Plagiaat

Pallieterke,

Als het den Tuy toegestaan is een foto te kopiëren en te verwerken tot een satirisch portret van een politieker, zal u het mij niet ten kwade duiden dat ik even in de huid kruip van TDW, de bankzitter op de laatste pagina van uw blaadje. Zijn dat niet toevallig de initialen van de acteur die de rol van softe anarchist Van Hie speelde in “De collega’s”, jaren geleden, toen de zaterdagavonden op de BRT nog plezant waren?

Ik heb dus schampavie gespeeld via de achterdeur van het paleis, en heb een bank opgezocht in het park tegenover mijn voordeur. Ik zat juist in het midden, tussen de twee benen van de logepasser die gevormd wordt door twee schuine parkpaden.

2015-06_20_Eric - koningstokje (Medium)Vanuit mijn linkerooghoek zag ik een slank personage in mijn richting komen. Door de hoog opstaande kraag van zijn overjas herkende ik het heerschap niet. En hij scheen mij niet opgemerkt te hebben. Omdat hij met zijn hoofd in zijn nek omhoog keek, scheen hij mij meer geïnteresseerd in de hoge bomen van het park, want plots haalde hij een lintmeter uit zijn zak en begon de diameter van de bomen te meten en deed dan enkele passen achteruit om de hoogte te schatten, zoals wij dat vroeger bij de scouts leerden. Toen hij zich meer naar mij toedraaide, herkende ik hem aan zijn strikje. Het zal mij niet verwonderen als er de komende dagen enkele bomen uit het park zullen verdwenen zijn. Die moeten dan gebruikt worden om stevige planken van te zagen, om het kunstwerk van de heer Arne 15 weer op te bouwen, maar dan een beetje beter en steviger. Het vorige heeft vroegtijdig de geest gegeven. Nogal een geluk dat dat gebeurd is enkele dagen vòòr de officiële opening van de gebeurtenissen in Mons. Stel u voor dat Hare Majesteit en ik dat ding op ons hoofd zouden gekregen hebben.

De strik verdween zachtjes; zoals hij gekomen was, als een dief in de nacht.

Uit de andere richting zag ik een manspersoon met een fikse stap naar mij toe komen. Hij begon al te wuiven toen hij nog een tiental meter van mijn bank verwijderd was. Ik herkende hem onmiddellijk, omdat hij een paar maanden geleden verschillende keren bij mij op de koffie geweest is.

“Sire, wat doet u hier op dit moment van de dag? Mag ik naast u zitten?”, vroeg hij, waarop ik hem antwoordde: “Je mag hier gerust komen zitten en Flupke zeggen. In het park geldt er geen protocol. Ik mag dan toch Bart zeggen…”

“En wat ik hier doe? Ik moest even uitblazen na al dat handjes schudden van de gestelde en de ongestelde lichamen deze namiddag. En daarbij, Hare Majesteit was juist met het avondeten begonnen, en dan maak ik mij gewoonlijk snel uit de voeten, anders moet ik de aardappelen schillen.”

Na wat over koetjes en kalfjes verteld te hebben, zei Bart dat hij niet lang bij mij op de bank kon blijven vertoeven, want hij had afgesproken met de mannen van de ampersand. Ze moesten samen nog een beetje geld bijeen proberen te zoeken om die spaarders/aandeelhouders te kunnen paaien.

Toen ik daarna even mijmerend voor mij uit keek, werd ik opgeschrokken door een guur persoon die achter mij opdaagde. Hij had een zwarte baard, en rond zijn hals een sjaal met witte en zwarte blokken.
“Wie bent u, mag ik vragen?”, zei ik. “Jah Jah, ik ben Abou, de beste columnschrijver van de grootste krant in Vlaanderen”, antwoordde hij. “Ik mag elke week een groot deel van de krant vullen met opmerkingen over en aanvallen op die racistische Vlamingen, die maar geen respect voor ons willen tonen.”

“Loop je niet een beetje hard van stapel? Dat zijn wel een deel van mijn onderdanen.”

“Wie ben jij dan?”, vroeg hij. “Ik ben uw koning!” “Ik had u niet herkend’, zei hij. “Ik herken u alleen als u naast uw madam staat. Die mag er wel zijn. Met haar engelengezicht doet ze mij altijd denken aan de duizenden maagden die ons in het hiernamaals te wachten staan, op de dag dat we de marteldood sterven.”

Hij had schijnbaar ook haast. In de schijn van de late zon zag ik hem vertrekken. Het viel mij op dat hij nogal een groot, rond en lijvig figuur heeft, verborgen onder zijn overjas. Ik dacht dat het niet waar kon zijn, want de dirigenten van die bende dragen nooit zelf een bommengordel. Daar hebben ze jonge knapen en meisjes voor.

Ik koos toch het zekere voor het onzekere, en ben stillekes langs de achterdeur weer het paleis binnen geraakt. Ik heb de deur achter mij op dubbel slot gedaan. Je weet maar nooit. Je mag er niet aan denken dat die vent zo ineens in uw keuken staat, ons Matil vastpakt en op een knopje duwt!!!

Enfin, de royale groeten uit La(e)ken van uw koning, Hare Majesteit de koningin en de kroonprinses.

Flukpe van België