2015-08_13_van roosbroeck (Medium)Een historicus verdwaald in de politiek en… de collaboratie

‘Clio, de edele muze der geschiedenis, is een veeleisende dame.’

Dr. Rob van Roosbroeck (Antwerpen, 1898 – Oosterhout, 1988) was de grote historicus van Willem van Oranje (rebel, graaf van Nassau, prins van Oranje), maar hij schreef ook over Peter Paul Rubens (schilder en diplomaat), de Duitse kanselier Bismarck en de emigratie van het Zuiden naar het Noorden tijdens de hier zo woelige 16de eeuw. De niet meer zo jonge Armand van Nimmen (°1935) is zijn eerste goede biograaf. Zijn lijvig boek met als ondertitel ‘Het verdriet van Vlaanderen’ (*) ontstond in Wenen en werd zeker geen beschrijving van een heiligenleven, maar ook geen bittere aanklacht.

In het onvolprezen tijdschrift Wetenschappelijke Tijdingen (2012/4), het tijdschrift voor de geschiedenis van de Vlaamse en Groot-Nederlandse Beweging, publiceerde Van Nimmen al een interessante bijdrage over Jozef Duysans gevecht met den engel, of de schermutselingen rond het graf van Paul van Ostaijen. Jozef Duysan was een jeugdvriend van Paul van Ostayen. Deze voor mij illustere onbekende Duysan was ook bevriend met Rob van Roosbroeck. Nu is daar het groot levenswerk van Van Nimmen, met zowaar 1.207 voetnoten of verwijzingen naar zijn gevonden bronnen. Reeds in 1930 behaalde Rob van Roosbroeck zijn doctoraat. In september 1940 trad hij, volgens zijn biograaf (bladzijde 123), toe tot de kort voordien opgerichte Algemene SS-Vlaanderen, meestal bekend onder de naam Vlaamse SS.

André Leysen als chauffeur van Lagrou

In het dynamische en actieve leven van deze historicus – verdwaald in de politiek en de collaboratie – duiken uiteraard talrijke en kleurrijke Vlaamse collaboratiefiguren op.
Dr. Jef van de Wiele (Deurne, 1903 – Brugge, 1979), alias Jef Cognac voor zijn vrienden, werd in 1936 hoofdredacteur van het tijdschrift De Vlag van de Deutsch-Vlämische Arbeitsgemeinschaft.
René Lagrou (Blankenberge, 1904 – Barcelona, 1969), advocaat, politicus en leider van de Algemene SS-Vlaanderen.
Ward Hermans (Turnhout, 1897 – Deurne, 1992), romancier, dichter, Vlaams-nationaal politicus, door de leider Joris van Severen persoonlijk verwijderd uit het Verdinaso.
Filip de Pillecyn (Hamme, 1891 – Gent, 1962), letterkundige, bekend romancier en journalist.
Herman van Puymbrouck (Antwerpen, 1884 – Antwerpen, 1949), letterkundige, dagblad De Schelde (later Volk en Staat) en VNV’er.

Robert Verbelen (Herent, 1911 – Wenen, 1990), Vlaams SS-officier. Edgard Delvo (Gent, 1905 – Jette, 1999), die ik ooit mocht ontmoeten in het Vlaams Huis te Brussel (toen nog in de Lakensestraat), auteur en volgeling van de socialist Hendrik de Man met het “Plan van de Arbeid”.

Uiteraard de onvermijdelijke Cyriel Verschaeve (Ardooie, 1874 – Solbad Hall in Tirol, 1949) kapelaan, dichter, essayist en beeldhouwer, meervoudig Staatsprijswinnaar en een geestelijke steunpilaar en leidsman van de harde onvoorwaardelijke Vlaamse collaboratie.

Dr. August Borms (Sint-Niklaas, 1878 – Etterbeek 1946), gefusilleerde martelaar en symboolfiguur van de dubbele collaboratie.
André Leysen (Antwerpen, 1927), succesrijk nijveraar en zakenman, vader van Thomas en Chris, redder van de krant De Standaard, lid van de Hitlerjugend. Hij fungeerde zelfs als chauffeur van René Lagrou (bladzijde 176), hoewel Leysen dat ontkent. Hij is de enige van al die mannen die nog leeft.

En ook nog Dr. Jan-Albert Goris (Marnix Gijsen), Herman Vos (eerst nationalist, dan socialist) en Franz Petri (Wolfenbüttel, 1903 – Münzer, 1993), een Duitse professor in Keulen en historicus, die als overtuigd nationaalsocialist en kenner van de geschiedenis van onze gewesten tot in Noord-Frankrijk de Duitse militaire bezetting van België incarneerde.

Al die personen en al die feiten en gegevens maken dit boek bijzonder leesbaar. Maar de meest relevante vraag blijft open en prangend. Het is zelfs een zwaar filosofische vraag: hoe kon Van Roosbroeck, die uiterst talentvolle en onvermoeibare idealist en historicus, in de zwaarste en zwartste collaboratie belanden? Was het de invloed van een man als Cyriel Verschaeve, of de hele invloedssfeer van al zijn ook al collaborerende vrienden en geestgenoten? Ongetwijfeld. Of was het de overtuiging dat de Duitsers de oorlog niet meer konden verliezen? Dit boek verscheen hoe dan ook te laat, want voor al de hogervermelde heren die niet sneuvelden aan het oostfront zijn hun overtuigingen en verwachtingen allang door het Grote Geschiedenisboek opgeslokt.

Anonimiteit, ballingschap en onderduiken

Dat Van Roosbroeck, evenals vele notoire collaborateurs, na een lange periode van anonimiteit, ballingschap en onderduiken toch weer boven water kwam, verandert niets aan de vraag die ook de biograaf niet beantwoorden kon: wat dreef die rijzige, gecultiveerde en erudiete man om openlijk en blijkbaar zonder enige intellectuele twijfel al heel snel de zijde te kiezen van het Groot-Germaanse Rijk, dat uiteindelijk maar twaalf jaar heeft bestaan? Vanaf het zesde hoofdstuk, ‘Heropleving als historicus (1959-1968)’, tot en met het achtste, ‘De laatste twaalf jaren (1976-1988)’, met zijn plechtige begrafenis op het Schoonselhof in Antwerpen, werd hij als het ware gedeeltelijk en figuurlijk in ere hersteld. Toch blijft de kwellende vraag ook door de biograaf (bladzijde 332) onopgelost: hoe kon een geëngageerd leraar, journalist, volksopvoeder en historicus de zijde van het monsterachtige nihilisme kiezen? De tragiek van zijn medestrijders en generatiegenoten ligt wellicht vervat in de tragiek van een historicus die zèlf al te actief wou deelnemen aan de (toen nog ongeschreven) geschiedenis.

De Brave Hendrik


Titel: “Rob van Roosbroeck en tijdgenoten. Het verdriet van Vlaanderen”
Auteur: Armand van Nimmen
Uitgeverij: Academia Press
Jaar: 2014
Bladzijden: 449
Prijs: 35 euro
ISBN 978 90 382 2278 3