Bevoorrechte corporatie

Wanneer ze het over zichzelf hebben, lijkt het wel een keurkorps. In werkelijkheid is het een zootje ongeregeld. Volkomen terecht klaagt men in Brussel steen en been over de aangeboden taxidiensten. Blijkt er zich dan een concurrent aan te bieden, Uber, schreeuwen de chauffeurs van de (over)beschermde huurvoertuigen moord en brand, uiteraard met verstoring van de openbare orde. Men zou voor minder voor de uitdager spontaan sympathie voelen.

Hoe zou de ‘gilde der taxi’s’ er in een ideale wereld uitzien? Nette en vooral veilige wagens, en deftige chauffeurs die zich probleemloos kunnen oriënteren. En uiteraard staat hun integriteit boven elke twijfel. Blijkt er zich iemand te bezondigen aan wanpraktijken, van welke aard ook, hij zou stante pede uitgesloten worden. Maakt men daarvan de toetssteen van de 1.300 taxi’s die in Brussel rondrijden, ziet men een bijzonder pijnlijk tekort. En maakt men de vergelijking met buitenlandse voorbeelden, dan wordt het resultaat helemaal penibel. In alle objectiviteit kan men stellen dat de sector al jaren een boeltje is. Meer dan één Brusselse excellentie beet zich in het verleden op dat dossier de tanden stuk.

Precies omwille van die precedenten kan men enkel met een gezond scepticisme kennis nemen van het nieuwe taxiplan van Pascal Smet, of beter: het kader waaruit de Brusselse regering een plan zal destilleren. Want mispak u niet aan de protesten van ‘de sector’. Op dit moment is er nog geen plan, hoogstens een aanzet. Sommige zaken klinken evident. Harmonisatie van de tarieven, bijvoorbeeld. Of – hoe bestaat het dat dit anno 2015 nog steeds niet kan? – de mogelijkheid om ook met een kredietkaart te betalen. Eerst zien, dan geloven.

Maar het grootste struikelblok is natuurlijk Uber. Toen Uber zich met de nodige show op de Brusselse markt stortte (met een agressieve marketing met hoog spektakelgehalte), werden wat vergelijkende tests uitgevoerd. Vandaag, enkele maanden later, bestaat Uber nog steeds (al dan niet met juridische complicaties), met een trouwe schare gebruikers. Een kennis getuigde onlangs over de kwaliteit van de service. Logisch, ze worden erop beoordeeld door de klant. Kritiek aan het adres van de reguliere taxidiensten ketst precies af op de privileges van de corporatie.

De meest onzinnige argumenten worden ingeroepen ter verdediging van die bevoorrechte positie. Er zijn families die leven van het inkomen van die chauffeurs. Klopt, en dat is een universeel gegeven. Alsof die wedden vandaag zo hoog liggen! Een taxichauffeur waar men de stempel Belgo-Belge op kan stempelen, is een rariteit geworden. Wat een groot teken aan de wand is over de arbeidsomstandigheden, met inbegrip van het loon van dat beroep. Men kan dat argument doortrekken. Tal van sectoren die gedoemd zijn te verdwijnen, kan men via het infuus van de overheidssteun kunstmatig in leven houden. De heisa voor de bijwijlen archaïsche mentaliteit in de hoofdstad van Europa is kenmerkend. Terwijl men binnen de Europese instellingen de mond vol heeft over verandering, een andere vorm van autogebruik (autodelen!) en dergelijke, ontwaar je daarbuiten, in de Brusselse straten, een reactionaire reflex.

KNIN.