Marathon Merkel en een groeiende economie

Met verbazing, waardering en lichte ontzetting keken de Duitsers naar de diplomatieke reismicrobe die hun kanselier te pakken kreeg, om een uitslaande oorlog om Oekraïne klein te krijgen. Das Mädchen flitste per jet van Berlijn naar alle windstreken. Ze klokte duizenden kilometers bij mekaar. Elf vluchten in acht dagen brachten haar naar twee continenten, voor zestien uur nachtelijk onderhandelen met Poetin. Ben ik vooringenomen? Ja, ik beken. De Franse president, de schoothond van de kanselier, zag er sjofel en afgepeigerd uit, met zijn zwellende buikje. Welke dame wil zo’n figuur ‘s nachts gehelmd op een Vespa zien arriveren? Angela Merkel dwingt niet enkel diep respect af door haar verbetenheid en volharding. Zij is ook een ster omdat de Duitse economische groei heel Europa, en zijn beurzen, vooruit stuwt.

Dubbele groei

De Duitse economie groeide in het vierde kwartaal van 2014 meer dan verwacht: met 0,7 procent. Dat zorgde meteen voor koerswinsten op de Europese aandelenmarkten. Met die goede cijfers was er opluchting over de vage schijnsels van vrede aan de oostgrens van Oekraïne. Ook de wankele hoop dat er met de eurocommunisten van Syriza misschien een redelijke oplossing komt, over hun besparingen en de Europese euro’s, was prettig met die Duitse groei op de achtergrond. Economen rekenden op 0,3 procent Europese groei in het vorige kwartaal. Duitsland haalt het dubbele. Voor België is de Duitse sprong zeer oké, want onze economie, hoofdzakelijk het Vlaamse deel, is gebonden aan de welvaart van de oosterburen. Is daarmee alles koosjer met de Duitse economie? Neen. De meeste economen zijn akkoord dat Duitsland veel te weinig investeert en zo zichzelf schaadt, met daarbij Europa en de wereld. Met de lage rentevoeten zou het verstandig zijn, een gouden kans zelfs, om goedkoop geld te lenen en het thuis te investeren in wegen, scholen en gezondheidszorg. Dat zou Duitsland een noodzakelijke extra prikkel bezorgen én buurland België plezieren.

Het German Marshall Fund, een Amerikaanse denktank met een groot bureau in Duitsland, beweert dat veertig procent van de Duitse bruggen in een kritische conditie verkeert. De waarde van de Duitse kapitaalgoederen (bijvoorbeeld machines) is sedert 2008 niet in waarde gegroeid, zegt een andere club van knappe bollen. Markus Kerber, van het Duitse Verbond van Ondernemingen, stelt dat een langetermijninvestering broodnodig is om Duitsland welvarend te houden. Eén van de redenen van het klagen is dat Duitse ondernemingen wél investeren, maar dan bij voorkeur in het buitenland, bijvoorbeeld aan de Schelde in Antwerpen.

Ver van Kurt Ruegen is het om te klagen en te zagen. Er gebeuren kleine wonderen. Leipzig is een toonbeeld van de Duitse groei. Na jaren van hoge werkloosheid bloeit Leipzig, een industriële en commerciële etalage van de Pruisisch geleide DDR. Die etalage stelde veel Trabantjes ten toon, want die werden gebouwd in Leipzig. Vandaag zijn Trabantjes folklore en materiaal voor nostalgische verzamelaars. Leipzig bouwt geen flutkarretjes meer, wel stevige auto’s van BMW en Porsche. Ariane Kleijwegt van NRC Handelsblad was op pad in Leipzig en ze schetst een opgewekt beeld van de stad.

Tegen een niet-vervuilde horizon draaien in Leipzig vier reusachtige windmolens op volle toeren. Tot voor kort was dat akkerland. Vandaag rolt er na 76 seconden een nieuwe BMW van de band. De autofabriek, zo groot als het oude centrum van Leipzig, is een paradepaardje van BMW. Over loopbruggen kunnen bezoekers de ultramoderne fabriek bezoeken. Koolstofvezel en kunststofhars worden er bliksemsnel samengeperst tot lichtgewicht carbon. Dat carbon is grondstof voor de carrosserieën van de i-serie van BMW. Elektrische stadsauto’s en hybride sportwagens hebben geen stalen koetswerken meer.

Dat luxemerken als BMW en Porsche voor Leipzig kozen, is symbolisch. De ex-DDR-stad steekt daarmee de klassieke productieplek van die superwagens, München, voorbij. Voor het eerst in een kwart eeuw, dus sedert de val van de Muur, zakte de lokale werkloosheid in Leipzig onder tien procent, noteert Kleijwegt. De meeste nieuwe jobs ontstaan in de autonijverheid, de handel en de dienstverlening.

Hypzig

VW zag als eerste Wessi-bedrijf kansen in de DDR-restanten. In 1990, reeds voor de Wiedervereinigung, werden er in Zwickau – nabij Leipzig – VW Polo’s geproduceerd door dezelfde arbeiders die jarenlang Trabanten knutselden. De kaduke productiemethodes van de DDR leidden wel tot knappe medewerkers. In het productieapparaat was jarenlang niet geïnvesteerd, waardoor de DDR werkte met machines van de jaren veertig; zelfs de eenvoudigste loopjongen moest met ijzerdraad, moeren en bouten een motor laten draaien. De lokale economie van Leipzig leeft op. Immo-mannen propageren de stad als het nieuwe Berlijn. Kleijwegt: “Leipzig is na Berlijn één van de weinige Oost-Duitse steden waarvan het inwonersaantal groeit. Hippe koffiebarretjes duiken op in het centrum. Onder de bevolking is de bijnaam Hypzig inmiddels in zwang.”

Kurt Ruegen