Vijf jaar strijd tussen euro en dollar

De ten opzichte van de dollar zwakkere euro is voor onze exporterende bedrijven een geschenk. Maar zal dat lang duren? Dollar en euro maken ten opzichte van elkaar al vijf jaar jojobewegingen. Een overzicht.

In een half jaar is de euro ten opzichte van de dollar 11 procent van zijn waarde verloren. Begin mei was een euro nog 1,39 dollar waard. Ondertussen zitten we aan ongeveer 1,20 dollar. Een zwakkere euro is goed nieuws. Het versterkt de concurrentiepositie van de exportbedrijven. Anderzijds wordt de import duurder en is het minder aantrekkelijk om in deze kerstperiode op vakantie te gaan in de VS. Maar in elk geval zorgt de zwakkere dollar voor extra zuurstof voor onze bedrijven.

Vraag is of dat lang gaat duren. Dat de dollar en de euro ten opzichte van elkaar jojobewegingen maken, is op zich niet abnormaal, maar sinds begin 2010 zijn die bewegingen zeer volatiel geworden. In januari 2010 stond de euro relatief sterk. Voor één euro kreeg je maar liefst 1,45 dollar. Maar toen begon voor de eurozone een zwarte periode. Griekenland, Portugal en Ierland verzeilen in zware economische problemen en ze dreigen de eurozone uit elkaar te doen vallen. De markten raken in paniek en twijfelen eraan of bepaalde eurolanden hun staatsschuld ooit nog zullen kunnen terugbetalen. Tegen mei 2010 zakt de euro naar bijna 1,15 dollar. Een absoluut dieptepunt dat sindsdien niet meer bereikt werd. Het vertrouwen in de munt neemt toe omdat er een reddingsplan voor de probleemlanden wordt uitgedokterd. Ondertussen zitten de andere muntzones niet stil. Om hun export te ondersteunen, zorgen de VS, Japan en China voor massale geldcreatie. Er is sprake van een ‘muntoorlog’.

Tegen april 2011 stijgt de euro opnieuw naar 1,45 dollar. Nochtans is er op dat moment voor het europrobleem geen definitieve oplossing gevonden. Maar de euro wint aan belang omdat de Amerikaanse Federal Reserve de geldpers doet draaien. Toch duikt de Europese munt in de herfst weer omlaag, omdat de beurzen op storm staan, de Griekse economie een nieuw reddingsplan nodig heeft en het vertrouwen in de banken zoek is. De euro flirt met de 1,30 dollar. De daling gaat in 2012 door. Griekenland staat aan de rand van een politieke ineenstorting, Spanje kent een bankencrisis en Italië boezemt weinig vertrouwen in. De euro zakt zelfs naar 1,20 euro.

In de zomer van 2012 spreekt Mario Draghi deze historische woorden: “We zullen alles doen om de euro te redden.” De munt herwint stilaan het vertrouwen van de financiële markten en begint aan een langzame opgang. 2013 wordt het jaar dat de euro steeds sterker wordt. Vooral Duitsland is daar blij om. Een zwakke euro mag dan goed nieuws zijn voor de export, voor de Duitsers maakt het weinig verschil. De Duitse exportproducten – zoals dure wagens – zijn weinig prijselastisch. Dat wil zeggen dat afnemers ze sowieso kopen, of ze nu goedkoop zijn of niet. Duitsland wil vooral een sterke euro omdat het anders de import duurder maakt en de inflatie kan aanjagen. 2013 is een goed jaar voor de voorstanders van een sterke euro. Maar opnieuw staat die evolutie niet los van de dollar. Door de Amerikaanse dreiging met een ‘shutdown’, de overheidsdiensten die sluiten, en de ‘quantitative easing’, het massaal geld drukken door de Amerikaanse Centrale Bank om de economie aan te zwengelen, is het vooral de dollar die verzwakt tegenover de euro.

Aan die beweging komt in het voorjaar van 2014 een einde. Enerzijds is er de Europese Centrale Bank, die denkt aan een soepeler monetair beleid (zonder te zeggen waar het precies op neerkomt). Anderzijds zeggen de VS dat het drukken van geld de economie voldoende ondersteund heeft. Er wordt in Washington zelfs gedacht aan een rentestijging en dat is goed nieuws voor de dollar, die dan in waarde toeneemt. Hogere rentes maken dat het interessanter is in dollars te beleggen. Meteen verzwakt de euro, als tegenbeweging. Hoelang die neergaande trend zal aanhouden? Zeker de Duitsers zullen niet willen dat ‘hun’ munt te zwak wordt. De evolutie van de euro wordt één van de grote economische vraagtekens van 2015.

Angélique Vanderstraeten