Koningin Fabiolazaal Antwerpen

De exporeeks “De Modernen”, waarmee het nog steeds in restauratie verkerende KMSKA af en toe een stukje van zijn omvattende collectie blootgeeft, is aan zijn achtste episode toe. Ditmaal trekken de curatoren volop de Franse kaart. Onder de werktitel “Tour de France” tekenden ze een kunstzinnig parcours langsheen het Franse modernisme uit. De zestig geselecteerde stukken stammen allen uit de archieven van het KMSKA. Hier speelt allicht een zekere schatplichtigheid mee, gezien de instelling in 1810 door niemand minder dan Napoleon Bonaparte als ‘dependance’ van de Academie werd opgericht. Het museum legde zich aanvankelijk toe op oude kunst, maar begon na 1850 ook eigentijdse werken te verzamelen. Zo vond het werk van modernisten uit binnen- en buitenland de weg naar de weelderige zalen van het KMSKA. Binnen de nieuwe collectie vormde de Franse richting overigens een erg aantrekkelijk ensemble.

Deze indringende, artistieke Tour verloopt in drie etappes. De vroegste Franse modernisten worden namelijk meteen voor het voetlicht geworpen. Ze staan bekend als de academisten en zijn niet vies van groots mythologisch en bijbels vertoon. Eén van de sterkhouders; Jean Auguste Dominique Ingres (1780-1867), onderstreepte met zijn lidmaatschap van de Antwerpse Academie het belang en de uitstraling van het instituut. De ernstige academische scenerie wordt nu en dan onderbroeken door de theatrale salonkunst van Robert-Fleury, Cabanel en anderen. Hun voortbrengselen catalogeren we best als melodramatisch vertier voor de kapitaalkrachtige kleinburger.

Het KMSKA leek tegen het einde van de 19de eeuw weg te dommelen bij al die academische perfectie. Aan het begin van de 20ste eeuw realiseerde men zich plots dat een inhaalbeweging nodig was. Vernieuwende genres zoals het impressionisme lieten op dat ogenblik al even van zich spreken. Het werk van toppers als Manet, Renoir en Cézanne was zelfs voor het grote museum reeds onbetaalbaar geworden. Daarom zien we in deze “Tour de France” enkel werk van vergelijkbare maar niettemin mindere goden. De grote uitzondering is de beeldhouwer Auguste Rodin (1840-1917). In 1908 verwierf Antwerpen “Pierre de Wissant”, één van zijn zes burgers van Calais. Dit weergaloze kijkstuk is misschien wel het grote referentiepunt van deze tentoonstelling.

De eindspurt wordt ingezet langs een traject bezaaid met creaties die verderop in de 20ste eeuw tot stand kwamen. Voor niet-ingewijden in de kubistische, surrealistische en andere avant-gardistische vormentalen, is dit sluitstuk zonder meer een col buiten categorie. De uitschieters in deze zijn de beeldhouwer Ossip Zadkine (1890-1967) en de schilder Marc Chagall (1887-1985), kunstenaars van Russische afkomst. Hun keuze voor Parijs als artistieke biotoop bewijst dat de lichtstad inzake kunstvernieuwing nog lang na de eeuwwisseling de toon aangaf. Antwerpen en omstreken leerden hun werk voornamelijk kennen door de verwoede inzet van de vereniging Kunst van Heden.

“Tour de France. Franse kunst uit het KMSKA” biedt in de reeks “De Modernen” opnieuw een brede kijk op een fraai stukje kunstgeschiedenis. Men kan de presentatie tot 30 augustus bezoeken in de Koningin Fabiolazaal, Jezusstraat 28 te Antwerpen.

Tom