“Brussel mag Vlaanderen niet loslaten”

Een opmerkelijke spreker op de nieuwjaarsreceptie van VVB-Brussel: Daniel Buyle, oud-journalist en hoofdgriffier van de VGC. Meer dan een naam, blijkt hij ook een man met een duidelijke boodschap te zijn. Men moet zijn eigen geschiedenis kennen, waarschuwt hij. De trend om Brussel steeds losser van Vlaanderen te zien, is ronduit gevaarlijk en gedoemd om slecht af te lopen. Klare taal, die op bijval van een talrijk opgekomen publiek kon rekenen. Een relaas.

Januari receptiemaand, tot op de laatste dag. Letterlijk zelfs. Op zaterdag 31 januari, de geboortedag van Franz Schubert, hield de Brusselse afdeling van de Vlaamse Volksbeweging haar nieuwjaarsreceptie. Voor de tweede keer sinds de werking terug opgestart werd. Ondanks het feit dat dit allemaal nog vrij pril is, zijn de kiemen voor een heuse traditie gelegd.

Het Vlaams Huis, de bekende plek in de schaduw van Vlaams- en federaal parlement, liep vlotjes vol. Een stevige N-VA-delegatie, mensen actief in het verenigingsleven, maar ook gewoon Vlaamsgezinden. Ook een sp.a-schepen van Sint-Joost-ten-Node maakte haar opwachting. Wellicht was de aangekondigde spreker, Daniel Buyle, oud-Wetstraat-journalist (herinner u de controverse die hij destijds veroorzaakte in ‘het huis van vertrouwen’) en hoofdgriffier bij de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), niet vreemd aan het succes. Daarover dadelijk meer.

Bernard Daelemans, voorzitter van VVB-Brussel, begon met de puntjes op de i te zetten. Het afgelopen jaar was de VVB erg betrokken bij wat zich in Schotland en Catalonië afspeelde. In het leggen van contacten speelde hij persoonlijk geen onbelangrijke rol. Als romanist is hij de geknipte persoon om zeker de contacten met de Catalanen te onderhouden. Zonder meer boeiende gebeurtenissen, maar die mogen ons niet afleiden van onze kerntaak. “Zopas belde iemand me op met een heel verhaal over de taaltoestanden bij de Brusselse brandweer”, zei hij. “Sommigen mogen dan al de overtuiging toegedaan zijn dat dergelijke moeilijkheden tot het verleden behoren, de realiteit toont hoe verkeerd ze zijn.” Tegelijk, het één kan niet los van het andere worden gezien, hekelde hij degenen die een soort Bruxellitude bejubelen en die wat graag elke band met dat ‘stiefmoederlijke’ Vlaanderen zouden willen verbreken.

Voorzitter Daelemans had geen flauw benul waarover Buyle, overigens maar enkele maanden van zijn pensioen verwijderd, het die avond ging hebben. Een Brussel-gebonden onderwerp en, met een knipoog, liefst binnen de grenzen van de wettelijkheid, werd hem gevraagd. Het werd een keurig opgebouwd betoog dat, wellicht niet toevallig, uitmondde in een conclusie die haarfijn aansloot bij hetgeen Daelemans onderstreepte.

Vele landen onderhouden een complexe relatie met hun eigen hoofdstad, stak Buyle van wal. Denk maar aan Frankrijk (“Paris et la province”), maar bij ons is het zo mogelijk nog complexer. Buyle, zelf een geboren Brusselse Vlaming, heeft de catacombentijd nog gekend. Het verhaal van de Vlamingen in Brussel is cultureel, sociaaleconomisch, maar natuurlijk ook erg politiek. Vroeger bestond een consensus die de partijen oversteeg, benadrukte hij. Ideologische verschillen deden geef afbreuk aan het besef dat de band met Vlaanderen essentieel was én is. Steeds vaker worden daar vandaag vraagtekens bij geplaatst. Men hoort verhalen over een stadsgewest, liefst zo los mogelijk van Vlaanderen. De omschrijving Brusselse Vlaming wordt ingeruild voor Brusselaar, in het beste geval voorzien van de omschrijving ‘Nederlandstalig’. Deze trend is niet zonder gevaren, meent hij. “Men spuwt niet in de hand waaruit men eet, en men zaagt niet aan de tak waarop men zit.” Punt is dat Brussel enorme kansen voor Vlaanderen in zich draagt. Het is een plek om te koesteren, en onze poort op de wereld. Maar de Vlamingen in Brussel kunnen ook niet zonder steun van de bredere Vlaamse Gemeenschap. Toen niet, vandaag niet. Dat het idee van een Brussel los van Vlaanderen terrein wint, getuigt van politieke onwetendheid of – erger – een heuse nieuwe strategie die gedoemd is slecht af te lopen. We kennen het bekende ‘Vlaanderen laat Brussel niet los’, maar – besloot hij – “Brussel mag Vlaanderen ook niet los laten”. Unaniem applaus, of wat dacht u?

KNIN.