Dertigjarige oorlog

In hoeverre hetgeen zich al jaren in het Midden-Oosten afspeelt werkelijk als een ‘dertigjarige oorlog’ bestempeld kan worden, is een discussie die op academisch niveau gevoerd wordt. Punt is dat religieuze tegenstellingen de rode draad zijn. Ook in Jemen, maar een regelrechte burgeroorlog lijkt toch afwendbaar.

Toen op 23 mei 1618 in Praag een groep protestantse edelen de katholieke vertegenwoordigers van koning Ferdinand II uit het raam van een burcht wierpen, de zogenaamde (tweede) defenestratie van Praag, leidde dat tot de Boheemse opstand en wordt, om die reden, als het formele begin van de Dertigjarige Oorlog beschouwd. Met wat cynische zin voor historische parallellen zou men de duikvlucht van de drie edelen in kwestie in verband kunnen brengen met het onfortuinlijke lot van andersgeaarden in handen van IS. Feit is dat heel wat analisten een link ontwaren tussen wat zich in het Midden-Oosten afspeelt en de sombere jaren van godsdienstoorlogen in de zeventiende eeuw waar Europa een enorme prijs voor betaalde (sommige Duitse gebieden verloren de helft van hun bevolking). De tegenstelling tussen protestanten en katholieken wordt getransponeerd naar de bitsige strijd die soennieten en sjiieten uitvechten. Met daarbij de inmenging van grote staten: Iran, de VS, en Saudi-Arabië als het eigentijdse Frankrijk of Habsburg. Men vergeet echter te vermelden dat die naties daadwerkelijk troepen hebben ingezet die mekaar op het terrein bekampten. Zolang reguliere Iraanse eenheden hun Saudische collega’s niet achtervolgen (of omgekeerd) zijn we nog niet op dit punt gekomen. De gelijkenissen met de Dertigjarige Oorlog kunnen slechts tot op zekere hoogte overtuigen, maar meegaan in dat verhaal maakt het mogelijk één en ander te verklaren, en wie weet: te hopen op een oplossing. Tegen die achtergrond wordt de chaos en de implosie van het Midden-Oosten een verhaal dat in de richting van een nieuw evenwicht evolueert. Sommigen hopen zelfs in een Arabische versie van de Vrede van Westfalen. Een akkoord dat de verkregen stabiliteit formaliseert. Anderen zijn realistischer. Syrië anno 2015 is niet het Bohemen van 1618. Maar dat het religieuze een cruciale factor is om de gebeurtenissen te vatten, en dat dit element te lang onder de mat is geveegd, daar valt geen speld tussen te krijgen. Daar zijn de recente ontwikkelingen in Jemen een treffende illustratie van, ook al is wat er zich voordoet nog iets anders dan een nieuw hoofdstuk in een Arabische dertigjarige oorlog…

Explosieve cocktail

De explosiviteit van de cocktail is onmiskenbaar. De bevolking van 26 miljoen telt bijna evenveel soennieten als sjiieten, weliswaar met een lichte meerderheid van soennieten die de steun van de Arabische landen genieten. De sjiieten worden gesteund door Teheran. Er is een binnenlands politiek drama dat met het voorgaande verweven is, én de aanwezigheid op het terrein van zowel Al-Qaida als IS. Ideaal voor een escalatie, die er ook is. Voor Riaad is het alle hens aan dek, zij het dat de Saudi’s volgens menig analist te laat in actie schoten. Te druk bezig met wat zich in het Noorden afspeelt, verwaarloosden ze wat zich bij hun zuiderburen aan het voltrekken was. Gevolg is dat de (matig door Iran gesteunde) rebellen inmiddels behoorlijk wat terrein gewonnen hebben. Dit dreigt de clash met de door Saudi’s geleide coalitie van tien landen alleen maar heviger te maken.

Jemen is duidelijk Bahrein niet. Toen zich daar enkele jaren geleden een sjiitische opstand voordeed (overigens, de meerderheid van de bevolking), stuurden de Saudi’s en de Verenigde Arabische Emiraten troepen. Bahrein telt misschien één twintigste van de Jemenitische bevolking, op een oppervlakte van amper één percent van dat van Jemen. De protesten evolueerden niet tot een burgeroorlog en de regering behield op alle momenten de controle over de situatie. Hieruit moed putten om hetzelfde in Jemen te doen, getuigt van hoogmoed.

Bezadigd Teheran

“Het grootste gevaar voor een burgeroorlog in Jemen ligt bij de buitenlandse inmenging”, vatte een diplomaat het samen. Inschattingen maken voor dergelijke landen is altijd hachelijk, maar ergens hoopt men op gezond verstand, zeker in Teheran. Als de vrees op een patstelling voldoende groot is, zouden de Iraniërs hun steun aan de militie(s) daar kunnen afbouwen. Er valt wat voor te zeggen. Alle berichten ten spijt, overstijgt de reputatie van de door Iran gesteunde milities vaak hun reële capaciteiten. Het geopolitieke belang voor Iran is evenmin van die aard dat dat land er prioritair aandacht aan zou toekennen. Per slot van rekening hebben ze wel andere katten te geselen.

m.