Na ‘Kannibaal’, ‘Aan de arbeid’, ‘We zijn hier nu toch’ en ‘Welkenraedt’ werd onlangs de vijfde studio-cd van de groep Yevgueni aan het grote publiek gepresenteerd. De nieuwe plaat kreeg de titel ‘Van hierboven’.
Yevgueni is allang geen onbekende groep meer, en de tijd dat die steevast aangekondigd werd als jong talent, ligt al een tijd achter ons. Klaas Delrue, Geert Noppe en Maarten van Mieghem zijn de vaste drie leden, van bij het prille begin. Later kwamen Patrick Steenaerts op gitaar en Stef Vanstraelen op drums het trio vervoegen.

Voor deze cd veranderde Yevgueni opnieuw van producer. Bij het prille begin vond de groep onderdak bij Wouter van Belle, die de groep tot een groep maakte. Voor de derde plaat kwam hun toenmalige held Stef Kamil Carlens naar voren, en hij deed Yevgueni op hun vraag wat meer rocken en strakker klinken. Deze nieuwe cd werd dan weer gemaakt onder de hoede van David Poltrock, de man die vijf muzikale visies tot één vlot geheel moest zien gekneed te krijgen.
Waar de vier vorige eerst geschreven werden door Klaas (tekst) en daarna de muziek door iedereen samen werd ingevuld, ging het er voor deze cd helemaal omgekeerd aan toe. Nu werd door de groep eerst de muziek gemaakt, en werd Klaas vervolgens “gedwongen” op de muziek de gepaste tekst te plaatsen. Muzikaal had Yevgueni als groep dus behoorlijk vrij spel.

Dat is duidelijk merkbaar. Je hoort op deze plaat vele individuele sterke muzikale prestaties, vele diverse stijlen en veel vakmanschap. Veel meer ruwe kracht en minder propere ruiten. Je hoort minder eenduidige teksten, vele vage woorden toch, vele hollere zinnen dan vroeger, volgens de groep veel meer gelegenheid tot interpretatie en eigen invulling. De keuze van een groep om een onbediende doelgroep meer en beter te bedienen, met het risico een bestaande doelgroep minder te bekoren.

‘Van hierboven’ is voor de fan van het eerste uur een vreemde plaat. Het openingsnummer, ‘Het is niet veel’, is van de bovenste plank: groots in opbouw, krachtig in eenvoud en met een tekst die ons inziens niets aan het toeval overlaat. Maar daarna wordt het zoeken naar een beklijvend nummer, en dat duurt voor ons tot ‘Zij zingt mijn lied’ en iets later tot ‘Naar huis’. Beide liedjes leunen meer aan bij de oude stijl. Het akoestische en fragile ‘Naar huis’ toont eens te meer aan dat zingen in het Nederlands niet moet onderdoen.

Lekker dansen kunnen we doen op ‘Kom met me mee’, maar dat is dan toch al het tiende nummer op de plaat. Want de door de groep naar voren geschoven singel ‘Mensen zijn maar mensen’ blijft niet aan ons geheugen kleven en kan ons tekstueel niet pakken. ‘Onder helden’ blijft muzikaal onder de verwachtingen van de titel van het lied en ‘Ogen dicht’ kabbelt wel, maar stroomt nooit echt. Het in Zuid-Afrika geschreven titelnummer ‘Van hierboven’ is dan weer wel een pareltje, en leidt naar het laatste nummer ‘Vroeger (was het beter)’. Dat laatste nummer is net als het beginnummer meer dan vijf minuten lang, maar mist dezelfde pakkende opbouw en de spanning blijft niet tot het einde hangen. Al bij al klinkt ‘Van hierboven’ inderdaad muzikaal veel krachtiger en volwassener dan vroegere platen van de groep. Maar we missen wel de krachtige en variërende stem bij deze variërende muziek, en de tekst gaat daardoor toch dikwijls verloren in de muzikaliteit. De speelsheid van de jonge groep is vervangen door de routine van professionele muzikanten, en misschien is dat niet altijd een geslaagd huwelijk. ‘Van hierboven’ is zeker een interessante plaat, maar echt bekoren doet ze bij de eerste twee beluisteringen niet onmiddellijk. Benieuwd of de groep bij een optreden een zittend publiek kan wakker krijgen en bij het nekvel kan grijpen om het nadien niet meer te lossen. En dat betwijfelen we nu.

OCTAAF VEREN