Opera Vlaanderen

“Akhnaten”, alias Ahmenhotep IV

In de lijst van farao’s binnen de achttiende dynastie van de Oud-Egyptische geschiedenis, prijkt deze heerser aan de zijde van Nefertiti, voorafgaand aan Toetanchamon. Nauwelijks heeft hij zijn conservatieve vader begraven of hij slaat slagzij, richting een progressieve koers. Voortaan zullen allen de zonneschijf Aton belijden in plaats van Amon, de te lichamelijke, te weinig irreële zonnegod.

In de plot van de opera volgen we, in drie delen, een evolutie, van opkomst tot val. Niet iedereen verliet de zaal euforisch. We hoorden na afloop zelfs klagen over migraine. Dat emotioneel residu hebben zij te danken aan componist-librettist Philip Glass (Baltimore, °1937). Als kleuter grabbelde hij naar elpees die in de radiowinkel van zijn vader niet te best verkochten. Tot zijn puberjaren speelde hij fluit en viool, later ook piano. Hij studeerde wiskunde en filosofie, koos resoluut voor muziek en volgde prestigieuze opleidingen in New York en Parijs. En dan vertoeft hij in India en Tibet, om een tijd boeddhist te zijn met alle gevolgen van dien: “Hier vinden technieken uit de oosterse muziek hun weg naar een eigen muzikale taal.”

Dus kun je in Glass’ oeuvre eindeloze herhalingen verwachten. Tijdloos? Jongelui ondergaan gedwee het houseritme. Romantici genieten, als aan zee, van het heen en weer van eb en vloed. En minimaal? Het orkest, opgezweept door dirigent Titus Engel, jaagt holderdebolder eenzame melodieuze pointes na. Het motief fascineert, en enerveert dankzij de onvermoeibare “synthesizer” en de onvermoede invallen van schuiftrompet en belgerinkel. Het geluid overschrijdt doorlopend een aanvaardbare norm decibels.

Ook regisseur (en decorbouwer) Nigel Lowery zocht pieken op. Hij plaatst de Britse contratenor Tim Mead torenhoog in een draaiende kartonnen burcht. Van daarboven zingt deze Akhnaten ijskoud over “de zon die is ondergegaan”. Tevoren acteerde het koor met dramatische allure: als gouden mummies, als riddersoldaten jonglerend met een schild. Onvermijdelijk is daar dan het fijndoek waarop acteur Geert van Rampelberg filmisch vertelt en waarop een kunstwerk van Massereel verschijnt. Ook choreografie komt aan bod, als intermezzo, van acrobatisch tot epileptisch. Voeg daarbij de costumering, waarmee icoon Walter van Beirendonck glitter en egyptologische franjes aanbracht.

Zo biedt Opera Vlaanderen (vandaag Antwerpen, morgen Gent) ons een “totaalervaring” met hang naar spektakel.

L.