Als één van de vermaardste Duitse componisten ging hij de geschiedenis in: Georg Friedrich Händel (1685-1759), de veelschrijver die van welhaast alle muzikale markten thuis was. In februari zal het driehonderddertig jaar geleden zijn dat de man ter wereld kwam, als kind van de baroktijd. Het is allicht geen toeval dat de Munt net dan twee operawerken van de grootmeester op zijn programma heeft gezet. Met “Tamerlano” (van 28 januari tot 8 februari) en “Alcina” (van 28 januari tot 1 februari), onder leiding van de Franse barokspecialist Christophe Rousset, krijgt de melomane goegemeente een kleine doch verrukkelijke selectie uit het uitgebreide operarepertoire van Händel aangeboden.
Händel stamde uit het rurale vorstendom Saksen. Hij kreeg de muziek niet van huize uit mee. Nadat Händel zijn generatie- en landgenoot Georg Philipp Telemann (1681-1767) had leren kennen en er tussen beide muzikale genieën een vruchtbare kruisbestuiving op gang was gekomen, geraakte zijn muzische scheppingsdrang in een stroomversnelling. Zijn passie voor schoonheid en verhevenheid bracht Händel al snel buiten de grenzen van zijn provinciale heimat. Hij beproefde zijn kunnen eerst in het voornaamste land der kunsten en vooral dan van de opera: Italië. Met onder meer de fameuze titel van Venetiaans operacomponist op zijn cv keerde hij in 1710 naar het Duitse Rijk terug en werd hij kapelmeester aan het keurvorstelijke hof te Hannover.

Toen kwam Londen in het vizier. Zonder permissie van zijn adellijke baas maakte de gedreven componist meermaals de oversteek naar Engeland. Op het vlak van opera was Engeland nog een ontwikkelingsland. Als een soort missionaris van het genre brak Händel in de Londense theaters door met onder meer het passionele en epische “Rinaldo”. De keurvorst was waarschijnlijk minder opgezet met die onaangekondigde carrièrewending. Het moet voor “Georg Frederic” even slikken geweest zijn toen het dynastieke lot uitgerekend Georg Ludwig von Hannover in 1714 op de Engelse troon bracht. De verzoening tussen heerser en kunstenaar geschiedde in stijl. Toen Georg I, varend op de Theems, voor het eerst Händels hemelse “Wassermusik” aanhoorde, was de vorst zo diep geraakt, dat de componist zijn ganse verdere leven op de steun en de waardering van het koninklijke hof mocht blijven rekenen. Kort daarop kreeg Händel de leiding van een muziekacademie naar Italiaanse model.

“Tamerlano” en “Alcina” dateren respectievelijk van 1724 en 1735. De werken stammen uit de periode dat de componist reeds kind aan huis was aan het Engelse hof en dat zijn Royal Academy of Music op volle toeren draaide. Qua insteek en sfeer liggen die opera’s echter mijlenver uit elkaar. “Alcina” is ontleend aan de lyrisch-dromerige wereld van de Italiaanse dichter Ludovico Ariosto (1474-1533). Het werd een toveropera met tal van magische elementen. Anders gaat het eraan toe in de opera “Tamerlano”, een uitgesproken politiek werk, voor het eerst opgevoerd in het herdenkingsprogramma van onder meer de Glorious Revolution (1688). De handeling wordt geheel ingepalmd door de nederlaag die de Tataren onder Timoer Lenk (veritaliaanst naar Tamerlano) in 1402 aan de Turken onder sultan Bayezid I toebrachten. Men beschouwde die gebeurtenis ooit als de redding van Europa voor de aanhoudende Osmaanse agressie. Händel borduurde voort op de Engelse traditie om die historische stof aan te wenden als subtiele steek richting het verafschuwde katholieke Frankrijk van Lodewijk XIV.

Voor meer informatie en het volledige speelplan kunt u terecht op www.demunt.be of bellen naar 02/229.12.00.

Tom