De vader van Marion le Pen

“Ik ben wel degelijk de biologische vader van Marion Maréchal-Le Pen.” Met die zin begint één van de hoofdstukken van de postume memoires van Roger Auque (1956-2014). Kort voor hij op 8 september vorig jaar aan een hersentumor overleed, heeft de voormalige journalist, spion en diplomaat ‘Au service secret de la République’ afgewerkt. Het boek is net verschenen.

Dat Auque de biologische vader is van FN-parlementslid Marion Maréchal-Le Pen, kleindochter van Jean-Marie en nichtje van voorzitter Marine, was ondertussen geweten. Het nieuws werd in 2013 door de schrijfster Christine Clerc in het nieuws gebracht en werd ook door het weekblad ‘L’Express’ aangehaald. Maar Auque heeft er nooit op willen reageren. Wel was Marion samen met haar moeder, Yann le Pen, op de begrafenis van Auque.

Dankzij ‘Au service secret de la République’ kennen we het precieze verhaal. Begin 1989, tijdens een feest waar vader Jean-Marie le Pen het hoge woord voerde, ontmoetten Roger Auque en Yann le Pen elkaar. Roger en Yann hadden een korte relatie, waaruit eind 1989 Marion geboren werd. Yann le Pen kwam voor hun ontmoeting net uit een mislukte relatie.

Twee jaar na de geboorte van Marion ontmoette Yann Samuel Maréchal, de nummer één van de FN-jongeren. Hij heeft het vaderschap van Marion erkend. Wanneer zij twaalf jaar was, werd het contact met haar biologische vader hersteld. Er volgden meerdere ontmoetingen. Auque dacht zelfs dat hij zijn dochter ertoe aangezet had een politieke loopbaan te kiezen. Trouwens, in zijn memoires schreef hij dat Marion zich niet meteen tot het Front national aangetrokken voelde.

Journalist in Libanon

Het verhaal van het vaderschap van Roger Auque is typisch voor het levensverhaal van die man. Het leest als een avonturenroman. Hij wordt in 1956 in Roubaix geboren. Zijn vader was een linkse gaullist en een veteraan van de oorlog in Indochina. Zijn moeder had communistische sympathieën. Auque is al van jongs af dol op vrouwelijk schoon en op zijn twintigste vertrekt hij naar Libanon, één van zijn minnaressen volgend. Libanon wordt verscheurd door een burgeroorlog. Auque sluit zich aan bij de christelijke milities van Camille Chamoun. Tegelijk gooit hij zich in het nachtleven van Beiroet. In 1980 wordt hij in de Libanese hoofdstad correspondent voor het persagentschap Sipa. Auque wordt ook correspondent voor diverse radio- en teeveezenders en verwerft zo enige bekendheid. Meestal heeft hij meer aandacht voor zijn vriendinnen dan voor zijn werk en daardoor komt hij vaak in conflict met zijn superieuren.

Toch is Auque een moedig man. In 1987, wanneer in Beiroet de ene westerling na de andere wordt ontvoerd, blijft hij in de hoofdstad werken. Auque wordt ontvoerd net na een onderhoud met de anglicaanse priester Terry Waite, die naar Libanon was gekomen om te proberen gijzelaars vrij te krijgen. Een paar keer hoort hij zijn gijzelnemers hun kalasjnikovs laden, en denkt dat zijn laatste uur geslagen heeft. Tijdens zijn gevangenschap leest hij de Bijbel. Na elf maanden komt Auque vrij, bekeerd tot het katholicisme. De vrijlating komt er na bemiddeling van de Libische leider Khadaffi.

Na zijn vrijlating stopt hij niet met journalistiek. Hij verslaat onder meer de Amerikaanse inval in Irak in 2003 en de oorlog tussen Israël en Hezbollah in 2006. In zijn memoires geeft Auque toe dat hij op een bepaald moment meer spion dan journalist is. Hij wordt aangesproken door de Mossad, de geheime dienst van Israël. Auque gaat in op de vraag te spioneren voor Israël, door middel van undercoveropdrachten in Syrië. Ook de Franse en Amerikaanse geheime diensten nemen met hem contact. Auque heeft zelfs ontmoetingen in het Pentagon en met hooggeplaatste CIA-figuren. Hij noemt zich in zijn memoires een “huurling van de geheime diensten”. Hij spioneert niet uit idealisme doch om zuiver financiële redenen, zo geeft de journalist-spion toe.

Diplomaat

Auque bouwt een indrukwekkend netwerk op bij politici: de familie Chirac, ex-premier Alain Juppé, Nicolas Sarkozy, maar ook de linkse politicus Arnaud Montebourg. Op een bepaald moment overweegt hij een politieke carrière. Om zijn kansen op een verkiezing te vergroten, wordt hij lid van de loge. Hij ontmoet president Sarkozy in 2009 en Auque vraagt hem te helpen: de journalist-spion wil Europarlementslid worden. Maar Sarkozy ziet het “groter”. Auque wordt ambassadeur in Eritrea. Een korte loopbaan, want in 2011 ontdekt men een kwaadaardige tumor in zijn hersenen. Wanneer Auque beseft dat hij niet lang meer te leven heeft, dicteert hij zijn memoires. De man zal verbitterd sterven, als we zijn memoires mogen geloven. Hij vindt dat Frankrijk hem aan het eind van zijn leven heeft laten vallen: geen politicus keek nog naar hem om. “Ik heb de indruk dat ik van ambassadeur verworden ben tot clochard.”

Salan