Tegen de kruideniers. Over talen, Europa en geheugen

Tegen de kruideniers. Over talen, Europa en geheugen

tegen_de_kruideniersLuc Devoldere over Pompeï, Venetië en Joris van Severen

Het verleden is teruggevonden en voor altijd verloren.

Op vrijdag 17 oktober werd het boek Tegen de kruideniers van Luc Devoldere voorgesteld, in de chique salons van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde in de Koningstraat in Gent. Luc Devoldere is hoofdredacteur van het op glanzend papier gedrukte Ons Erfdeel en hij mag veel reizen. Hij noemt zichzelf een postkatholiek en hij is een echte estheet (een schoonschrijver). Om het eens met een geleerd woord te zeggen: hij is een eclecticus, die zijn klassiekers kent en een aardig woordje Latijn en Italiaans uit zijn zwierige hoed kan toveren.

Samen met Patrick Lateur, die hem in de Academie interviewde, en Paul Claes vormt hij als het ware het genootschap van de “Grote Drie Vlamingen”. Lateur vertaalt bijna alles van de klassieke Ouden. Claes ontleedt bijna alles (van Claus tot en met de postmodernen). Devoldere schrijft over bijna alles wat hij ziet en leest; meer moet dat niet zijn, maar ook niet minder.
Zijn eerste boek, Grand Hotel Italia, met als ondertitel Een reis in de geest, verscheen twintig jaar geleden bij Uitgeverij Pelckmans en opent met het gedicht ‘In den trein’ van de bijna geheel en al vergeten roomse rijmelaar Bertus Aafjes. Dit schrijf ik niet met minachting; want niet elk rijm is poëzie, maar poëzie mag soms wel rijmen. Het eerste woord dat valt, is reizen, en Devoldere is zeker een groot reiziger.

Aangenaam en leerzaam

In zijn lange inleiding schrijft Devoldere dat hij zich in dit boek buigt over schrijvers, plekken en inzichten. Dat bewijst hij, in dit aangename en leerzame boek. Hij strooit graag met citaten van beroemde grootheden en dat stoort niet. Ook dit boek bevestigt zijn vier belangrijke thema’s of dada’s: zijn passie voor Italië (met vooral Pasolini en Gramsci, maar zonder Papini!), de bestudering en de evocatie van het kostbare historische verleden (hij maakte een reis naar de restanten van de Muur van Hadrianus, aan de grens tussen Schotland en Engeland), zijn fascinatie voor grenzen en grensgebieden (zie zijn stuk over de Italiaan Claudio Magris die uit de grensstad Triëst komt en voor wie hij zelfs hoopt dat hij de Nobelprijs mag krijgen) en zijn diepe bezorgdheid over de kennis van onze taal (zie zijn imposante pleidooi in ‘Babel in de Lage Landen’) en voor het klassieke Latijn (in ‘Je wordt een trage lange jongen die Tacitus en Wolkes kent’). Dit geheel wordt overgoten met de smakelijke saus van iemand die zich heeft gebaad in de cultuur van het oude Rome en van daaruit de grenzen van het imperium romanum herontdekt. Zijn boek heeft hij moeizaam ingedeeld in vier alles overkoepelende delen: ‘Verdwaald in al onze talen’, ‘Europa ach! Europa’, ‘Helden’ en ‘Nog meer lucifers bij de brand’ dat eigenlijk nauw aansluit bij zijn notities uit zijn vorige boek met dezelfde titel. Luc Devoldere heeft ongetwijfeld een grote honger naar goede boeken. Zo begon hij ze uiteindelijk zèlf te schrijven. Want soms bundelt hij stukken of reisverslagen die hij eerder schreef voor degelijke tijdschriften als Ons Erfdeel, Nexus, Streven en Passage, het nieuwe interessante tijdschrift voor Europese literatuur & cultuur (dat uitgegeven wordt door uitgeverij Garant).

Grenzen

Devoldere laat zijn horizon niet beperken door echte of denkbeeldige grenzen. Op de bladzijden 210 en 211 verwoordt hij zijn gedurfde en heldere visie op al onze grenzen: ‘Grenzen zijn ficties. Maar wie ze legt, bakent hoe dan ook af, en mettertijd ontwikkelt zich een realiteit, een wereld van verschil. Grenzen zijn contingent. Pas als je ze aanvaardt, kun je ze overstijgen.’ Dat gaat zo door, tot hij besluit: ‘Een grens waarop een muur wordt gebouwd, is een grens in het kwadraat.’
Toch zijn de meest verrassende stukken of essays te vinden in het derde deel, ‘Helden’, waar hij over de Frans-Vlaamse monnik Willem van Rubroeck schrijft die nog vóór de Italiaan Marco Polo vanuit Constantinopel in 1253 naar het verre Mongolië reisde en over die lange reis in het Latijn een verslag schreef. Ook over de eigentijdse Amerikaanse troubadour Bob Dylan schreef de cultuurcriticus en veredelde literaire journalist Devoldere een swingend stuk, met als veelzeggende titel ‘De rockende cowboy van de Apocalyps’.

Rachel Baes en haar Georges

Het meest verrassende is zijn stuk ‘Ongekooid verlangen’, over Joris van Severen en zijn vreemde minnares Rachel Baes. Toch weet ook hij, als het ware aarzelend en toch gefascineerd, niets nieuws te vertellen over Van Severen en liet hij zich inspireren door het merkwaardige boek van Patrick Spriet (Een tragische minnares, Uitgeverij Van Halewyck, 2002) en door een filmpje dat hij toevallig op televisie heeft gezien. Toch één citaat: ‘Deze man bleek immers geen schreeuwer à la Degrelle, de poujadistische leider van Rex, maar een charismatische intellectueel met klasse.’ Waarvan akte. Het hele stuk gaat dan ook meer over Rachel dan over haar notoire minnaar die nog altijd als een mythische figuur voortleeft.
Het mooiste hoofdstuk van dit boek is ongetwijfeld dat over het zinkende Venetië, onder de prachtige titel ‘Parel zonder schelp’. Die unieke tekst werd al vertaald in het Engels, het Frans en het Italiaans en werd als citybook gepubliceerd (www.citybooks.eu). Het vreemdste stuk is getiteld ‘Een mystieke manager en een rationele mysticus’ (over een wat vergezochte samenhang tussen Spinoza en Ignatius van Loyola) omdat Devoldere de invloed die hij onderging tijdens zijn Grieks-Latijnse opvoeding bij de strenge jezuïeten van het vermaarde Sint-Barbaracollege te Gent, zoals ook Joris (Georges) van Severen, niet helemaal van zich af kan werpen. De lucide Devoldere omschrijft zichzelf trouwens niet zomaar als een postkatholiek.

Notities als sprankelende vonken

Toch is mij, al bij al, nog het liefst, het vierde en laatste deel met de wat koketterende titel ‘Parerga kai paralipomena’ (voor zij die nog wat Grieks kennen en vertrouwd zijn met de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer) waarin hij opnieuw zijn korte, soms zelfs aforistische, leesnoties bundelde. Ik geef één fijn en humoristisch voorbeeld: ‘In de hemel speelt men alleen Bach. Maar God luistert alleen en stiekem in zijn kamer naar Mozart.’ En ik herhaal: je moet bij de jezuïeten hebben gestudeerd om zo’n listige en geestige uitspraak te kunnen doen.

De Brave Hendrik

Titel: Tegen de kruideniers. Over talen, Europa en geheugen
Auteur: Luc Devoldere
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar: 2014
Bladzijden: 335
ISBN 978 90 8542 616 5
Prijs: 19,99 euro


Tags assigned to this article:
2014-48De Bezige BijDe Brave HendrikLuc Devoldere

Related Articles

De terugkeer van Europa. Haar tranen, daden en dromen

Niet alles aan Europa is krom Om de drie jaar “De wereld van gisteren” van de auteur van Joodse afkomst

Aan de Rand van de Wereld

Hoe de Noordzee ons vormde De Britse geschiedkundige Michael Pye schrijft meeslepend over de Vlaamse kust, de wijn van de

Doel. Polderdorp & omgeving

Nog is Doel niet verloren Het pijnlijke wedervaren van Doel en zijn omgeving zal de lezer genoegzaam bekend zijn. Nog