Op 6 februari 2015 verleende de Vlaamse regering haar advies aan de (federale) FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie over de aanvraag van de Tijdelijke Handelsvereniging (THV) iLand ‘tot het bekomen van een domeinconcessie voor de bouw en de exploitatie van een installatie voor hydro-elektrische energieopslag in de zeegebieden’. Het advies was voorwaardelijk positief. De Vlaamse regering heeft wel een reeks bedenkingen en bezwaren. Ook de energiewaakhond CREG plaatst een aantal vraagtekens bij het project.

Doel

Doel van het atol is de tijdelijke opslag van energie, onder meer afkomstig uit de windmolenparken voor de Vlaamse kust. Voor het atol aan de Wenduinebank meldde enkel THV iLand zich aan, een consortium met onder meer Electrabel en baggeraar DEME (Dredging, Environmental and Marine Engineering).

In de aanloop naar de milieuvergunning werd aan een hele reeks federale overheidsdiensten advies gevraagd, net als aan Defensie, de scheepvaartpolitie en netbeheerder Elia. Volgens Bart Tommelein, verantwoordelijk voor de Noordzee, waren die ‘stuk voor stuk positief’. Daarmee heeft het toekomstige energieatol ter hoogte van de Wenduinebank voor de kust van De Haan een nieuwe horde genomen.

Misleidend

De termen energieatol en energiedonut zijn enigszins misleidend. Het gaat immers om een gigantische valmeercentrale, niet om een ‘batterij’ (die stroom tijdelijk zou opslaan) of een stopcontact op zee. Ook het concept ‘energie opslaan’ is niet correct. Het gaat om het aanwenden van goedkope stroom om potentiële energie op te slaan die vervolgens omgezet kan worden in dure stroom. Of zoals in het advies van de Vlaamse regering: ‘hydro-elektrische energieopslag’.

Ook de stelling dat er geen geld van de overheid komt, is niet helemaal correct. Eén van de leden van het consortium THV iLAnd’ is immers PMV. PMV, wat staat voor Participatiemaatschappij Vlaanderen, is het belangrijkste investeringsbedrijf van de Vlaamse overheid. Er zijn weinig Vlaamse investeringsdossiers waarin PMV geen rol speelt. Het voorziet in kapitaal voor startende en innovatieve ondernemingen.

Kruispuntbank

We vinden THV iLand terug in de kruispuntbank. Een THV, of Tijdelijke Handelsvereniging, is een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, die, zonder een gemeenschappelijke naam te voeren, één of meer bepaalde handelsverrichtingen tot doel heeft. Deze verenigingen komen vooral voor in de bouwsector. Het ondernemingsnummer van iLand is 558.965.963. De onderneming is actief sinds 1 september 2014. Het adres is dat van Deme in Zwijndrecht en ook de contactpersoon is een medewerker van Deme. Eigenlijk gaat het om Deme Blue Energy (DBE), een filiaal van Deme, dat energie uit de zee wil halen. Op de site trademarkia vinden we dat het merk ‘iLand’ beschermd is. Het patent werd al op 11 april 2013 door DBE neergelegd. Ook Socofe zit in het consortium. In het laatste jaarverslag vinden we een verwijzing naar het project iLand. Socofe is een investeringsmaatschappij van de openbare besturen van het Waals Gewest. Het is eigendom van verschillende Waalse intercommunales die vooral actief zijn in de energiesector. Andere aandeelhouders zijn Belfius, Meusinvest, Ethias, P&V en SRIW.

Voorwaardelijk

Niet iedereen is voorstander van iLand. Een kritische stem in het dossier is N-VA-parlementslid Wilfried Vandaele. ‘Het advies van de Vlaamse regering is voorwaardelijk positief’, merkt hij op. Volgens hem was het Vlaamse advies ‘erg kritisch’, met onder meer vragen bij de impact op de scheepvaart, de kustveiligheid, het natuurbeheer en de visserij. Het concessiegebied in Wenduine bevindt zich op zo’n 4 tot 5 kilometer voor de kust, wat veel dichter is dan bijvoorbeeld windparken. Als gemeenteraadslid van De Haan ziet Vandaele het atol liever verderop in zee verschijnen. In het verleden voerde N-VA De Haan zelfs campagne tegen de energiedonut.

Visserij

Tommelein mag dan misschien optimistisch zijn. In het advies vraagt de Vlaamse regering liefst twintig (!) extra studies naar de impact van het eiland op de visserij, natuur, recreatie, scheepvaart en stroming. De Vlaamse regering vreest dat het energieatol belangrijke visgronden zal vernietigen. De Wenduinebank is namelijk heel belangrijk voor de kustvisserij, vooral op garnalen. Er moet ook duidelijkheid komen over hoe pompen en turbines het leven in de zee zullen beïnvloeden. De Vlaamse regering vindt dat in de aanvraag de impact op de kustveiligheid onvoldoende werd onderzocht en onderbouwd. Ze vreest zelfs dat stranden zullen afkalven door de gewijzigde stroming veroorzaakt door het kunstmatige eiland. Minister Hilde Crevits in het Vlaams Parlement: ‘Atollen voor energieopslag hebben gevolgen voor de stromingen en de golfslag, dus dat moet in rekening worden gebracht.’

2015-09_11_Energiedonut voor kust (Medium)Wenduinebank

Het energie-eiland moet er komen op de Wenduinebank. Johan vande Lanotte was in juni 2013 bevoegd voor het dossier. In de Senaat verantwoordde hij die plaats. ‘De locatie op de Wenduinebank werd voorgesteld omdat de geologische randvoorwaarden er positief zijn. De bathymetrie bracht een gesloten sedimentbalans aan het licht, wat betekent dat men bij het opbouwen geen zand zal moeten aanvoeren. Andere voordelen zijn dat het ver genoeg van de scheepvaart ligt en dat men bij de bouw kan aansluiten op de natuurlijke bank.’ Volgens Vandaele is de Wenduinebank geen goede keuze. ‘Het is een ongerepte strook heel dicht bij de kust.’

Werking

De werking van het energie-eiland wordt in de media niet altijd even duidelijk voorgesteld. Zo’n energiedonut (of correcter: valmeercentrale) is een soort omgekeerd opslagvat voor water. Op momenten dat stroom goedkoop is, bijvoorbeeld omdat er meer windenergie wordt geproduceerd dan nodig is, wordt het reservoir binnen het eiland leeggepompt. Het niveau is dan lager dan het omringende zeewater. Als er aan land meer elektriciteit nodig is, wordt het vat binnen het eiland volgelaten, waarbij turbines stroom opwekken, vergelijkbaar met het principe van watermolens. Die stroom wordt dan aan land gebracht. Het eiland zal zo’n 2.500 miljoen kubieke meter zeewater kunnen opslaan.

Het idee is allesbehalve nieuw, maar komt in dit geval van de voormalige Belgische minister van Noordzee, Johan vande Lanotte. Hij stelde zich een eiland voor dat vooral bij kortdurende pieken kan helpen het elektriciteitsnetwerk stabiel te houden. De energieprijs is tijdens die pieken aanzienlijk hoger dan in de nacht – wanneer windmolens min of meer voor niets draaien. Het eilandje zou zich dus zo maar eens kunnen terugverdienen.

Consortium

In het consortium iLand zit ook de SRIW (Société Régionale d’Investissement de Wallonie). Eigenlijk is het de SRIWE, of SRIW Environnement. De aanwezigheid van een Waalse investeerder lijkt in eerste instantie vreemd. “Vlaanderen wil ook graag eilanden. Maar de Vlamingen zijn niet bevoegd”, zei Vande Lanotte enige tijd terug. “Hun bevoegdheid eindigt op het punt van de laagwatergrens. Alles wat dieper in zee ligt, is opnieuw federaal. De windmolens op zee zijn ook niet Vlaams. We moeten dus goed samenwerken, wat voor de energieatollen zeker het geval is geweest.” Die samenwerking tussen Vlaanderen en Wallonië kan in dit dossier voor wrijving zorgen, zeker als er problemen opduiken.

Wereldprimeur

Is het project voor het consortium potentieel winstgevend, of wordt het als paradepaardje gebruikt om het wereldwijd te verkopen? Aan het originele project hangt een indrukwekkend prijskaartje. De bouwprijs wordt geschat op 1,3 miljard euro. Het eerste bedrag was 900 miljoen euro, maar daarna ging het – zoals gebruikelijk – steeds hoger. Maar de belastingbetaler hoeft zich volgens de politici geen zorgen te maken. De overheid komt niet (rechtstreeks) tussen in de kosten.

THV iLand zou werken met het principe van hydro-elektrische pompopslag dat nu al in Coo wordt gebruikt. Deze techniek op zee gebruiken, zou een echte wereldprimeur zijn.
In een document van de Europese Commissie van april 2014 ‘SPECIAL TASK FORCE (MEMBER STATES, COMMISSION, EIB) ON INVESTMENT IN THE EU’ vinden we een aanwijzing dat het om een exportproduct gaat.

‘This project is the first of its kind worldwide, and has the potential to become an important export product for the European economy. Besides R&D, it will also create important employment, both during installation as during operation.’ “De techniek zelf is wel bewezen, onder meer in België met een stuwmeer in Coo”, zegt Johan Maes van baggeraar DEME. “Het nieuwe is dat we het op zee doen. Indien wij zo’n eiland kunnen realiseren voor onze kust, dan is dat een enorm exportproduct met alle positieve gevolgen voor onze economie en tewerkstelling.”
In de wandelgangen wordt verteld dat het project effectief een paradepaardje wordt. ‘Het mag hier in België onrendabel zijn, maar onder meer de baggeraars zouden de technieken naar het buitenland kunnen exporteren en het daar mogelijk met meer rendement kunnen realiseren’, vertelt een politicus.

Niet zichtbaar?

iLand zal 2,8 kilometer lang en 1,2 kilometer breed zijn. Vanop de kust van De Haan en Wenduine zal het volgens de federale overheid niet zichtbaar zijn. Er wordt ook een strand voorzien van 800 meter breed. Dit strand kan een thuis worden voor zeehonden en sternen. Philip Konings, vijfde schepen in Blankenberge (voor Open Vld), is het niet eens met die stelling. ‘Een eiland dat op drie kilometer voor de kust ligt, zie je ongetwijfeld. De horizon ligt op 11 kilometer afstand van de zeedijk. Een eiland dat dichter ligt, zal zeker te zien zijn.

Wat als een inwoner van De Haan klaagt over visuele pollutie? Herinner u dat de Raad van State de bouwvergunning voor het windmolenpark Seanergy op de Vlakte van de Raan geschorst heeft, nadat federaal minister van Leefmilieu Jef Tavernier (Agalev) de vergunning voor vijftig turbines voor de kust van Knokke midden 2002 had verleend aan de tijdelijke vereniging Electrabel/Jan de Nul. Maar op vraag van het Knokse gemeentebestuur ging een tachtigjarige bewoonster van de Zeedijk tegen die vergunning in beroep bij de Raad van State. Zij kreeg gelijk.

De spreidstand van N-VA

Eén van de consortiumpartners van iLand is de Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV). In het recentste jaarverslag van PMV lezen we: ‘Ten slotte is PMV ook van wal gestoken om de op zee opgewekte energie op een grootschalige manier op te slaan in een zogenaamd energie-eiland. Op deze manier is het mogelijk om productie en verbruik beter op elkaar af te stemmen. Het is cruciaal om black-outs te vermijden omwille van een tekort aan elektriciteit door uitvallende centrales of omwille van een overschot wegens een te lage afname. Zo’n black-outs zouden de reputatie van ons land schaden en zeer grote financiële kosten met zich meebrengen.’

PMV investeerde in 2013 al 26,5 miljoen euro in Deme Blue Energy, iLand, Ducatt, Parkwind en Rebo.  Grootste criticus van iLand is Wilfried Vandaele van N-VA. Dat is een probleem. Want de N-VA heeft na het voorzitterschap van De Lijn en de VDAB ook de PMV binnengehaald. Dat de N-VA straks een nieuwe voorzitter bij PMV mag aanwijzen, bleek op de nieuwjaarsreceptie van PMV, schreef De Tijd eerder. Huidig voorzitter Clair Ysebaert (Open Vld) wordt over enkele maanden aan de kant geschoven en zijn post zal worden ingenomen door een N-VA’er. Zal Vandaele zijn kritische standpunten over iLand dan moeten inslikken?

N-VA De Haan

De gemeente De Haan verzet zich ronduit tegen de komst van het energie-eiland voor de kust van Wenduine. En de N-VA voert sinds een paar jaar campagne rond het thema. In 2013 hield de N-VA De Haan-Wenduine zelfs twee keer een informatieavond over de plannen om voor de kust eilanden te bouwen. Op de derde gespreksavond, eind 2014, liet de N-VA de mensen aan het woord die klaarstaan om het energie-eiland te bouwen. Johan Maes (DEME) en Frank Verschraegen (THV iLand). Ook professor Johan Driesen, energiedeskundige van de KU Leuven, was er.

Werkingskost

Het project vergt een jaarlijkse werkingskost. Volgens een studie van Trilations is de werkingskost 5,6 miljoen euro per jaar. Wilfried Vandaele ziet eerder ‘7 tot 8 miljoen euro onderhoud per jaar’. Volgens hem is werk voor de baggeraars gegarandeerd. ‘Dat maakt het toch ook financieel een gevaarlijk project, waarbij het prijskaartje wel eens bij de belastingbetaler zou kunnen eindigen.’ Hij is sceptisch over het project. ‘Het is wel heel futuristisch en heeft mogelijk zeer grote impact op onze kust zoals we die nu kennen. En de overheid en de sector zitten hier wel erg dicht tegen elkaar. De tekening die het toekomstige zicht van op de zeedijk toont, is exact dezelfde in het dossier van de baggeraars als in de documenten van de Vlaamse regering.’

Niet haalbaar

Volgens sommigen is het energie-eiland dat minister van de Noordzee Johan vande Lanotte als eerste voorstelde, niet eens haalbaar. Schepen Philip Konings is ook geograaf. ‘De zee is op de voorgestelde locatie slechts vier meter diep. Onmogelijk om op zo’n ondiepe plaats een zandeiland te leggen’, zegt hij in de media. ‘Om een strand aan te leggen, is een bepaalde hellingsgraad nodig zodat het eiland effectief ook zou blijven staan. Om dit op deze locatie te realiseren, is een constante aanvoer van zand nodig.’ Volgens Konings is een blokkendam, zoals de westelijke strekdam van Zeebrugge, de enige realistische constructie.

Operationeel?

Wanneer zal de energiedonut zichtbaar zijn? In 2013 hoopte Vande Lanotte nog dat het eiland tegen 2016 vorm zou krijgen. De vergunningen zouden er in 2015 en 2016 komen. Vanaf 2016 verrijst het eiland en duurt de bouw zo’n 4 à 5 jaar, aldus voormalig minister Vande Lanotte. Het eiland zou dus operationeel zijn in 2021. Opvolger Tommelein verklaarde eind 2014: ‘De bouw kan beginnen in 2018 en het energie­atol zal uiterlijk in 2021 operationeel zijn.’ Vreemd, de bouw van dat energieatol is dus teruggebracht van vijf tot drie jaar. Benieuwd of iLand in 2021 inderdaad elektriciteit zal produceren. Er zijn immers nog heel wat hordes te nemen.

Thierry Debels