Problematische zorgverzekering

Een staatshervorming draagt wel vaker onprettige gevolgen in zich. Neem nu de Vlaamse zorgverzekering, een (symbolisch) iets dat de band met de Vlaamse Brusselaars benadrukt. Vlaanderen gaat een eigen richting uit, en Franstalig België ook. Maar wat op termijn met de Brusselse Vlamingen gedaan?

De populariteit van de Vlaamse zorgverzekering in Brussel is dalend. Recente cijfers, zoals bekendgemaakt door staatssecretaris Debaets, bevestigen de reeds ingezette trend: met net 45.000 zijn ze, de aangeslotenen, precies 17 procent minder dan in 2007. Pas tegen de zomer zullen de cijfers voor 2014 gekend zijn, maar iets zegt ons dat die beweging zal aanhouden. Op zich zijn er wel wat objectieve redenen om dat te verklaren. Anders dan in Vlaanderen is aansluiting niet verplicht. Wie op de kar springt, moet ook een wachttijd van jaren doorlopen alvorens recht op wat dan ook te hebben. Bovendien, zoals we allemaal weten, trok de Vlaamse regering de bijdrage op van 25 naar 50 euro. En dat ervaren veel mensen als problematisch. Het valt op dat de -26 jarigen het vooral laten afweten. Bovendien zijn Vlamingen die zich in de hoofdstad komen vestigen vaak onvoldoende op de hoogte van het facultatieve karakter van de zorgverzekering binnen het hoofdstedelijk gewest. De Vlaamse zorgverzekering, hoe bescheiden ook, is zo’n bindmiddel tussen Vlaamse Brusselaars en Vlamingen in het brede hinterland. Dat het succes afneemt, wordt door zij die belang hechten aan die band Vlaanderen-Brussel als een knipperlicht ervaren. Anderen, met het nichterige ettertje Bruno de Lille (Groen) op kop, geven daar geen moer om.

Maar zie, dit land heeft niet de gewoonte de zaken te vereenvoudigen. Want wat heeft de zesde staatshervorming in petto? Een aantal (persoonsgebonden) bevoegdheden werden aan de gemeenschappen gegeven, anderen gingen – specifiek in Brussel – naar de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, het orgaan zeg maar waar beide gemeenschappen mekaar treffen. Rechtstreeks gevolg is dat de manier waarop de sociale bescherming ingekleed zal worden enigszins anders zal worden dan in het Vlaams Gewest. Men denkt in Brussel ernstig na over een eigen regeling, al dan niet afgestemd op de Waalse invulling. Men moet geen groot grondwetsspecialist zijn om te beseffen dat dit de Brusselse Vlamingen in een moeilijk parket kan plaatsen. Gekneld ergens tussen het Vlaamse systeem en het systeem van de Franstalige Brusselaars, maar wat graag aan het Waalse model haken. Tijdens een recent debat in de VGC Raad, bond Liesbet Dhaene (N-VA) de kat de bel aan. Ze wees op het engagement van de Franstalige partijen om een “zo groot mogelijke eenvormigheid na te streven tussen de Waalse en Brusselse regelgeving”. En: “De politieke druk vanuit Franstalige hoek zal dan ook groot zal zijn om een soortgelijk aanbod te ontwikkelen in Brussel.” Het kwam tot een woordenwisseling met, hoe kan het anders, De Lille, die alles gewoon ontkende. En zo ziet men hoe de hoofdgriffier van diezelfde VGC, Daniël Buyle, tijdens zijn omstreden toespraak voor VVB-Brussel nagels met koppen sloeg. “Men bijt niet in de hand waaruit men eet en men zaagt niet aan de tak waarop men zit”, waarschuwde hij. Niet verwonderlijk dat de kritiek op zijn nuttig verhaal precies zo hevig klonk bij de voormelde groene relnicht.

KNIN.