De Luikse PS: macht, sloten drank en vrouwen

Dertig jaar geleden was de Luikse PS de machtigste afdeling van de Franstalige socialisten. Vandaag zijn de PS’ers uit de ‘Vurige Stede’ slechts een schaduw van zichzelf. Een boek beschrijft de ondergang van het rode bastion aan de Maas. Een verhaal van machiavellisme, mannelijk libido en alcohol. Veel alcohol.

‘Histoire secrète du PS liégeois’ van Le Vif-journalist François Brabant (uitg. La Boîte à Pandore, 370 bladzijden, 19,90 euro) leest als een politieke fictieroman, maar is harde realiteit. Voor de eerste keer wordt de recente geschiedenis van de Luikse PS te boek gesteld. Decennialang had de PS-afdeling een bepalende invloed op de Waalse maar ook de Belgische politiek. De Luikse PS leverde tal van ministers. Anno 2015 blijft daar weinig van over. De Luikse PS is nog altijd de grootste afdeling op basis van haar ledenaantal, maar heeft in Wallonië nog slechts één politiek kopstuk: Waals minister van Economie Jean-Claude Marcourt, een techneut zonder veel charisma. De leidende PS’ers zijn Henegouwers (Elio di Rupo, Paul Magnette) of naar Brussel uitgeweken Walen (Laurette Onkelinx).

Hoe is het zover kunnen komen? Daarvoor moeten we terugkeren naar de jaren zeventig, toen de Luikse PS onder ‘le maître de Flémalle’, André Cools, machtiger was dan ooit. Cools, kleinzoon van een Molse arbeider die in Wallonië ging werken, was minister en voorzitter van de nog unitaire BSP/PSB. Hij zag dat de Waalse industrie het steeds moeilijker had en hij vond dat het aan de overheid was om, via subsidies en overheidstewerkstelling, de stijgende werkloosheid een halt toe te roepen. Meer Waalse autonomie moest daarbij helpen. Maar de autoritaire Cools kreeg binnen de partij almaar meer tegenwind; van de radicale linkerzijde, die hem te pragmatisch vond (Cools kon een aantal herstructureringen in het Waalse staal niet tegenhouden); van belgicisten, die hem te regionalistisch vonden; van regionalisten die hem te belgicistisch vonden.

Moegestreden gaf Cools de nationale PS-fakkel in 1981 door aan Guy Spitaels. Op het opvolgingscongres in Namen werd Cools uitgefloten. Maar hij voelde zich bevrijd. Hij kon zich terugtrekken in zijn stad Flémalle, aan de rand van Luik. De avond na dat congres ging Cools met zijn entourage vieren in een Naamse frituur. Hij danste er door de zaal, terwijl hij voortdurend zijn handen op de kont van PS-senatrice Irène Pétry legde. De drank vloeide rijkelijk.

Maar ook in de Luikse PS nam het verzet tegen Cools toe. Verschillende clans wilden hem weg. Vooral de regionalistisch-populistische vleugel, met Jean-Maurice Dehousse en nieuwbakken PS’er José Happart. Ze verzetten zich in 1988 tegen de deelname van de PS aan de federale regering. De PS liet immers Voeren vallen voor extra geld voor het Franstalige onderwijs. Cools verdedigde het akkoord, maar hij slaagde er niet in de Luikse PS te overtuigen. Op een woelige vergadering, waar meer dan één kameraad straalbezopen het woord nam, stemde de meerderheid van de Luikse afdeling neen. De andere Waalse PS-afdelingen steunden het akkoord wel. Cools aanvaardde de vernedering niet. Hij besloot als nieuwbakken Waals minister van Binnenlands Bestuur het bijna failliete Luik een zware besparingskuur op te leggen. De financiële situatie van de Vurige Stede was zo bedroevend dat het stadsbestuur even overwoog een Picasso-schilderij voor 2 miljard frank te verkopen, om de lonen van de ambtenaren te kunnen uitbetalen. Minister Cools zei neen. Burgemeester Edouard Close, beschuldigd van corruptie, zette een stap opzij, na een nachtelijke vergadering met Cools. Op het ‘menu’ toen: whisky. Enkel whisky.

Cools had zijn almacht getoond in Luik en nam in 1990 als minister ontslag. Vanuit zijn eigen Flémalle zou hij de Luikse PS verder besturen. Hij werd als minister opgevolgd door de labiele en drankverslaafde Alain vander Biest. Op diens kabinet lag letterlijk in elke hoek van de kamer een verzameling lege flessen sterkedrank.

Ondertussen duurde de strijd tussen de Luikse PS-clans voort. Tot de nooit echt opgehelderde moord op André Cools op 18 juli 1991. Toen werden de rangen gesloten tussen regionalisten (Dehousse, Happart), coolsisten (Onkelinx) en ‘neutralen’ (de puissant rijke bedrijfsrevisor Michel Daerden). Verzoener was de al even omstreden Guy Mathot. De Agusta-affaire zou echter voor problemen zorgen bij de Luikse PS. Winnaar van de nieuwe machtsstrijd werd Michel Daerden. Op die woelige periode voor de Luikse PS gaan we volgende week dieper in.

Picard