Villagrond met grafzerk van Staf de Clercq te koop op de Kesterheide

Het negende cahier (in een reeks van tien) over VNV-leider Staf de Clercq is verschenen. De onvermoeibare Pieter Jan Verstraete brengt hulde aan de fotograaf Willy Kessels. Gui van Gorp schetst het leven en de levenslange vriendschap van de Kempenzoon Thomas de Backer met zijn vriend en zijn leider. Zelfs de chauffeur van Staf de Clercq werd niet vergeten. Volgend jaar verschijnt het tiende en laatste deel van een unieke reeks die, dankzij foto’s en unieke bijdragen, de Zeitgeist van die woelige jaren zeer goed weergeeft.

Joris van Severen heeft zijn marmeren praalgraf in Abbeville. De Vlaamse volksdichter René de Clercq heeft zijn grafmonument (een beeld van Jozef Cantré) in Deerlijk. Cyriel Verschaeve heeft een sober graf in Alveringem. Filip de Pillecyn heeft een graf op het Campo Santo in Sint-Amandsberg. Wies Moens heeft een staande steen getooid met het IJzertorenkruis in Neerbeek (Nederlands-Limburg). Reimond Tollenaere heeft een graf op het Duitse soldatenkerkhof van Pankovka (nabij de Russische stad Novgorod). Jeroom Leuridan heeft een heldenhuldezerkje op het kerkhof van Oostvleteren. En Staf de Clercq, die had een lege grafzerk op de Kesterheide (in de Brabantse gemeente Gooik) en ik citeer Verstraete uit zijn inleiding bij dit cahier: ‘De erfgename van de weduwe van de leider-stichter van het VNV wenste deze villagrond te verkopen. Het is ook de plaats waar tijdens het interbellum de Vlaams-nationale landdagen doorgingen. (…) Ook thans is de dure grond nog niet verkocht. Vraag is ook wat er met de gedenkplaat zal gebeuren die op de grafkelder aangebracht werd.’

Een vuurvaste Vlaams-nationalist

Hoe dan ook, de beste herinneringen en getuigenissen zijn uiteraard te vinden in deze cahiers, en dit cahier opent met een uitgebreide bijdrage van Gui van Gorp, die zich verdiepte in de vergeten Thomas de Backer (Mol, 1892 – Beerse, 1971), medestrijder en levenslange vriend van Staf de Clercq, met een vuurvaste Vlaams-nationale overtuiging, want Van Gorp signaleert in zijn epiloog (bladzijden 37 en 38): ‘Op de kerkelijke begrafenis van De Clercq in Kester was Thomas de Backer (met Flor Grammens, Jozef van Overstraeten en Seppe Coene) een der dragers van de lijkkist van de VNV-leider, een betekenisvol feit dat hem in het najaar van 1945 voor de Turnhoutse krijgsraad zwaar zou aangerekend worden.’ Of met Seppe Coene de rijke en kleurrijke Kortrijkzaan en ondernemer Jozef de Coene (1875-1950) wordt bedoeld (die lid was van de DeVLag), is niet geheel duidelijk, maar aannemelijk. Na de oorlog werd hij eerst tot levenslang en daarna tot twintig jaar dwangarbeid veroordeeld.

Een gekraakte en gewraakte fotograaf

Na die lange bijdrage volgt een minder belangrijk stukje over een Hongaarse reis die de voorman maakte in augustus 1938, maar dan volgt een mooi stuk van Verstraete over de bewogen carrière (met opnieuw een tragisch einde) van de fotograaf Willy Kessels, gevolgd door een veertiental foto’s. Eén citaat, dat veel maar niet alles verklaart: ‘Tijdens de bezettingsjaren maakte Kessels portretfoto’s van onder meer Staf de Clercq, Hendrik Jozef Elias, Jef van de Wiele, Léon Degrelle en José Streel. Daarnaast portretteerde hij Oostfronters en Duitse officieren en maakte hij propagandareportages en -brochures over het Oostfront en VNV-manifestaties. Zijn studio bevond zich niet ver van de Brusselse Grote Markt. Of hij zich aansloot bij een of andere collaborerende partij is niet geweten. Wel werden zijn foto’s in heel wat collaboratiebladen afgedrukt. Het ging hem tijdens de bezetting duidelijk voor de wind.’ Verstraete besluit zijn hommage met deze woorden: ‘Willy Kessels die in de jaren 1930 een van de grootste Belgische fotografen was en tienduizenden foto’s maakte, overleed in 1974 grotendeels vereenzaamd en vergeten. Het wordt tijd voor een omstandige biografie.’

En dan moeten onze lezers goed weten dat Willy Kessels begon als setfotograaf bij de film Misère au Borinage. Een beetje zoals de wereldberoemde schilder Vincent van Gogh ooit begon in de miserabele streek van de Borinage.

Ook de woorden van chauffeur Frans Leuckx werden door onze onvermoeibare kroniekschrijver en geschiedschrijver opgetekend: ‘Mijn meester was een uit de duizend. Trouwens, ik sprak hem altijd aan met ‘meester’, dat was bij ons in het Pajottenland de gewoonte. Eens onderwijzer, altijd onderwijzer. Hij sprak met iedereen en iedereen sprak met hem. Hij was een heel joviale man die met niemand ruzie had. Veel politieke tegenkanting was er in onze streek toen niet. Op Nieuwjaarsdag deelde hij heel wat jeneverflessen uit. Dat was een jaarlijkse traditie.’ Na die wijze doch eenvoudige woorden moeten we wel denken: dat waren nog eens tijden toen…

Voorts is er de belangrijke Franstalige bijdrage ‘Staf de Clercq ou La Flandre aux Flamands’ van de Franse journalist en publicist Christophe Dolbeau (1953), die eerder al opzien baarde met zijn boek Les parias: fascistes, pseudo-fascistes et mal-pensants (Lyon: Irminsul Editions, 2001) waarin hij een twintigtal ‘underdogs’ van de geschiedenis behandelde en waarin maar één Vlaming aan bod komt, met name Staf de Clercq. Dit is weerom een merkwaardige historische vondst van Pieter Jan Verstraete, die niet ophoudt met ons aangenaam te verrassen door middel van zijn vele publicaties, die als een donkere (zwarte) stroom doorheen het landschap van ons verleden stroomt.

Ik hoef u niet te vertellen dat ik uitkijk naar het tiende en laatste deel van deze zeer gevarieerde en unieke historische reeks.

De Brave Hendrik


Titel: Cahiers Staf de Clercq, deel 9
Auteur: onder redactie van Pieter Jan Verstraete
Uitgeverij: /
Jaar: 2015
Bladzijden: 104
ISBN: /
Prijs: 15 euro

Te bestellen bij de auteur door 17 euro (15 euro + 2 euro verzendingskosten) te storten op zijn rekeningnummer IBAN BE64 4627 2867 9152, BIC KREDBEBB. Zijn nieuw adres is Konstant Permekelaan 13 te 8500 Kortrijk.