Perspectieven van het post-Netanyahu-tijdperk

Niet onterecht verwijt men de Israëlische premier in Washington een verkiezingsmeeting te hebben gevoerd. Toch verdient de binnenlandse politiek het om met meer dan gewone aandacht gevolgd te worden. Want zoals in het verleden al gebleken is, kan een machtswissel in Tel Aviv ook elders interessante verschuivingen teweegbrengen. Ook en vooral deze keer.

Het was ons daar een nummertje in het Amerikaanse Congres. Eigenlijk werd er een verkiezingsmeeting opgevoerd, zelfs twee. De Israëlische premier Netanyahu kreeg een vrij podium om nog maar eens zijn grijsgedraaide plaat over de Iraanse bedreiging op te leggen. De Republikeinen, die voor de uitnodiging hadden getekend, hadden weer een manier gevonden om Obama en zijn regering te jennen. Fractieleider John Boehner op kop.

Het succes van beide nummertjes is betwijfelbaar. Peilingen wezen uit dat de populariteit van de uittredende Israëlische eerste minister door de toespraak nauwelijks opgekrikt werd. En of er voor de Republikeinen een dividend inzit, is maar de vraag. Misschien de belangrijkste les die uit het gebeuren kan getrokken worden, is dat het onderwerp een aanzienlijke rol blijft spelen in het interne politieke debat in de VS. Men wil een beeld van Obama als zwakke leider schetsen. Precies zijn houding ten opzichte van Iran is daar een illustratie van. Naïef is de man. Te gewillig ook in het sluiten van concessies met onze ‘erfvijanden’.

Men kan zich afvragen of de Republikeinen en Netanyahu hun hand niet overspeeld hebben. Ook bij de Democraten tref je heel wat lui aan die Israël een warm hart toedragen, fractieleider Nancy Pelosi op kop. Zij vond de joodse vingerwijzing een “belediging” aan het adres van de VS. Alsof Washington niet in staat is de situatie autonoom in te schatten en het belerende vingertje van de Israëlische premier nodig heeft. Ook elders kon men kritiek horen, doorgaans achter de coulissen. Menig Republikein omschreef de show van Netanyahu als “arrogant”. Hij wordt ook niet meer serieus genomen. Ooit voorspelde hij een ‘Iraanse bom’ tegen 1999. Doorheen de jaren schoof de datum steeds op, in die mate dat hij in dit dossier een karikatuur van zichzelf geworden is.

Staatsman of politicus?

De kritiek op Netanyahu is niet nieuw. Hem wordt verweten meer politicus dan staatsman te zijn. Op het moment dat Washington een akkoord met Teheran uit de brand tracht te slepen, weert Bibi zich als een duivel in een wijwatervat; de blik volledig op zijn herverkiezing gericht. De voorbije jaren verloor hij heel wat geloofwaardigheid. De ‘Europeanen’ haakten een hele poos geleden al af. Maar zeker na zijn laatste show heeft ook het Witte Huis de buik vol van zijn persoon.

“Een staatsman”, zo benadrukte een Amerikaans diplomaat, “zou ervoor zorgen dat hij een plaats vast krijgt aan de onderhandelingstafel, maar het enige wat Netanyahu tot nu gedaan heeft, is het afschieten van de pogingen om tot een akkoord te komen.” Men moet de dingen niet rooskleuriger voorstellen dan ze zijn. Het regime in Iran maakt een rechtgeaard democraat niet blij. Alleen, en dat is de voorbije jaren in de vergetelheid geraakt, is in internationale relaties realisme vaak gevoelig belangrijker dan idealisme. De meeste analisten zijn het erover eens dat men beter tot een (gebrekkig) akkoord met Iran komt, dan tot helemaal niets. Ook de veiligheidsbedreiging van Israël is relatief. Zelfs in een worstcasescenario, waarbij Iran een atoombom en de vereiste rakettechnologie weet te verwerven, waardoor het Israël kan raken, is de kans dat dat land het zover laat komen ontzettend klein. Herinner u de mutual assured destruction-theorie uit de Koude Oorlog. Kernwapens zouden niet gebruikt worden, omdat degene die het eerst op de knop zou drukken de zekerheid had op zijn beurt totaal vernietigd te worden. Gebruik betekent met andere woorden wederkerige vernietiging. Een lancering van Iran zou onmiddellijk een Israëlische tegenreactie veroorzaken, en daar zijn de Perzen in Teheran zich maar al te goed van bewust.

Gevreesde isolatie

Voorspellingen laten we over aan mensen die in het bezit zijn van een glazen bol, maar het is niet ondenkbeeldig dat het Netanyahu-tijdperk spoedig afgelopen zal zijn. In die zin is het verstandig dit hoofdstuk in de bredere context van de Amerikaans-Israëlische betrekkingen te plaatsen. In het verleden waren er wel meer conflicten. Op sommige momenten trok Tel Aviv zich niets aan van wat Washington wou, om op andere momenten weer in te binden. In 1981 waren de Amerikanen gekant tegen het bombardement op de Iraakse kernreactor in Osirak, maar de Israëlische jachtvliegtuigen stegen toch op. Een jaar later slaagde Amerikaanse druk erin de Israëlische belegering van West-Beirut te staken; het werd het einde van de politieke loopbaan van Begin. Een decennium later verzette eerste minister Shamir zich tegen de VS-vredesinitiatieven, met als gevolg dat Washington enkele leningen opschortte. Men kwam daarop terug, maar Shamir werd opgevolgd door Rabin, die de bereikte akkoorden uiteindelijk ondertekende. Netanyahu is een luis in de pels van Obama, die van het bereiken van een akkoord met Iran een prioriteit maakt, geheel in de stijl van Nixon en Kissinger toen die naar China trokken. Een nieuwe meerderheid in Israël kan de kansen hiertoe aanzienlijk vergroten. Want terwijl Netanyahu op een behoorlijke achterban kan rekenen, groeit ook de schare tegenstanders. Dat een voormalig hoofd van de Mossad onlangs in een interview verklaarde dat het beleid van de premier “destructief is voor de toekomst en de veiligheid van Israël”, is veelzeggend. Toen zijn bezoek aan Washington aangekondigd werd, botste dit op oppositie van een lobbygroep van tweehonderd ex-generaals en ex-leden van de Mossad. Naast de gekende veiligheidsbekommernissen, leeft ook de vrees om geïsoleerd te raken.

m.