De Cluysenaars waren in Noord-Nederland gekend als architecten en ingenieurs. Jean-Pierre, geboren in Kampen in 1811, kwam met zijn vader naar Brussel voor de opdrachten van Willem I. Hij volgde er later lessen tekenkunst en bouwkunst en hij werd stagiair bij hofarchitect T.F. Suys, onder Leopold I. Cluysenaar reageerde tegen het neoclassicisme en hij verdedigde een eclectische bouwstijl, ook neorenaissance genoemd. Hij ontwierp hotels, galerijen, stations en kastelen. Het Vironkasteel is nu het gemeentehuis te Dilbeek. In Brussel scoorde hij hoog met de Sint-Hubertus- en Koninginnegalerij en het Conservatorium. Hij werd de stamvader van vijf generaties beeldhouwers, schilders en literaire talenten.

Alfred moest van vader Jean-Pierre beeldhouwer worden, maar hij werd tekenaar en kunstschilder. Hij verdedigde de monumentale doeken maar hij kende het meest succes met karaktervolle portretten van familieleden en opdrachtgevers. Zijn zoon André Cluysenaar bekwaamde zich nog sterker in de portretkunst. Na zijn portret van koning Albert I mocht André tijdens zijn oorlogsverblijf in Engeland de Britse lord Balfour en andere beroemdheden portretteren. In de artistieke familie kwam de olie in het interbellum opnieuw boven. John Cluysenaar (1899-1986), een autodidact, werkte het liefst als tekenaar, schilder en beeldhouwer. Met zijn sculptuur “De Kus” won hij de Prijs van Rome en de Prijs Godecharle. Zijn standbeeld van de prins de Ligne, in het Egmontpark, opende opnieuw de weg naar de Britse opdrachtgevers. John ging mee met zijn tijd. Hij dweepte in zijn tekeningen en aquarellen vooral met het Amerikaanse expressionisme. Bij het beste van de tentoonstelling horen zijn intuïtieve abstractie in de uitdrukking van het menselijke gelaat en de werken in stippeltechniek. Zijn maskers hebben een duidelijke psychologische inslag. De laatste in de rij is dochter Anne (1936-2014), die ook even de artistieke toer opging, maar zij voelde zich beter thuis in de literaire wereld. Anne kende een academische carrière als docente literatuur en ze publiceerde essays en dichtbundels. Ze overleed enkele weken voor de opening van de tentoonstelling.

De vrij beperkte maar toch boeiende tentoonstelling van de Cluysenaars wordt oordeelkundig gespreid over de salons van het burgerhuis van beeldhouwer Charlier.  Twee eeuwen Kunstenaarsfamilie Cluysenaar in het Charliermuseum, Kunstlaan 16, Sint-Joost-ten-Node, tot 16 januari 2015.

FDC