Natuurlijk wemelt het deze maand van kerstconcerten– zolang het mag van Abou Jahjah en kornuiten –, maar als een groot zangkoor uit de Zuid-Afrikaanse Bergrivierstreek (Piketberg, Goeverwacht, Porterville), na een succesvol optreden in de Verenigede Staten (o.a. in Bosyon), een kerstconcert in de Vlaamse stad Aalst en nergens anders in Vlaanderen komt geven, dan is dat mijns inziens toch wel een stukje waard in ons lijfblad, dat altijd een heel bijzondere band met het land van Sarie Marais heeft gehad. “Dit wordt een concert van warmte”, zei Frank Judo, voorzitter van de Zuid-Afrikaanse Cultuurstichting. Van die warmte hebben de aanwezigen in de bomvolle kerk van Onze-Lieve-Vrouw-van-Bijstand met volle teugen genoten, al namen bepaalde “zonderlingen” er aanstoot aan dat de dirigent van het Aalsterse vocaal ensemble Incensum het nodig vond het publiek toe te spreken in het Engels. Daardoor werd de dirigent van het Bergrivierkoor blijkbaar op het verkeerde been gezet en sprak hij op zijn beurt de Vlaamse vrienden van Zuid-Afrika (en van het Afrikaans) in het Engels toe, wat gelukkig vanuit de zaal protest uitlokte. Afgezien van die schoonheidsfoutjes niks dan lof voor dit hoogstaande kerstconcert, met een aantal muzikale en tekstuele pareltjes. Ook voor het aandeel van Incensum, pas twee jaar geleden uit het ajuinenveld gestampt, niks dan lof. Want als ’t goed is, schrijven we ’t ook. Het rasgemengde (oei, mag ik dat nog schrijven?) Bergrivierkoor genoot zichtbaar van dit optreden in Vlaanderen, waar de zangers heel lang naar uitgekeken en voor gespaard hadden) en wist de Vlaamse toehoorders met meer dan één kerstlied te ontroeren, door zijn oorspronkelijkheid. Mij trof, bijvoorbeeld, de Afrikaner versie van Stille Nacht, “plattelandse lofdig vir Kertmis”, waarin de Zuid-Afrikaanse seizoenen worden bezongen: de zomers met vruchten in overvloed, de zuiverende zuidoostenwind, het koren voor het dagelijks brood, de koude winter met sneeuw op de Kaapsebergen en de lente met bijengezoem en nieuw leven. Schepen Karim van Overmeire sloot zich aan bij de vorige spreker wat die Zuid-Afrikaanse warmte betreft en hij beklemtoonde de Aalsterse banden met Zuid-Afrika. Hij deed dat níét in een vreemde taal. Wat bij een aantal vrienden van Zuid-Afrika blijkbaar in het verkeerde keelgat schoot, was de afsluiting van deze mooie kerstviering met het nationale lied van Zuid-Afrika. Blijkbaar hadden die mensen het wat moeilijk met “die nuwe Suid-Afrika” waarvan het officiële volkslied vandaag begint met “Nkosi Sikelele i Africa”. Gelukkig zong het koor met heel veel overtuiging daarna ook het ons geliefde “Uit die blou van onse hemel”, die Stem van C.J. Langenhoven. Al werd die Afrikaner versie nog gevolgd door de Engelse vertaling, voor menige vriend van Zuid-Afrika in de stad van priester Daens, was de indruk: eind goed, al goed. En dat mocht ook gezegd worden van de receptie, met Zuid-Afrikaanse wijn en hapjes. Baie dankie! Of moest ik schrijven “baie drankie”?

hvo