. Of het niet zotter KAN worden, liet hij in het midden. Een peiling is niet nodig om te weten dat de bevolking de buik vol heeft van wat (politiek benoemde) rechters zich veroorloven. Toch lijken de media niet echt bekommerd om het deksel van het stinkende potje te houden. Opvolgen van de grootste justitionele farce ooit bestaat niet uit volgehouden kritiek op dat potje, wel uit wat wordt ingefluisterd door bronnen, de ene al idioter dan de andere. Zo kon men genieten van sussende boodschappen van “experts” die weten dat Justitie zotte Farid non-stop in de gaten houdt. Alleen weet geen enkele “expert” waar die topcrimineel zich ophoudt. Een andere vorm van opvolging is het aan het woord laten van “vrienden” van Farid. Onder wie de rechter die hem vrijsprak, vermits die aan kranten liet weten “dat zijn beslissing weldoordacht was”. Even weldoordacht werd dat klakkeloos gepubliceerd, evenals de doordachte uitspraak van Gerard de Coninck, een intimus van Farid. Hij wist dat “die man jarenlang onmenselijk was behandeld en nu eindelijk kon ademhalen”. Als iedereen de stakingen beu is, dan is kotsmisselijk worden het enige dat geldt voor de “opvolging” van zwaarwegende feiten. Hset blijvende gebruik van de vergoelijkende term “jongeren” om criminaliteit in multiculturele samenhang ietwat te verdoezelen, mag dan minder ergerlijk zijn, het werkt niet minder op de zenuwen van Jan Modaal die een kat een kat wil horen noemen.

Toetjes

Toen Fouad Belkacem op het terreurproces in Antwerpen orakelde dat hij triest is omdat “jongeren” naar Syrië trekken, klonk de stille kreet “Heer, bespaar ons die onzin” van een moegesarde bevolking oorverdovend luid. Even luid als de schampere maar terechte opmerking van lezer Willy Janssens uit Geraardsbergen, die denkt “dat wel weer een spitsvondig advocaatje op zoek zal gaan naar procedurefouten om Jérémy P., moordenaar van Béatrice Berlaimont, vrij te pleiten. Lukt dat niet, volgt wel een pleidooi over zijn harde jeugd”. Indien toestanden beu zijn hetzelfde betekent als verzuurd zijn, is nagenoeg de ganse bevolking verzuurd.

Me terugtrekkend uit de criminele sfeer geef ik als toetje op het “men is het beu”-verhaal enkele “grote” nieuwsfeiten mee die voor een goed humeur van de doorsneeburger niet echt bevorderlijk zijn. Waarom zo nodig als frontpaginanieuws dient weerhouden dat voetballer en miljonair Eden Hazard straks 250.000 euro per week zal verdienen, is stellig een raadsel. Zeker als men weet dat het “zot van België”-clubje – de Rode Duivels – zo vaderlandslievend is dat haar leden er alles aan doen om zo weinig mogelijk of geen belastingen te betalen voor het land dat hen toch zo nauw aan het hart ligt. Wie dat soort verheugend nieuws liever rijk dan kwijt is, mag zijn vinger opsteken. Ook wie zich niet blauw ergert aan het gelul over stroom afschakelen, nu een doemscenario in versnelde afbouw. Om er met niet het geringste “men is het beu” een punt achter te zetten, verwijs ik graag naar het eeuwige gezeur over BAM en alternatieve tracés, en het daasrmee verwante pakket dure studies en een referendum. Daar tegenover staat dat veertien jaar na het begin van de woordenkramerij de eerste spadensteek nog altijd in het rijk van de verbeelding bestaat. Om moe van te worden? Bijlange niet.

D.Mol