Neckers

Rudolf Schock (1915 -1986)

In het kringloopcentrum van Heist-op-den-Berg telde ik vorige week tien lp’s van Rudolf Schock. De Duitse tenor is altijd de recordhouder in zo’n centrum: een teken van zijn populariteit eertijds, maar ook het bewijs dat jongere generaties hem nauwelijks kennen.

Tenor en frontsoldaat

Rudi Schock werd honderd jaar geleden geboren in Duisburg, hartje Ruhr. Hij leerde zijn vader eerst kennen toen die eind 1918 van het front terugkeerde. De familie Schock had het niet breed en vader dronk graag een glas. Pa was communist en de vijf kinderen werden lid van de jeugdorganisatie. Rudi Schock was nauwelijks 7 jaar toen vader aan maagkanker stierf. Moeder versaste prompt haar kinderen naar de socialistische jeugdbeweging. Schock volgde alleen Volksschule. Hij moest, 13 ½ jaar oud, aan de slag als kappersleerling. In die tijden was zelf muziek maken één van de goedkoopste ontspanningsmiddelen. Schock zong dapper mee in het socialistische koor “Morgenrot” en leerde er muziek lezen. Moeder werkte als poets- en garderobevrouw in het plaatselijke Stadtheater en ze slaagde erin haar begaafde zoon als 19-jarige een audiëntie te laten doen. Schock werd koortenor, maar zijn stem was te opvallend om lang in het koor te blijven. Hij kreeg een eerste solorol als Froh in Wagners Rijngoud. Hij legde een officieel examen af als solist en zakte… wegens zijn politieke achtergrond. In Brunswijk waren ze gelukkig meer geïnteresseerd in een goede tenor dan in een goede nazi; ze trokken zich niets aan van zijn verleden. Hij kreeg er vele kleine en geleidelijk ook grotere rollen, studeerde verder zang en ontsnapte – dankzij zijn groeiende faam – een tijdje aan de legerdienst. Maar in april 1940 was het feest voorbij. Hij werd opgeleid als “Nebelwerfer” (artillerist bij een raketbatterij). Voor de veldtocht in het westen was hij nog te groen en hij kreeg zelfs verlof om zijn debuut te maken in Wenen en Berlijn. Hij maakte zijn vriendin zwanger, trouwde netjes met haar en “debuteerde” vervolgens aan het oostfront. Schock was één van de veroveraars van de Krim, stootte door tot de Kaukasus en vocht in de omgeving van Leningrad. Hij werd gedecoreerd met het ijzeren kruis. In zijn herinneringen schrijft hij bittere bladzijden over die tijd en meldt dat hij geregeld zware nachtmerries heeft, waarin hij weer aan het front is. In augustus 1943 mocht hij bijna een jaar naar huis, omdat de grote baas van de Berlijnse stadsopera – Joseph Goebbels – hem als solist nodig had. Veel verschil met het front was er niet, want Berlijn werd dag en nacht gebombardeerd. In september ‘44 vertrok hij naar het westelijk front en vocht mee tijdens het Ardennenoffensief. In de lente van ‘45 namen de Amerikanen hem gevangen, maar in juni was hij al vrij. Hij vond zijn vrouw en inmiddels twee dochters terug op het platteland, waar hij maanden als landarbeider werkte.

Symbool van het nieuwe Duitsland

De bezetters van Duitsland (de Sovjets inbegrepen) waren niet vrijgevig met voedsel, maar ze wilden wel dat het muziekleven onmiddellijk hernam; zij het grotendeels ten bate van de bezettingstroepen. Schock werd onmiddellijk geëngageerd door de Berlijnse Staatsopera. Hij maakte jarenlang alles mee wat een Berlijner kon meemaken: koude, honger, ruïnes en arrogante geallieerde militairen. En dan was hij nog bevoordeeld, omdat hij als operatenor wat officieren kende. Hij zong 150 voorstellingen per jaar om rond te komen; minstens 50 te veel, maar er moest brood op de plank komen. Ook aan de blokkade van Berlijn ontsnapte hij niet. Hij herinnerde zich hoe hij zonder problemen de stad kon verlaten met de lege vliegtuigen (weer een eter minder), maar o wee als hij terug wou komen. In al die ellende viel toch de Duitse energie en moed op om het leven weer op de rails te krijgen. Berlijn lag nog altijd in puin, maar Schock nam al zijn eerste platen op, want muziek was even belangrijk voor een goede moraal als voedsel en een woning. De jonge en bijzonder goed uitziende tenor – een fanatiek sporter – maakte een diepe indruk op de Britten en zij nodigden hem uit om in Londen aan de Covent Garden te zingen: een eer, want de Bondsrepubliek bestond nog niet en er was geen Duitse ambassade. Geleidelijk klaarde de hemel op en Schock werd in operakringen bekend als de beste Duitse tenor, die tot 1961 haast uitsluitend (ook nieuwe) operarollen zong. Maar er was tezelfdertijd een andere Rudolf Schock. Het nieuwe Duitsland wou aanknopen met zijn beroemde muziekfilmtraditie. De allereerste film was een biografie van de vergoddelijkte tenor Richard Tauber (half-Jood, in 1933 uit Duitsland verbannen en berooid gestorven in 1947). Schock speelde Tauber en heel de Duitstalige wereld rende naar de bioscoop. Ook in Nederland en Vlaanderen liep het storm, want ondanks de ellende van de Duitse bezetting waren de mensen de films met Ilse Werner, Johan Heesters, Richard Tauber en Joseph Schmidt niet vergeten. Mijn moeder nam me dus mee naar de Rio in Mechelen. Op een paar maand tijd verloor Schock zijn anonimiteit. Alles wat hij voortaan deed, was nieuws (ook in onze populaire media). Twaalf films draaide Schock. Serieuze muziekcritici haalden hun neus op voor de “koning van de manege”, zoals ze hem noemden naar aanleiding van een film waarin hij zelf zijn trapezestunts deed, maar de operadirecteurs wisten dat de zaal altijd uitverkocht was. Wieland Wagner had er zelfs plezier in Schock de tenorrol in Wagners Meesterzangers in Bayreuth aan te bieden. Na de filmcarrière volgde een televisiecarrière, met vele hoofdrollen in opera- en operettebewerkingen.

Populair in Vlaanderen

In 1961 had hij al 400 liederen en aria’s op plaat opgenomen en geleidelijk veranderde hij de focus. Na een ontmoeting met Robert Stolz gaf hij jarenlang overal met Margit Schramm “Ein Abend in Wien”-concerten. Het platenlabel Eurodisc perste jaarlijks minstens vijf tot tien nieuwe lp’s, in een oplage van honderdduizenden exemplaren. Opera zong hij nog zelden, maar operette des te meer. Ook in Vlaanderen was hij permanent te gast. (Hij schreef uitvoerig over de armoedige toestanden achter de coulissen in de Antwerpse Opera, maar hij keerde altijd terug.) Zijn hectische leven bezorgde hem in 1969 een eerste hartinfarct, maar met ijzeren discipline overwon hij zijn problemen. Aan pensioen dacht hij niet, tot zijn oudste dochter, Isolde, kanker kreeg. In zijn memoires vertelt hij ingetogen hoe zij geleden heeft. Al zijn geld en de beste medische zorgen hielpen niet. Men kan nauwelijks met droge ogen die misère lezen. Schock was gezien zijn jeugd niet religieus, maar zijn dochter had wel belangstelling voor godsdienst. Op haar sterfbed schreef ze “mein lieber Papa zum segenreichen Studium dieser Bibel” in de bijbel die ze hem schonk. Na haar dood had Schock eerst geen zin meer om nog te zingen, maar toch hernam hij zijn loopbaan; zij het dat hij graag terugkeerde naar een oude liefde: ernstige liederen van Schubert, Schumann en anderen. In 1986 kreeg hij in zijn woning in Düren een fatale hartaanval. Zijn vrouw overleefde hem vijfentwintig jaar. Haar rouwprentje toont dat ze hun herinneringen aan de gruwelijke oorlogsjaren niet vergeten was. Ze vroeg geen bloemen op haar begrafenis, alleen een kleine gift aan de stichting die de graven van Duitse soldaten verzorgt.

Zijn fans zeggen natuurlijk dat hij een wereldster was, maar dat klopt niet. Aan de Met of La Scala werd Schock nooit uitgenodigd. Daar was zijn stem wat te stroef en wat te Duits voor. Ik beken dat ik zelfs nooit de moeite deed naar één van zijn concerten in een Vlaamse stad te gaan: te veel verwend door de allergrootsten, te veel onnodige neerbuigendheid van mijn kant. Als ik nu de opnames uit de jaren vijftig afspeel, toen hij op zijn best was, heb ik toch een beetje spijt over mijn jeugdzonde.

Jan Neckers


Tags assigned to this article:
2015-09Jan Neckers

Related Articles

Lezersbrieven

Kerst, een vredesfeest? Pallieterke, Hoe kan men aan vrede denken wanneer de kerstvieringen bewaakt worden door gewapende militairen? Hoe heeft

Nieuwe brandstapels

Enkele Afghanen die zich tot het christendom hadden bekeerd, zijn op het nippertje ontsnapt aan een verschrikkelijke wraakactie: hun islamitische

Oók 100 jaar geleden: Elisabeth Eybers

Ze werd geboren op 26 februari 1915 in het Zuid-Afrikaanse Klerksdorp (West-Transvaal) als dochtertje van een dominee. Eens de kinderschoenen