Een eerlijke spreiding

Waarom verhuist men Brussels Airport niet naar een andere plaats? Niet toevallig timmerde de Brusselse burgemeester nog maar eens op die nagel. Het gaat om politieke profilering, maar ook over een complexe relatie van Franstaligen met de ‘nationale’ luchthaven. En zeggen dat het allemaal harmonieus zou kunnen zijn…

Ze ligt er, maar ze ligt er niet goed. Met een kwinkslag naar Théo Lefevre, toen die het over de IJzertoren had, zou men het probleem van de luchthaven van Zaventem op dezelfde manier kunnen samenvatten. Reeds toen het allemaal begon, en de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog een grasstrook aanlegden in Haren, bevond de (prille) luchthaven zich in het noordoosten van Brussel. Als antwoord op de groei van Brussel, maar vooral door de nood aan meer capaciteit, schoof alles in dezelfde richting op. Eerst naar Melsbroek, vervolgens naar Zaventem. De ligging ten aanzien van de stad bleef, en door de voornamelijk westenwinden op die plek, is opstijgen richting Brussel de norm.

Op zich hoeft dat geen groot probleem te zijn, want met wat bochtenwerk kan men de hinder, zonder meer een realiteit, spreiden. Althans, op papier, want de praktijk zit anders in mekaar. Actiegroepen allerhande, politieke profileringen, maar ook heel wat klinkklare onzin over de economische meerwaarde van de luchthaven, leverden de voorbije jaren geen fraai schouwspel op.

Opmerkelijk is hoe men aan Franstalige kant tegen de luchthaven is gaan aankijken. De commotie rond nachtvluchten en/of lawaaihinder tout court hebben iets veroorzaakt waar menig psycholoog in geïnteresseerd is. Waar men vroeger de bluts met de buil nam, lijkt bij sommigen de glimp van een toestel te volstaan om te steigeren. Geen onbelangrijk gegeven is de manier waarop Franstaligen de luchthaven van Zaventem zijn gaan percipiëren. Waar de plek vroeger resoluut ‘Bruxelles national’ was, beschouwen velen dit als een ‘Vlaamse’ luchthaven, ‘Brussels’ in het beste geval. Ze zien het als een plek waar vooral Vlamingen werken. Veel heeft te maken met de vereiste talenkennis die voor heel wat jobs daar vereist is, maar de verklaring doet geen afbreuk aan het effect.

In een normale wereld zou men verwachten dat een luchthaven op een boogscheut van de meervoudige hoofdstad van Europa – die korte afstand is zowel een voor- als een nadeel – als een troef wordt uitgespeeld. Maar dat gebeurt niet. De mogelijkheden om het werklozenleger in Brussel aan een baan te helpen, zelfs ongeschoolden, zijn er, maar worden onvoldoende benut. Al moet men erkennen dat er beterschap is op dat vlak. De recente uithaal van de Brusselse burgemeester, Yvan Mayeur (PS), was (weer) tekenend. Zonder gêne pleitte hij ervoor dat Brussels Airport dan maar moet verhuizen. Voor de lawaaihinder zou dat inderdaad een goede zaak zijn. Dat het economisch een ramp zou zijn, tja, dat is niet het probleem van de PS. Een plaats die niet minder dan 8.000 directe en veel meer indirecte jobs oplevert, zoals VOKA onlangs onderstreepte, wie maalt daar nu om?

Het moet gezegd dat de uitspraak als een krampachtige poging tot politieke profilering moet begrepen worden, maar toch. Dat hij het net met dit thema doet, is veelzeggend. En zeggen dat het allemaal zoveel eenvoudiger zou kunnen. Gezondheidseconoom Lieven Annemans wees er een tijdje geleden op dat een evenwichtige spreiding van alle vluchten over een brede waaier ervoor kan zorgen dat geen enkele plek een overlast te verwerken zou krijgen die gezondheidsrisico’s inhoudt. Hoe zo’n spreiding eruit kan zien, is relatief eenvoudig te tekenen. Meer dan een bierviltje heeft een expert niet nodig. Voor zover de janboel van actiegroepen en Kleinstaaterei overstegen kan worden, natuurlijk.

KNIN.