2015-09_13_Lichtaart (Medium)Kunst onder de boerenpannen

De Kempen in volle glorie en achterstand kan je proeven tijdens de treinrit van Lichtaart naar Turnhout. Je bolt een kwartier door een Vlaamse toendra met vennetjes, vliegdennen, zanderigheid en kreupelhout. Het Britse leger, en later het Belgische leger, redde dit Kempengat van de verkavelingen. Lichtaart is voor mensen die hier niet op zomerkamp of voor een luchtkuur kwamen onbekend.

Waar nu bomma’s en bompa’s, vaders en moeders, in Bobbejaanland met pagadders rondzeulen, was er in de jaren vijftig, zestig en zeventig van de vorige eeuw een bohemienkring met beeldhouwers, kunstschilders, dichters, schrijvers, cafébazen, raconteurs en fantasten. Oude boerderijtjes werden in Lichtaart en de Noorderkempen omgebouwd tot kunstkroegen, galerijen en oorden voor performance-art. Waar de koeien stonken en de varkens vervetten, bloeiden de artiesten. Drinkend, babbelend en flirtend werd aan kramakkelige togen de wereld vervloekt, verbeterd of verzopen. Die hoevetjes waren de voorlopers van de latere culturele centra, die de jus en de fleur van de pioniers missen.

Een leuk en mooi geïllustreerd liefdescahier voor de kunst en de cultuur tussen de dennen is een boek, met een te lange titel, van Karl Wouters, die het allemaal observeerde, memoreerde en nadien redigeerde. “Lichtaart centrum van kunst en cultuur in de roerige jaren ’60”, is een viering van mensen als beeldhouwer Edouard Verreycken, kunstschilder Remy de Pillecyn, en tekenaar en kroeguitbater Jan de Buck. Deze brave man was eerst novice van de norbertijnen, tot hij kort voor het afleggen van zijn eeuwige geloften stopte, daarop trouwde, docent tekenen werd van het stijfdeftige damescollege Heilig Graf in Turnhout en rebels een kunstencentrum-met-bar opende, de Artepik. Het naslagwerk verschijnt bij Berghmans Uitgevers. De naamgever, Jan Berghmans, met zijn luide liefde voor de poëzie, het schone geslacht – en in die categorie de oudere variant met moederlijke trekken – en de geur van drukwerk, is overleden in 2009. Die uitgeverij, één van zijn geesteskinderen, draagt trots zijn stempel.

Jan riep zijn hovelingen bij mekaar in De Verbrande Hoeve in Lichtaart. Het boek omvat veel meer dan die ene gemeente. Wie ging tijdens de weekeinden van de jaren zestig niet swingen in Atelier Grafiek, in de wijk Houtum van Kasterlee? Dat café was een flirtkroeg voor een ongedwongen, los publiek van Turnhout tot Geel en Mol, en tegelijk deed het dienst als opslagplaats voor oude drukpersen, lithografische machines en andere vergane gloriën uit de Turnhoutse papier- en speelkaartenindustrie. Kastelein Fons Mertens legde er de fundamenten van het Frans Masereel Centrum, enkele kilometers daar vandaan. Mertens liet grafici experimenteren in de halve zwarte bol van architect Lou Janssens, van de Turnhoutse modernisten. In 1972 nam toenmalig cultuurminister, en Kempenaar, Frans van Mechelen de zaak over. Mertens kon geen directeur worden van zijn eigen creatie – want hij had niet het juiste diploma! In 1976 vertrok hij met vrouw en inboedel in oude legervrachtwagens naar Tenerife, waar hij een kunstacademie beheert.

Je stuitert van de ene kampioen naar de andere bij Karl Wouters: grote en kleine Kempenaren en inwijkelingen passeren in het bundel, met telkens een onstuimige creativiteit, passie, liefde voor de nacht, de pils en de droom van een mooi, vrijgevochten leven.

Frans Crols


Titel: “Lichtaart, centrum voor cultuur en creativiteit in de roerige jaren ‘60”
Auteur: Karl Wouters
Uitgeverij: DVBB
Jaar: 2014
Bladzijden: 192
Prijs: 45 euro
ISBN 978 90 709 5999 9