Integratie

Pers en politiek raken dezer dagen, onder meer door een aantal uitspraken van de Antwerpse burgemeester, weer niet uitgekakeld over de gruwel van het racisme. Daar komen dan actualiteitsvragen in het Vlaams Parlement van. De spits werd afgebeten door An Moerenhout (Groen) die, zonder Bart de Wever bij naam te noemen, vaststelde dat discriminatie een enorm probleem is en dat het Vlaamse integratiebeleid “aan het falen is”. Dat laatste getuigt wel van een verbluffend inzicht.

Chris Janssens (VB) wreef een snuif zout in de wonde. Uiteraard heeft het integratiebeleid gefaald, want dat is gericht op “diversiteit” en niet op assimilatie. Bovendien zijn de integratiemaatregelen veel te vrijblijvend.

Geen vuiltje aan de lucht voor minister Homans, die het Vlaamse inburgeringsbeleid net heel sterk vindt. Zij uitte de ambitie om aan een magische tien procent “personen met een migratieachtergrond” in Vlaamse overheidsdienst te komen. Volgde het gebruikelijke politiek-correcte opbod, met als uitschieter Yasmine Kherbache (sp.a) van wie we, tot onze opluchting, mochten vernemen dat dit land de beste antidiscriminatiewetgeving ter wereld heeft, maar dat we daar in de praktijk te weinig van merken. Er zijn geen ergere blinden dan zij die niet wíllen zien.

Wegenwerken

Gelukkig zijn er interessante onderwerpen. Herman de Croo (Open Vld) merkte op dat er wegen zijn die de Vlaams-Waalse gewestgrenzen overschrijden, hoe vreemd hij dat zelf ook vond. Hij vroeg zich af hoe het zit met de coördinatie tussen beide overheden. Volgens minister Weyts is daar niks mis mee. De vraag van De Croo leek te zijn ingegeven door een lokaal probleem in zijn Zuidoost-Vlaams leengoed, waar men een Waalse ambtenaar niet had kunnen bereiken. Voorts maakt niemand, ook niet Weyts of De Croo, zich druk over het feit dat Vlaamse en Waalse wegen er precies even derdewereldachtig bij liggen. Dat zou wel eens de aandacht in het Vlaams Parlement en van de Vlaamse regering mogen krijgen.

Kikkers en vissen

We kunnen al die bijzondere dagen niet meer bijhouden. Na de Dag van de Kleuter blijkt het nu ook Wereldwaterdag te zijn geweest. Een prima gelegenheid voor Wilfried Vandaele (N-VA) en Hermes Sanctorum (Groen) om minister Schauvliege te ondervragen over de oppervlaktewaterkwaliteit in Vlaanderen, die evenals die van de wegen niet opperbest is. De Europese normen worden niet gehaald, het riolenbeheer is niet coherent en de lokale besturen worstelen met de zaak. Schauvliege erkende dat Vlaanderen een historische achterstand heeft, maar stelde dat toch al veel vooruitgang is geboekt. Groen en rood zien dat anders. Volgens Ingrid Lieten (sp.a) zijn alle Vlaamse waterlopen zo goed als dood, nefast voor “kikkers, vissen en mensen”. Nu, dat is misschien wat overdreven, Schauvliege nam wel degelijk kikkers en vissen in onze rivieren waar, maar moest toch erkennen dat er eigenlijk te weinig geld is om de dingen op korte termijn aan te pakken. En het kan zeker niet de bedoeling zijn de waterfacturen verder de hoogte in te jagen. U is gewaarschuwd.

Integratie à la bruxelloise

Wordt er in Vlaanderen hartstochtelijk gedebatteerd en vooral veel gezwetst over integratie en inburgering, de Franstaligen trekken zich daar geen moer van aan. Dat is heel duidelijk in Brussel, waar allerlei Vlaamse instellingen en initiatieven zich bekommeren om onze nieuwgekomen medeburgers, terwijl bijvoorbeeld een ding als de Franse Gemeenschapscommissie (COCOF) daar feestelijk haar doorluchtige voeten aan veegt. Tot grote ergernis van Karl Vanlouwe (N-VA), die minister Gatz aanspoorde de Franstaligen tot betere inzichten te brengen. De kern van de zaak is, vanzelfsprekend, dat inburgeringstrajecten in Vlaanderen verplicht zijn en dat men daar aan Franstalige zijde niet zo op is gesteld. Volgens Gatz verloopt het overleg met de Brusselse instellingen voortreffelijk en moeten we de COCOF nog wat tijd gunnen. Vanlouwe, die het Brusselse terrein goed kent, was niet helemaal overtuigd. De COCOF zou volgend jaar een beleidsnota baren en moet daarmee dan – twaalf jaar later dan Vlaanderen – toch iets op poten beginnen zetten. Als Gatz dat gelooft, wie zijn wij dan om hem tegen te spreken.