De Boef

“Meneer, ken jij Lieven Boeve?”

Een vraag die me enigszins verraste.

“Wie?” vroeg ik om te doen of ik niet wist over wie hij het had.

“Lieven Boeve is de nieuwe grote baas van wat ze altijd nog het ka-tholiek onderwijs durven noemen.”

“Ik heb zijn naam wel eens gehoord”, zei ik. “Er stond een tijd geleden een briefje aan hem in ’t Pallietereke. Dat weekblad ken je toch?”

Hij keek me met verontwaardiging aan en zei: “Meneer, wie dat niet kent, is een onderontwikkelde. Het is het enige blad dat nog spreekt zonder een blad voor de mond te houden. Allen die daarin schrijven, moeten verstandige mensen zijn.”

De man steeg torenhoog in mijn achting.

“Ik verslind het iedere week”, ging hij verder. “Ga ik op reis dan lees ik het op mijn tablet. Ik zeg dat niet tegen alleman, maar jij ziet er een intelligent persoon uit.”

“Hoe zie je dat? Je hebt namelijk gelijk.”

“Ik sta al mijn hele leven in het onderwijs en dan zie je vlug wie je voor je hebt. Gelukkig is het einde in zicht.”

“Voor het onderwijs?”

“Voor mijn aandeel erin. Mijn pensioen wenkt en ik ben blij. Tijdens mijn loopbaan maakte ik enkele bazen mee. Maar de nieuwe spant de kroon. Hij heet Lieven de Boeve maar ze zouden hem beter Lieven de Boef noemen. Voor jou is het misschien Latijn als je niets met het on-derwijs te maken hebt of had.”

Hij moest het eens weten. Ik hield me op de vlakte.

“Wat die vent van plan is, hou je niet voor mogelijk”, gromde hij.

“Vertel me er meer over.”

“Een katholieke school is wat de naam zegt. Wie er niet van houdt, gaat naar het officiële onderwijs, of de stadsschool, of… er zijn ver-schillende namen. Ook daar wordt degelijk onderwijs gegeven. In het katholiek onderwijs ligt, of lag, de nadruk op het Rooms godsdiensti-ge. Het Kerst- en Paasgebeuren bijvoorbeeld komt bijzonder in de aandacht en wordt in de lessen verweven. Een kerststalletje in decem-ber is doodnormaal en de paaseieren komen uit de klokken van Rome. Althans zo was het vroeger.”

“Ik hoor dat jij in het lager onderwijs werkzaam bent”, zei ik.

Hij bekeek me aandachtig. “Jij weet er precies meer van.”

“Ik ging in mijn jeugd naar een katholieke school”, zei ik vlug. “Of denk je dat ik als 6-jarig knaapje aan zelfstudie deed?

Het volstond voor hem om verder te gaan.

“De wereld verandert en doet dat nog. Mensen kiezen niet noodzake-lijk voor een katholieke school omwille van het katholieke. Het wordt stilaan meer een eenheidssoep. Voor mij is dat moeilijk. Jaren geleden kreeg ik een jongetje van vreemde origine in mijn klas. De schooldag begon toen met het maken van een kruisteken. Heel normaal in een ka-tholieke school. De vader van dat manneke kwam reclameren bij de directeur. Hij zei: Mijn kind doet thuis zo. Onhandig probeerde hij een kruisteken te maken. Ik dat niet willen.”
“Hoe reageerde de directeur?” vroeg ik.

“Hij zei tegen die vader: U dat niet willen? Uw kind naar officiële school doen. Daar maken ze geen kruistekens. Toen mocht zoiets nog. We hebben ook een middelbare afdeling waar enkele priesterleraars les geven. Eén hen gaf godsdienstles, werd verliefd en trouwde. Kan niet voor een priester. Hij werd bedankt en mocht gaan.”

“Reacties?”

“Sommigen hadden kritiek op zijn ontslag. De meesten vonden het een normaal besluit. Een katholieke school volgt nu eenmaal de katholieke regels.”

Het was geweldig wat hij vertelde.

“Ik weet dat de tijden veranderen”, ging hij verder. “Er is nu een enorme mengeling door de vreemde instroom. Laat het katholiek on-derwijs in godsnaam katholiek blijven. De nieuwe baas wil nu moslim-leraars in het katholiek onderwijs. Zoiets past als een tang op een var-ken. Hoofddoeken moeten voor hem ook kunnen. Die man is gek. Ik zie hem nog verschijnen in djalaba en met een tarboesj op zijn hoofd.”

“Maak dat je met pensioen bent”, wenste ik hem.

TdW