Fernand Keuleneer, een Kempense Brusselaar, is Vlaamsgezind. Hij ontving de Albert de Cuyperpenning van het Vlaams Komitee voor Brussel, voor zijn inzet in het dossier van de splitsing van de rechtbanken in het gerechtelijk arrondissement BHV. De politieke onderhandelaars schiepen een knoeiboel die slechts door veel weerwerk in zekere mate kon worden rechtgetrokken. Fernand Keuleneer is een tegendenker.

2015-06_11_keuleneer (Medium)Een jonge advocaat loopt binnen, ledigt zijn postvak en pronto verschijnt het christelijke opinieweekblad Tertio. Hier werkt volk met goede smaak. Het advocatenkantoor van Fernand Keuleneer (57) en zijn confraters bevindt zich in de meest grondwettelijke buurt van België. De maatschap koos voor de Verenigingstraat naast de Voorlopig Bewindstraat, de Drukpersstraat, de Onderrichtstraat, de Parlementstraat en het Vrijheidsplein; alles op wandelafstand van het federale parlement, het Vlaams Parlement, de Wetstraat, de Congreskolom, Voka (dat voor enkele jaren de vlag hees in Brussel, adieu sinjoren) en N-VA. De wijk is een mengeling van Vlaamse en Belgische gedachten.

‘t Pallieterke: u verwerpt wat u noemt de splits-o-manie en u zei dat uitdrukkelijk bij de aanvaarding van de De Cuyperpenning?

Fernand Keuleneer: “Het federalisme is het ontwijken van de tegenstander vanuit een egelstelling, het vluchten voor het conflict, en een conflict behoort tot de essentie van de politiek. Die wending in de Vlaamse strategie heb ik nooit goedgekeurd, hoewel ik haar begrijp. Federalisme, confederalisme en independentisme zijn drie uitingen van de nationalistische ideologie waarbij elk zelfverklaard volk een staat moet hebben, hoewel in veel gevallen de staat het volk creëert. Dat wordt vandaag omzwachteld door N-VA met een beroep op de doelmatigheid die een beleid moet kenschetsen – dus Vlaanderen, confederaal of onafhankelijk, zal zijn zaakjes efficiënter, zuiniger, eenvoudiger en doorzichtiger beheren. Dat kan zijn, maar de basisfilosofie, dus volk en staat die samenvallen, blijft het vertrekpunt van N-VA, want de efficiëntiethesis is een variatie op dat credo. Voor de goede orde, dat is een vertrekpunt zoals vele andere, ik vind het niet immoreel, maar ook niet iets dat ik verplicht ben om, als Vlaamsgezinde, en dat ben ik, te aanvaarden als juiste keuze. Soms heb ik de indruk dat men eigenlijk een Vlaams Staat wil om een Vlaams Volk te scheppen.”

‘t Pallieterke: de Belgische staat druist niet per definitie in tegen de Vlaamse belangen?

Fernand Keuleneer: “Dat vind ik inderdaad. Ik kan hiervan in tien minuten, of veel meer minuten, geen sluitend bewijs leveren, echter, ik vind het een axioma, dus een onbewezen maar een door velen als grondslag aanvaarde stelling dat de Belgische staat wèl onverzoenbaar is met Vlaamse belangen. Iedereen weet, ik ook, dat er historische redenen zijn om dat axioma te aanvaarden als basis voor Vlaamse politieke actie. Nochtans, laten wij niet ontkennen dat daar een deel mythologisering ingeslopen is, en dat de episodes van collaboratie en repressie na de Eerste Wereldoorlog en na de Tweede Wereldoorlog de gevoelens van verdrukking aangewakkerd hebben. Ik doe niet lyrisch over België als een multicultureel paradijs of zo, en evenmin lyrisch over Vlaanderen als voorbeeld van efficiëntie. De theorie over de twee democratieën overtuigt mij ook niet, dat is meer zoiets als een zichzelf vervullende profetie. Het axioma dat zich vertaalt in weg met België, of een uitgekleed België, is niet het mijne.”

‘t Pallieterke: als België niet bestond, had het moeten uitgevonden worden, heeft u meermaals gezegd…

Fernand Keuleneer: “Er bestaat een geografische ruimte tussen Nederland, Duitsland en Frankrijk, laten wij haar de Belgische ruimte noemen, een geostrategische zone die een structuur moest krijgen, wat dus België is geworden. Privé kan men splitsen wat men wil: zijn fortuin, zijn huwelijk, zijn erfenis, zijn appartementsgebouw, echter, publiek splitsen is heel wat anders. De bevolking waarvan men afsplitst, de buurstaten, enzovoort, verdwijnen niet. Zoals we nu ook al zien, is splitsen veel gemakkelijker gezegd dan gedaan, en zo beland ik bij de Vlaamse splits-o-manie. Leo Tindemans zei het vaak: federalisme met twee is niet de ideale structuur om iets werkbaars te maken. Dat is in feite geen federalisme, wel een pre-onafhankelijkheidsscenario, wat hij niet zei, maar het komt er wel op neer. De Belgische ruimte heeft op een bepaald ogenblik in de geschiedenis tot de geboorte van België aanleiding gegeven en als die gesplitst wordt, komen er niet alleen internationale consequenties waarover men heel licht heenstapt, maar dan komt er ook intern zeer veel op de helling te staan. Bijvoorbeeld de band tussen Brussel en Vlaanderen, die weliswaar niet veel Vlamingen nog interesseert, maar ook de intra-Belgische grens, die de taalgrens is. Om slechts die twee voorbeelden te noemen. Die taalgrens bestaat bij de gratie van België. Als België wegvalt, begint het internationale politieke schaakspel en moeten de Vlamingen niet denken dat zij zomaar kunnen uitgaan van al wat nu bestaat. Onze intra-grens is gebaseerd op Belgische compromissen en op Belgische vormen; wie die compromissen en vormen schrapt, zet alles op de helling. Jaja, ik ken de tegenargumenten, maar die zijn juridisch, laat staan politiek, allesbehalve sluitend. Is het in het belang van Vlaanderen twintig of meer jaren te verliezen met internationaal diplomatiek geschipper? Zullen de nieuwe generaties in Vlaanderen, die zich amper bewust zijn van de historische discriminatie van Vlamingen, achter die keuze staan? Een splitsing behoeft een draagvlak en dat groeit amper. De meeste kiezers voor N-VA stemden voor verandering van het sociaaleconomische klimaat en weinig of niet voor het confederalisme.”

‘t Pallieterke: het ministerie van Justitie zal ook op het kapblok belanden?

Fernand Keuleneer: “De regeringspartijen hebben beloofd daar in de volgende vijf jaar niet aan te raken. Wat niet belet dat het thema leeft bij radicale Vlamingen, waar ik dan meteen tegenaan gooi: wat kan er gewonnen worden door die operatie? Is de zware prijs aan verwarring, hertekening en reorganisatie de ommekeer waard? De grootste dommigheden zijn gelukkig kunnen vermeden worden bij de splitsing van de rechtbank en het parket van Brussel – en dus niet de splitsing van het gerechtelijk arrondissement Brussel – , en dat dankzij de reactie van de basis van Vlaamse magistraten en advocaten in Brussel. Toen wij de eerste teksten lazen, waren wij ontsteld en was het klaar als pompwater dat de onderhandelende Vlaamse politici het dossier niet kenden. Ik denk aan de eerste verdeling van de werklast, 80/20. Dat klopt niet met de werkelijkheid en om eruit te geraken, kreeg het auditbedrijf KPMG een contract om de échte werklast te meten, maar een grote verbetering is het allemaal niet. De territoriale splitsing van het parket zal voortdurend pendelen veroorzaken tussen de onderzoeksrechters, die in Brussel blijven, en het parket in Halle-Vilvoorde. Het gesplitste parket deel Halle-Vilvoorde zal huurgebouwen in Brussel eisen om de reisjes over en weer te vermijden. (lacht wrang) Enzovoort.”

Lode Claes

‘t Pallieterke: u heeft Lode Claes gelezen en goed gevonden?

Fernand Keuleneer: “De boeken en teksten van Lode Claes blijven verhelderende lectuur, ook in 2015. Hij was, om het met een hedendaagse term te noemen, een publieke intellectueel. Lode Claes zei: “Als je sterk genoeg bent of in een positie om een splitsing in eigen voordeel uit te voeren dan heb je ze niet nodig.” Met een splitsing scheppen de splitsers bovendien de illusie dat de machtsvraag – wie oefent de macht uit? – kan ontweken worden. In en doorheen een splitsing blijft de machtsvraag evenzeer aanwezig.”

‘t Pallieterke: sedert de vorming van de regering-Michel duikt telkens deze opwerping op: de N-VA illustreert dat België kan werken, waarom dan confederalisme of independentisme?

Fernand Keuleneer: “N-VA heeft twee tendensen. Eén tendens, die zich gedeisd houdt om electorale redenen, wil feitelijk aantonen dat België, met radicalere Vlamingen mee aan de macht die hun wil durven doorduwen, kan werken. Tegen 2019 zou dat duidelijk zijn. Een tweede tendens, de meer klassieke stroming binnen het civiele Vlaams-nationalisme, verwacht, of wil aantonen, dat België niet werkt en kan dan, na vijf jaar de proef op de som te nemen, besluiten en bepleiten: basta België. Eén en ander hangt uiteraard niet alleen van de Vlamingen of N-VA af.”

‘t Pallieterke: sociaaleconomisch ontpopte N-VA zich op 25 mei als een liberale partij. Is dat een breuk met een deel van de eerder volkse partijleden?

Fernand Keuleneer: “Ik weet niet hoe volks die leden zijn. Ik betwijfel of het merendeel van de Vlamingen achter het sociaaleconomische N-VA-programma staat. Ik betwist ook dat het voor Vlaanderen, in zijn geheel genomen, goed zou zijn. Een zogenaamd “Duits beleid” zal de Vlaamse economie niet robuuster maken. Denken dat de Vlaamse economie in mekaar zit zoals de Duitse is een illusie en een dure vergissing. Ik denk dat wij toch dichter staan bij de Waalse privésector en misschien zelfs bij de Franse. Tactisch was het wellicht slim stemmen weg te halen bij Open Vld, hoewel Maggie de Block dat effect heeft doorkruist. Het is voorts inbeelding van N-VA te denken dat zij dit soort programma zomaar zal kunnen opleggen, ondanks de alliantie met MR. Ooit zal de PS opnieuw in de regering komen, misschien wel versterkt na een oppositieloutering. En ik ben ervan overtuigd dat de financieel-economische crisis, waarvan wij het einde nog lang niet gezien hebben, het einde inluidt van de traditionele recepten.”

‘t Pallieterke: een flink aantal Franstaligen ziet N-VA graag opboksen tegen de PS.

Fernand Keuleneer: “Dat leren mij inderdaad gesprekken met Franstaligen van de sociologische middenlaag en de bovenlaag. De gedachte dat de N-VA een hefboom kan zijn voor een ander Wallonië is voor het eerst uitgesproken door Didier Reynders in 2007, toen die pleitte voor een regering met het kartel CD&V-N-VA zonder de PS. Echter, het Vlaamse kartel – de geschiedenis heeft haar rechten – wilde daar niet van horen en eiste de toetreding van de PS tot de regering om een grote staatshervorming te verwezenlijken.”

‘t Pallieterke: een belangrijke regel in de democratische politiek is de tegenstander niet te vernederen.

Fernand Keuleneer: “Ja, en daar zondigt de N-VA. Waarom moet er keer op keer triomfalistisch aan herinnerd worden, ook op de jongste nieuwjaarsreceptie, dat een regering zonder PS een grote overwinning is? Kan zijn, iedereen weet dat ondertussen, maar zolang België bestaat, zal de PS een tegenmacht blijven en die behandel je best zonder bestendig geëtaleerde vijandschap. Trouwens, ik stel vast, dat PS en N-VA goed hebben samengewerkt voor een uitbreiding van de euthanasiewetgeving betreffende minderjarigen. Door hun gezamenlijk verzet is de tekst zelfs niet voorgelegd aan de Raad van State. Schrap dat triomfalisme, het komt vreemd, gekunsteld en verkrampt over. Een baas moet niet té bazig doen. De PS een keertje in de oppositie duwen, is geen eindpunt. Er komen nog verkiezingen, parlementen en problemen. De PS vandaag buiten een regering zien, is goed voor haar herbronning, voor nieuwe klemtonen en is een gevolg van een werkende parlementaire democratie. Niet meer en niet minder. N-VA moet het normale zelfbewustzijn ontwikkelen van een grote partij en als zij dat niet opbrengt, twijfel ik aan haar volwassenheid en haar blijvend succes.”

‘t Pallieterke: in 1977 stichtten onder meer Lode Claes, als grote voorganger, en Luc Pauwels, de Vlaamse Volkspartij (VVP). Die partij had, na een tussenfase met een groep rond Karel Dillen, twee uitgangspunten: Vlaamsgezindheid én conservatief liberalisme, precies de programmatorische mengeling van N-VA anno 2015. Akkoord?

Fernand Keuleneer: “Allereerst, de VVP is nooit meer geworden dan een nevengebeuren ter rechterzijde. Je kan haar wat dat betreft niet vergelijken met N-VA vandaag. Inhoudelijk sluiten de twee partijen dan wel weer sterker bij mekaar aan, ja, liberaal en Vlaamsgezind, hoewel de tijdsomstandigheden totaal verschillend zijn. Wat VVP echter volwassener deed, was de omgang met de Franstaligen. Het recept van de VVP was: rustige maar bewuste machtsuitoefening, zonder overdrijving, en zonder getoeter. Claes en zijn medestanders waren niet verkrampt en de overzijde reageerde van de weeromstuit minder gepikeerd dan op N-VA. Lode Claes behield zijn vaste kroniek in Le Soir, om slechts dat te noemen.”


N-VA, leer omgaan met macht

Kan een communautaire stilstand tot 2019? Fernand Keuleneer: “U bedoelt niet nog eens een knutselhervorming? Laat N-VA eerst en vooral leren wat het betekent om met macht om te gaan. Omgaan met macht, met macht werken, is geen groot Vlaams talent. Tot nu toe zat de partij in het beste geval in de marge van het federale beleid en als medespeler, niet dominant, in het Vlaamse beleid. 25 mei heeft dat omgedraaid naar macht als eerste partij op de twee niveaus en eveneens in sleutelsteden. Ik geloof niet in het gevolg dat er nu spoedig een Vlaamse staat zal geboren worden. Met een communautaire stilstand kan, in de pauze tot 2019, onbevangen worden nagedacht over de voordelen en de nadelen van het confederalisme en het independentisme. Om slechts één iets te noemen, telkens wordt het splitsende België rijker aan bureaucratie en bevoegdheids- en belangenconflicten. De onafhankelijkheid zou daar volgens sommigen een radicale streep onder zetten, maar ik geloof dat niet. Vlaanderen zal niet leven in een vacuüm, want daarop duiken supranationale afwegingen, spanningen en uitdagingen op die niet zullen onderdoen voor het moeilijke leven binnen België, wel integendeel. Vlaanderen zal vele voorwaarden opgelegd krijgen. Ik denk dat oorspronkelijk denken noodzakelijk is. Men moet durven nadenken over totaal andere modellen, zoals een meerledig territoriaal federalisme binnen België, in een Benelux-kader. Nu krijg ik natuurlijk alle nationalisten over me heen…. De N-VA zou een nuttige bijdrage leveren door tijdens deze communautaire pauze en vanuit een positie van invloed zelf open te staan voor andere modellen. Maar daarin geloof ik eerlijk gezegd niet erg.”