Vlamingen machteloos tegen ongelijkheid?

Dat had u van ons nog te goed… De Vlamingen krijgen minder jobs toebedeeld in de federale wetenschappelijke instellingen dan waar ze volgens hun bevolkingsaantal en de wet recht op hebben. Uit de recentste cijfers (tot 30 juni vorig jaar), die Barbara Pas (Vlaams Belang) kreeg van bevoegd staatssecretaris Elke Sleurs (N-VA), blijkt dat dit vandaag nog zo is. En morgen?

Federale wetenschappelijke instellingen zijn door de overheid gefinancierde wetenschappelijke of culturele instellingen die níét geregionaliseerd zijn. Hiertoe behoren onder meer het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI), de Koninklijke Sterrenwacht, de Koninklijke Bibliotheek, het Algemeen Rijksarchief, het Koninklijk Museum van het Leger, het Koninklijk Belgisch Instituut voor de Natuurwetenschappen, het Wetenschappelijk Instituut voor de Volksgezondheid, et cetera.

Het lijkt wel een voor eeuwig verworven recht van de Franstaligen: constant een streepje voor krijgen achter de oude schermen van dit land. Ondanks het feit dat een kleine 60 procent van de inwoners Vlamingen zijn, werken er in de federale wetenschappelijke instellingen 47,7 procent Nederlandstaligen – het laagste cijfer sinds 2006 – en 52,3 procent Franstaligen.

Officieel geldt een 60/40-verhouding voor de lagere ambtenaren. Voor de graden 1 en 2 en voor de directieposten is de verhouding 50/50. Is dat allemaal normaal? En hoelang nog? En dan moet je weten dat de jobs worden gefinancierd met middelen uit de federale pot, waarin de Vlamingen meer dan hun deel betalen.

Ongelijkheid

Maar zelfs die 50/50-verhouding halen we niet. Barbara Pas vroeg Elke Sleurs meteen om maatregelen te nemen. Haar voorgangers Joris van Hauthem en Bart Laeremans beten al hun tanden stuk op die ongelijkheid. Volgens Pas zitten er ook op lager niveau scheeftrekkingen verstopt achter vage criteria als ‘zaken van algemeen belang’ en ‘studie- en conceptietaken’, waarvoor een paritaire verdeelsleutel wordt gehanteerd. De instellingen waar de situatie op 30 juni 2014 het meest opmerkelijk was, zijn de Koninklijke Sterrenwacht (42,4 procent NL) en het Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie (43,1 procent NL).

De jongste tien jaar was er nauwelijks sprake van beterschap, en vaak helemaal geen. Zo werken er in de Koninklijke Bibliotheek 44 procent Nederlandstaligen (tien jaar geleden 46,9 procent), in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis 45,1 procent (tien jaar geleden 45,6 procent), bij het Algemeen Rijksarchief 47,9 procent (tien jaar geleden 52,88 procent)…

Boerenbedrog

Barbara Pas sprak dan ook van “koloniale toestanden”. “De beste oplossing bestaat erin om deze instellingen aan de gemeenschappen over te dragen”, voegde ze eraan toe. De halfslachtige en verwarring stichtende zesde staatshervorming heeft die scheve situatie ingevroren. Dierbaar België gedraagt zich in nogal wat opzichten nog altijd zoals het was in de 19de eeuw.

Zoals zo vaak in het verleden, stelden de “brave” en defensieve Vlamingen zich al tevreden met de vraag naar respect voor de pariteit. Hoelang nog is – in een land van 60N/40F – 50/50 “pariteit” in plaats van boerenbedrog? Toch niet vergeten dat de toestand nooit werd aangepakt door vorige regeringen, waar CD&V, Open Vld en sp.a de plak zwaaiden. Brave Vlamingen, inderdaad. Maar vooral “zwijgende” Vlamingen.

Nog altijd worden dezelfde smoesjes bovengehaald om zelfs aan die scheve 50/50-pariteit te ontsnappen: het is “zeer moeilijk om Nederlandstalig uitvoerend personeel te vinden dat bereid is om in Brussel te gaan werken” (Sabine Laruelle), “we zijn ermee bezig, de nieuwe aanwervingen zijn taalkundig evenwichtig verdeeld”, of “we hebben geen controle op het vertrek van mensen, dat vaak negatieve gevolgen heeft voor het taalevenwicht” (Philippe Courard en anderen)…

Geloofwaardig?

Volgens Sleurs is de situatie “globaal” wel verbeterd: in 2004 behoorde 46 procent van het personeel tot de Nederlandstalige taalrol, en vorig jaar 48,1 procent.

In het Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen is er gelijkheid, in twee van de tien instellingen is er een meerderheid aan Nederlandstalige medewerkers, maar in zeven instellingen is er inderdaad een meerderheid aan Franstalige medewerkers. Sleurs: “Mijn bedoeling is om de taalverhoudingen tot normale proporties terug te brengen, zoals voorzien. Ik zal erop toezien dat de positieve trend zeker behouden blijft en dat wij hieraan via de nodige aanwervingen op korte termijn kunnen voldoen.”

Sleurs zei evenwel niets over de termijn waarbinnen de rechtzetting moet gebeuren. En niets over een wijziging van de 50/50-verdeling. Over de motie van Barbara Pas wordt later gestemd. Alleen een scherpere N-VA zal bij de onvermijdelijke terugkeer van de communautaire dossiers geloofwaardig overkomen.

Anja Pieters