Briefje aan Stefaan Gyssels

Ogenschijnlijk aangeslagen

Mijnheer de directeur,

Een leerling van uw school is uit het leven gestapt. Een jongetje van amper 13 jaar, dat nog een heel leven voor zich had. Wat kan een knaap van die leeftijd bezielen om zo’n daad te stellen? Zeker als hij uit een normaal, warm gezin komt en geïnteresseerd is in de dingen die bij zijn leeftijd horen, die ’s zondags gaat spelen in de Chiro en zich wilde gaan inzetten in de jeugdbrandweer, om andere mensen te helpen en zelfs van de dood te redden… Het is onbegrijpelijk… Tot we vernamen wat de aanleiding was van zijn wanhoopsdaad: pesten op school.

Pesten is van alle tijden, helaas. Gore pesters gaan zich bijna altijd te buiten aan zwaar tergend gedrag, niet zelden gekoppeld aan fysieke bedreigingen en daadwerkelijke geweldpleging. Het onschuldige slachtoffer wordt bewust en met leedvermaak in de hoek gedreven en vaak buiten de school nog achtervolgd door zijn belagers; in dit geval zelfs tot in de Chiro… Tot de onmacht zo groot is dat de gepeste geen uitweg meer ziet, omdat hulp niet meer baat en niet effectief genoeg is om de psychische en fysieke gruwel te doen stoppen. En omdat de pesters vaak ongemoeid gelaten worden omdat men er pedagogisch en juridisch geen vat meer op heeft. Of omdat het gewoonweg een vervelend probleem is waaraan niemand graag zijn handen vuil maakt: verdringing, of voor zich uitschuiven, in de hoop dat het zichzelf wel oplost. De schurken kunnen zo hun gangen gaan tot de psychische marteldood van ‘de prooi’ erop volgt, waarna deze ten einde raad dan zelf maar de stekker uit zijn prille leven trekt. Onwaarschijnlijk! Toch? Je zal het als ouders maar meemaken. Zoveel onbeantwoorde vragen, zoveel pogingen om de zaak ten goede te keren die niets uithaalden, zoveel mensen die de andere kant opkeken als aan de noodrem werd getrokken, zoveel smeekbeden die wel gehoord werden maar waarnaar onvoldoende werd geluisterd, zoveel praatsessies die wat zalf op de etterende wonde smeerden, maar in wezen niets oplosten en de zaak alleen maar vooruitschoven tot in de volgende blabla-sessie…

En daar staat gij dan, als schooldirecteur, onthutst naar eigen zeggen. Gij waart u ervan bewust dat er ‘kleine plagerijen waren’ in het verleden (!), maar gij waart niet op de hoogte van de zware pesterijen die dit drama kunnen verklaren. Waarvan – wenkbrauwen fronsend – akte. Gij beloofde meteen met de medeleerlingen van het onfortuinlijke jongetje een bezinningsmoment te houden en opvang voor hen te voorzien als zij na een weekje vakantie met veel emoties weer naar school zullen komen. Hadt gij niet beter wat meer ‘bezinningsmomenten’ georganiseerd met de angstige jongen zelf én met zijn belagers om hen – desnoods onder druk – tot betere inzichten en een fatsoenlijk gedrag te brengen?! Een kind dat overmand door doodsangsten in foetushouding op de speelplaats gaat liggen, heeft meer nodig dan een leerlingenbegeleidster die hierop zegt dat het ventje ‘sterker moest worden’ en aan de ouders, die zich afvroegen of hij zichzelf iets zou aandoen, antwoordde dat het nooit zover zou komen. Naar verluidt zoudt gij – de school dus –, volgens de gazetten, meermaals gesprekken beloofd hebben met de ouders, zonder dat daar ooit iets van in huis zou zijn gekomen.

Dat het gerecht een onderzoek instelt naar de daders en de verantwoordelijkheid van de school, lijkt mij dan ook evident. Recht moet geschieden. Wie in de fout is gegaan, moet daarvan de gevolgen maar dragen. Al zitten wij in dit land met een jeugdbeschermingsrecht opgezadeld. Er bestaat geen effectief jeugdsanctierecht, waarbij jongeren die over de schreef zijn gegaan ook echt moeten kunnen boeten voor hun misdaden, opdat zij het nooit zouden vergeten en, meer nog, nooit meer in hun hoofd zouden halen.

Dit alles had nooit moeten, kunnen en mogen gebeuren. Zijn we het daarover eens? Ik hoop alvast dat gij – en uw school – uit dit onbeschrijflijke drama de nodige conclusies trekt.

‘t Pallieterke


Tags assigned to this article:
2015-09Briefje

Related Articles

Lezersbrieven

Klacht tegen Jambon Pallieterke, Naar aanleiding van de klacht van Abou Jahjah ten aanzien van de terechte uitspraak van Jan

Mijn Duivelscarrière

Als ik mijn voetbalcarrière overschouw dan mag ik redelijk tevreden zijn. Waar ik niet gelukkig kan over zijn, is mijn