Praten met politicoloog Wilfried Dewachter over ‘De trukendoos van de Belgische particratie’

“De Vlaamse regering moet rechtstreeks verkozen worden”

België is al decennia geen parlementaire democratie meer maar een partijendemocratie. Waarbij een gezonde democratische besluitvorming onmogelijk wordt gemaakt door allerlei filters en veto’s. De parlementaire democratie is door de opdeling in taalgroepen en speciale meerderheden in zes gedeeld. Wie 17 procent van de stemmen haalt, kan in principe alles blokkeren. De oplossing voor deze patstelling? Een rechtstreekse verkiezing van de Vlaamse regering. Dat is de centrale stelling van ‘De trukendoos van de Belgische particratie’, het recentste werkstuk van de Leuvense emeritus politicoloog Wilfried Dewachter. Een gesprek.

2015-04_11_Wilfried Dewachter (Medium)Het zijn hoogdagen voor de fans van het VRT-programma Villa Politica. Zeker de rechtstreekse uitzendingen van de plenaire Kamerzitting zijn de moeite waard voor wie van verbale bokwedstrijden en politiek theater houdt. Eerst was er een krijsende Laurette Onkelinx (PS) tijdens de maidenspeech van eerste minister Charles Michel. En een paar weken geleden verliet de PS, daarna gevolgd door de rest van de oppositie – behalve het Vlaams Belang – het halfrond, omdat de federale regering vond dat ze zelf kon bepalen welke excellentie zou antwoorden op de vraag van de oppositie. Wie de uitzendingen van Villa Politica volgt, zou denken dat de Kamer van Volksvertegenwoordigers nog altijd het hart is van de Belgische democratie. Niet alleen de plaats waar het debat wordt gevoerd, maar ook waar de beslissingen worden genomen.

In ‘De trukendoos van de Belgische particratie’ ontkracht de Leuvense politicoloog Wilfried Dewachter die stelling met brio. Dat vragenuurtje en de plenaire zitting hebben veel weg van een zeer voorspelbaar nummer.

Wilfried Dewachter: “Ik citeer Caroline Gennez: ‘Met acht mensen hebben we de staatshervorming onderhandeld en achteraf voert iedereen voor het parlement een show op.’ Een hoofdstuk in mijn boek staat vol met citaten die aantonen dat het parlement machteloos is. En dat is geen recent gegeven. Je moet heel ver in de tijd teruggaan. Ik heb dat al vastgesteld toen ik in 1967 mijn doctoraat schreef. Toen hadden we al geen volksvertegenwoordiging meer maar een partijenvertegenwoordiging. Iedereen die in die tijd verkozen was, werd door de partij in nuttige volgorde op een lijst geplaatst. Stond je in de nuttige volgorde dan was je verkozen. Kandidaten buiten de nuttige volgorde hebben vaak met mij contact opgenomen en ze vroegen me wat ze moesten doen. Ik heb hen geantwoord: “Niets. Begin de volgende verkiezingen voor te bereiden. Probeer op gemeentelijk vlak stemmen te verzamelen.” De partijen beslissen wie voor hen naar het parlement gaat en wie niet.

‘t Pallieterke: sinds wanneer kunnen we zeggen dat België een partijendemocratie is?

Dewachter: “In 1961 vond een eerste breuk plaats. Dat was de laatste keer dat een groot aantal parlementsleden uit de meerderheidspartijen bij de vertrouwensstemming neen stemden. 27 CVP/PSC-leden stemden tegen Lefèvre-Spaak. Het was de laatste keer in de Belgische geschiedenis dat dit zo massaal gebeurd is. Het verschil met buurland Duitsland valt op. Toen Merkel in 2005 voor het eerst bondskanselier werd, waren er 55 tegenstemmen uit de meerderheid. In 2009 waren er 9 tegenstemmen. In 2013 waren er 41 geheime tegenstemmen uit de meerderheid. Daar zegt het parlement: let op, je krijgt het vertrouwen maar we zijn zeer kritisch. Voor mij is de Duitse grondwet van 1949 trouwens het voorbeeld van een moderne grondwet.”

‘t Pallieterke: waarom?

Dewachter: “Die is “up-to-date”. De Belgische grondwet is verouderd tot en met. Het basisconcept van een parlementair mandaat is dat een verkozene ten opzichte van niemand verplichtingen heeft en over het volledige grondgebied uitspraken kan doen volgens het eigen geweten. Zo staat het bijvoorbeeld in de Duitse grondwet. In 1968, na de overheveling van de Franstalige Katholieke Universiteit te Leuven naar Wallonië, gebeurt in België de vierendeling van het parlement. Er worden taalgroepen ingevoerd in Kamer en Senaat en die vierendeling betekent dat men niet meer mag beslissen over een andere taalgroep. En het gaat verder. Het land wordt eigenlijk via een zesvoudige meerderheid bestuurd: een meerderheid in de Nederlandse taalgroep, één in de Franse, en zowel in de Kamer als de Senaat, en daarbij nog telkens een tweederdemeerderheid. Vanaf 1993 begint men van die techniek massaal gebruik te maken. Feitelijk kan, in zo’n systeem, met 17 procent van de stemmen 83 procent van ons parlement geblokkeerd worden. 17 procent, dat is nagenoeg de PS en de cdH samen. En de zesde staatshervorming ketent België daarin vast. De Vlamingen beseffen dat te weinig.”

‘t Pallieterke: verkiezingen, ook de federale, lopen nu in de verschillende taalgroepen parallel naast elkaar. Wat vindt u van het alternatief van een federale kieskring?

Dewachter: “Dat was een vraag van de Franstaligen, maar weet men wel wat dat is? Dat spelletje van Philippe van Parijs en Kris Deschouwer, waarbij een klein aantal parlementsleden via zo’n kieskring wordt verkozen en het aantal Franstaligen en Vlamingen vastligt, heeft daar niets mee te maken. Het is speelgoed. Het is een manier om wat zetels binnen te rijven. Als partijen willen samengaan over de partijgrenzen heen, dan gaat het om politiek overleven. Ecolo is zwaar bedreigd. Die partij wil op federaal of confederaal vlak samen met Groen opkomen. Dat is vooral om zichzelf te redden. De voorzitter van het Waals Parlement, Patrick Dupriez, van Ecolo, werd op 25 mei zelfs niet herkozen.

Mag ik een voorbeeld geven van wat een echte federale kieskring is? Guy Verhofstadt was als premier in Wallonië en Franstalig Brussel populair. Dewael en De Gucht konden in Vlaanderen de lijst trekken en Verhofstadt kon naar Wallonië trekken om daar campagne te voeren voor de VLD. Maar hoe zou dat in Wallonië gegaan zijn? Verhofstadt die samen met Louis Michel was opgekomen. Wie zou op kop van de gezamenlijke lijst komen te staan? Of de VLD-lijst tegen de MR-lijst?

Een federale kieskring betekent dat de partijen nationaal breed zijn, net als de programma’s en de beleidsproblemen. Nederland heeft 18 kieskringen maar is de facto één kieskring. Als je zoiets in België wilt, dan moeten de partijen weer samengaan. De splitsing van de partijen is vanaf begin de jaren zeventig doorgevoerd. Telkens hebben de Franstaligen de federale kieskring kapotgemaakt. Dat parlement is daarom een samenvoeging van twee vertegenwoordigingen. Dat federaal parlement is daarom confederaal.”

‘t Pallieterke: België heeft zich al in de jaren zeventig tot een confederatie omgevormd, schrijft u in uw boek.

Dewachter: “Toen zijn de partijen de facto gesplitst. De christendemocratische partij CVP/PSC was evenwichtig geleid en de compromissen werden aan de top gemaakt. Vanaf eind de jaren vijftig lieten de Vlamingen in de partij hun stem horen. Na “Leuven Vlaams” haakte de PSC af. Daarna gingen ook de liberalen uiteen. Ik zie het nog gebeuren… Op een congres, na de verkiezingen van 1968, vraagt PVV-voorzitter Omer Vanaudenhove een blanco cheque. Hij krijgt die, maar de Franstaligen en later de Vlamingen onder leiding van Herman Vanderpoorten zeggen dat die blanco cheque een aantal voorwaarden inhoudt.  De partijen zijn van dan al uit elkaar. Het duurt nog drie jaar voor het echt erkend wordt. Bij de socialisten beslist André Cools in 1978, op een avond, dat de Franstalige socialisten weg zijn, zonder dat Willy Claes als leider van de Vlaamse BSP erkend wordt.

De partijen zijn gesplitst, maar er zijn bijzondere meerderheden ingevoerd, er is de paritair samengestelde regering, er is de alarmbelprocedure en er zijn belangenconflicten. Het ene veto na het andere.”

‘t Pallieterke: u noemt België een veto-democratie. Hoe kunnen we daaraan ontsnappen?

Dewachter: “Technisch is het zeer eenvoudig. Je maakt een wet van één artikel, waarin je stelt dat alle wetten met zesvoudige meerderheid voortaan veranderbaar zijn met een eenvoudige meerderheid. Het is evident dat aan Franstalige kant daar het ene veto na het andere op zal komen. Het confederale niveau zit muurvast. Als deze regering valt, zitten we terug met een politieke crisis van 541 dagen. Er is geen enkel mechanisme meer om dat op te lossen. Eigenlijk moeten we onze grondwet volledig herbekijken.”

‘t Pallieterke: kan dat wel? Geeft de grondwet die ruimte tot verandering?

Dewachter: “In de grondwet staat een artikel dat de Kamers ontbonden worden wanneer de troon vacant is. Toen Albert II ontslag nam, toen was de troon toch vacant? Dus had men de Kamer moeten vernieuwen. Daar hebben de toppolitici zich niets van aangetrokken. Dat flexibel omgaan met de grondwet is een oud zeer. De Belgische grondwet was nog maar acht jaar oud en er werd al meineed gepleegd, door Leopold I. Hij had gezworen het grondgebied ongeschonden te bewaren, maar de grote mogendheden hadden aan het jonge België duidelijk gemaakt dat het niet moest rekenen op Zeeuws-Vlaanderen, Nederlands-Limburg en het groothertogdom Luxemburg. In 1839 hadden de grote mogendheden het zodanig op hun heupen dat ze België voor het blok plaatsten: als je het verdrag van de 24 artikelen nu niet goedkeurt, dan is het gedaan met België. In 1919 was er de invoering van het algemeen enkelvoudig stemrecht, tegen de uitdrukkelijk anders luidende bepaling van de grondwet in. Zwaaien met artikel 195, dat het wijzigen van de grondwet aanzienlijk vereenvoudigt, is tegen de geest van die grondwet. De grondwet voorziet bij een grondwetsherziening een referendum zonder dat het die naam draagt. De artikelen die tot herziening vatbaar kunnen worden verklaard, worden bekendgemaakt. Dan weet je in welke richting het kan gaan. Dan geven de kiezers hun oordeel daarover want de Kamers worden ontbonden. De inhoud van de grondwetsherziening wordt aan de kiezers voorgelegd. Maar met artikel 195 zal dat niet meer het geval zijn.”

‘t Pallieterke: voor u is een rechtstreekse verkiezing van de regionale regeringen de oplossing. Waarom?

Dewachter: “Daar ligt nu, na 25 mei, de democratische legitimiteit, zelfs in drievoud. De Vlaamse regering moet in 2019 rechtstreeks verkozen worden. Als die Vlaamse regering rechtstreeks gelegitimeerd is, dan kan Europa daar niets meer tegen inbrengen. Het referendum in Catalonië en het referendum in Schotland, die waren volgens mij slecht gekozen, omwille van de economische situatie. Vlaanderen blijft nu braaf in België. De Vlaamse meerderheidspartijen proberen de economie op gang te brengen maar tegelijk wordt het Belgische niveau verder afgebouwd.”

‘t Pallieterke: hoe moet die rechtstreekse verkiezing van een Vlaamse regering in zijn werk gaan?

Dewachter: “In twee rondes. Je hebt een eerste ronde met een reeks kandidaat-premiers. Er mogen er drie zijn, of tien, of twintig. Voorgedragen door partijen of andere instanties. De kiezer kiest tussen die kandidaten. De twee besten van de eerste ronde krijgen gedurende een maand de kans om een programma en een ploeg samen te stellen. En die bieden zich aan voor de tweede ronde. Niet de partijen maken het programma, maar het volk, dat beslist wat het vier jaar lang wenst. Want de kiezers bepalen per stemming welke van de twee ploegen de echte regering wordt.”

‘t Pallieterke: in uw boek bent u zeer kritisch over het parlement. Waar dient het eigenlijk nog voor?

Dewachter: “Over het parlement herhaal ik alleen maar wat de toppolitici erover uitbazuinen. Eén voorbeeld van Karel de Gucht: “Als het bij ons in het parlement komt, is het al beslist”. Je kunt er niet naast kijken: het confederale parlement speelt in de Belgische politieke besluitvorming niet meer mee. Die besluitvorming speelt zich af tussen de partijvoorzitters, in de top van de traditionele partijen, in de regering, in de kabinetten, met de vakbonden, in de vliegwielen en de ‘vleespotten’ van de staat die verregaand door de traditionele partijen gecontroleerd worden, via benoemingen, bevorderingen, carrières (te maken of te breken), toegang tot de media, de beschikking over middelen en het stellen van prioriteiten. Mijn boek beschrijft die particratie uitvoerig. De staat wordt door de partijtoppen ‘bezet’ om hem uiteindelijk ‘te bezitten’. Zoals Albert Frère lang geleden al stelde: ‘In België volstaat het de top 100 te kennen.’ Waarbij ik vaststel dat de N-VA vooralsnog geen enkele garantie heeft er de volgende keer, in 2019, of vroeger, terug bij te zijn.”

‘t Pallieterke: ziet u deze regering lang standhouden?

Dewachter: “De MR-politici weten goed dat, indien deze regering valt, ze terugvallen op twee of drie ministers in plaats van zeven. Dan zijn ze de post van eerste minister kwijt. En dan krijgen ze het in 2019 bijzonder moeilijk. Tijdens de formatie van de regionale regeringen heeft de PS de MR als quantité négligeable behandeld. Zo van: wij vormen de Waalse regering en je mag blij zijn als je federaal nog iets krijgt om samen de klassieke tripartite te vormen. De MR moest samengaan met de N-VA om iets binnen te halen en in 2019 nog een rol van betekenis te kunnen spelen. De enige voorwaarde die Michel stelde, was dat Bart de Wever geen premier werd.”

‘t Pallieterke: Hendrik Vuye, de fractieleider van de N-VA in de Kamer, ziet deze coalitie tot na 2019 voortwerken. Zonder de PS dus. Is dat realistisch?

Dewachter: “Ik hoop dat Vuye ongelijk heeft en dat men dit particratische systeem na 2019 niet zal doortrekken. Vandaar dat die rechtstreekse verkiezing van de Vlaamse regering zo belangrijk is.”

AV/PmM.


“De trukendoos van de Belgische particratie” werd uitgegeven bij Pelckmans-Kalmthout. 292 blz.
ISBN: 978 902897972 7

Het boek is HIER te koop via ‘t Pallieterke voor 21,50 euro + 4 euro verzendingskosten.


Tags assigned to this article:
2015-04Op de praatstoel

Related Articles

De antidemocratie: politici en media in Frankrijk in 2005

In de reeks “Docs interdites” op France3 zag ik onlangs de documentaire “2005: Quand les Français ont dit non à

Borluut (Gent)

Iedereen racist? Beste Gentenaar, het is nu wetenschappelijk bewezen: u woont in een stad waar racisme en discriminatie achter elke

Uit de smalle beursstraat

Weg met de euro-theologen Dat er ooit in één van de zwakkere eurolanden een referendum zou gehouden dat eigenlijk neerkomt